Artikel 4.15b Besluit bouwwerken leefomgeving

Lid 1

De afstand tussen het metacentrum van een drijvend bouwwerk en het zwaartepunt van het drijvend bouwwerk is ten minste 0,25 m bij gevolgklasse CC1 en 0,60 m bij gevolgklasse CC2. Hierbij ligt het metacentrum boven het zwaartepunt.

Lid 2

De loodrechte afstand tussen het wateroppervlak en het laagste punt van de ingedompelde zijde waarboven een drijvend bouwwerk niet meer waterdicht is, is bepaald volgens NEN 2778 ten minste:

  1. 0 mm bij een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC1;

  2. 0 mm bij een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 met een drijflichaam zonder holle ruimte;

  3. 150 mm bij een drijvend bouwwerk in gevolgklasse CC2 met een drijflichaam met een of meer holle ruimten.

Lid 3

Als de significante golfhoogte, bepaald volgens tabel 4.15b.1 of 4.15b.2, vermenigvuldigd met 1,125 groter is dan 300 mm, wordt de in het tweede lid bedoelde afstand verhoogd met het verschil tussen de waarde in de tabel vermenigvuldigd met 1,125, en 300 mm.

Lid 4

De scheefstand van het horizontale vlak van het drijflichaam, behorend bij de in het tweede lid bedoelde afstand, mag niet groter zijn dan 5 graden.

Tabel 4.15b.1 Significante golfhoogte in mm als functie van de waterdiepte en strijklengte voor windgebied I (voor tussenliggende waarden mag lineair worden geïnterpoleerd)

Waterdiepte (m)

Strijklengte (m)

30

50

75

100

150

200

500

700

1.000

1.500

2

250

310

370

420

490

490

630

680

730

780

2.5

250

310

370

420

490

560

680

740

800

870

3

250

310

370

420

490

560

700

780

850

940

3.5

250

310

370

420

490

560

820

810

890

990

4

250

310

370

420

490

560

820

830

920

1.030

4.5

250

310

370

420

490

560

820

940

950

1.060

5

250

310

370

420

490

560

820

940

1.090

1.090

5.5

250

310

370

420

490

560

820

940

1.090

1.110

6

250

310

370

420

490

560

820

940

1.090

1.300

6.5

250

310

370

420

490

560

820

940

1.090

1.300

Tabel 4.15b.2 Significante golfhoogte in mm als functie van de waterdiepte en strijklengte voor windgebieden II en III (voor tussenliggende waarden mag lineair worden geïnterpoleerd)

Waterdiepte (m)

Strijklengte (m)

30

50

75

100

150

200

500

700

1.000

1.500

2

230

290

340

390

460

460

600

650

700

750

2.5

230

290

340

390

460

520

640

700

760

830

3

230

290

340

390

460

520

670

740

810

890

3.5

230

290

340

390

460

520

760

760

850

940

4

230

290

340

390

460

520

760

880

870

980

4.5

230

290

340

390

460

520

760

880

890

1.010

5

230

290

340

390

460

520

760

880

1.020

1.030

5.5

230

290

340

390

460

520

760

880

1.020

1.050

6

230

290

340

390

460

520

760

880

1.020

1.210

6.5

230

290

340

390

460

520

760

880

1.020

1.210