Artikel 4.20 Besluit bouwwerken leefomgeving
Lid 1
Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een niet-beweegbare afscheiding als die rand meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water.
Lid 2
Een trap als bedoeld in artikel 4.25 heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet-beweegbare afscheiding.
Lid 3
Een hellingbaan als bedoeld in artikel 4.25 heeft, voor zover een zijkant van de vloer meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet-beweegbare afscheiding.
Lid 4
Het eerste lid geldt niet ter plaatse van de aansluiting van de vloer aan:
een trap; en
een hellingbaan.
Lid 5
Onverminderd het vierde lid geldt het eerste lid niet voor:
een rand van een podium;
een rand van een vloer die aan een bassin grenst;
een rand van een laadvloer;
een rand van een perron; en
een met een rand als bedoeld onder a tot en met d gelijk te stellen rand van een vloer.