Afdeling 4.4. Duurzaamheid
Wordt genoemd in:
Artikel 4.148
Lid 1
Een bouwwerk is bijna energieneutraal.
Lid 2
Als voor een gebruiksfunctie in de tabellen 4.148A of 4.148B regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.
Tabel 4.148Agebruiksfunctie
leden van toepassing
waarden
bijna energieneutraal
afbakening maatwerkvoorschriften minimumwaarde
aandeel hernieuwbare energie
bijna energieneutraal
artikel
4.149
4.149a
4.149b
4
lid
1
2
3
4
*
1
2
3
1
Energiebehoefte
Primair fossiel energiegebruik
Aandeel hernieuwbare energie
[kWh/m2/jr]
[kWh/m2/jr]
[%]
(1) geldt als Als/Ag ≤ 1,83
(2) geldt als Als/Ag > 1,83 en ≤ 3,0
(3) geldt als Als/Ag > 3,0
(4) geldt als Als/Ag ≤ 1,5
(5) geldt als Als/Ag > 1,5 en ≤ 3,0
(6) geldt als Als/Ag ≤ 1,8
(7) geldt als Als/Ag > 1,8
1
Woonfunctie
a
woongebouw
1
–
3
4
*
1
2
3
(1) 65
50
40
(2) 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
(3) 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)
b
woonwagen
1
–
3
–
–
–
–
–
100 + 30 x (Als/Ag – 2,0)
60
50
c
drijvend bouwwerk na 2018
1
–
3
–
–
–
–
–
80 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
50
50
gerealiseerde ligplaats
d
drijvend bouwwerk andere ligplaats
1
–
3
–
–
–
–
–
80 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
70
50
e
andere woonfunctie
1
–
3
4
–
1
2
3
(4) 55
30
50
(5) 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
(3) 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)
2
Bijeenkomstfunctie
a
voor kinderopvang
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 160
70
40
(7) 160 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
b
andere bijeenkomstfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 90
60
30
(7) 90 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
3
Celfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 160
120
30
(7) 160 + 35 x (Als/Ag – 1,8)
4
Gezondheidszorgfunctie
a
met bedgebied
1
2
–
–
–
–
–
–
350
130
30
b
andere gezondheidszorgfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 90
50
40
(7) 90 + 35 x (Als/Ag – 1,8)
5
Industriefunctie
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
6
Kantoorfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 90
40
30
(7) 90 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
7
Logiesfunctie
a
in een logiesgebouw
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 100
130
40
(7) 100 + 35 x (Als/Ag – 1,8)
b
andere logiesfunctie
1
2
–
4
–
–
–
–
(4) 55
40
50
(5) 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)
(3) 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)
8
Onderwijsfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 190
70
40
(7) 190 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
9
Sportfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 40
90
30
(7) 40 + 15 x (Als/Ag – 1,8)
10
Winkelfunctie
1
2
–
–
–
–
–
–
(6) 70
60
30
(7) 70 + 30 x (Als/Ag – 1,8)
11
Overige gebruiksfunctie
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
12
Bouwwerk geen gebouw zijnde
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Tabel 4.148Bgebruiksfunctie
waarden
thermische isolatie, warmteweerstand
thermische isolatie,
warmtedoorgangscoëfficiënt
luchtvolumestroom
gebruiksfunctie met een lage energievraag
tijdelijk bouwwerk
overgangsrecht: energiezuinigheid
thermische isolatie, warmteweerstand
thermische isolatie, warmteweerstand
thermische isolatie, warmtedoorgangscoëfficiënt
artikel
lid
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
2
1
2
*
1
2
3
*
1 en 8
3
5 en 6
1
2
[m2.K/W]
[m2.K/W]
[W/m2K]
1
Woonfunctie
a.
woonwagen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
2,6
2,6
2,6
1,3
4,2
b.
andere woonfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
3
*
4,7
6,3
3,7
2,6
2,2
2
Bijeenkomstfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
*
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
3
Celfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
4
Gezondheidszorgfunctie
a.
met bedgebied
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
b.
andere gezondheidszorgfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
5
Industriefunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
2
1
2
*
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
6
Kantoorfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
7
Logiesfunctie
a.
in een logiesgebouw
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
b.
andere logiesfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
*
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
8
Onderwijsfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
–
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
9
Sportfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
*
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
10
Winkelfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
–
1
2
1
2
*
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
11
Overige gebruiksfunctie
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
2
1
2
*
1
2
–
*
4,7
6,3
3,7
1,3
4,2
12
Bouwwerk geen gebouw zijnde
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Artikel 4.149
Lid 1
Een gebruiksfunctie heeft, bepaald volgens NTA 8800, een energiebehoefte en een primair fossiel energiegebruik van ten hoogste de in tabel 4.148A aangegeven waarden en een aandeel hernieuwbare energie van tenminste de in die tabel aangegeven waarde.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid worden bij een gebouw of een gedeelte daarvan, dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties niet van dezelfde soort, waarvoor volgens het eerste lid een eis geldt, bepaald volgens NTA 8800, de waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en hernieuwbare energie naar gebruiksoppervlak gewogen. Bij het bepalen van die waarden wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de in tabel 4.148A aangegeven waarden.
Lid 3
Bij toepassing van dit artikel gelden voor een nevengebruiksfunctie van de woonfunctie de eisen aan de woonfunctie.
Lid 4
Bij toepassing van dit artikel op een gebruiksfunctie in een gebouw of een gedeelte daarvan, met een naar gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/m2K of minder, bepaald volgens NTA 8800, worden de in tabel 4.148A aangegeven maximumwaarden voor energiebehoefte verhoogd met 5 kWh/m2.jr.
Artikel 4.149a
Een maatwerkvoorschrift over de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie bij een woongebouw kan alleen inhouden dat als gevolg van locatiegebonden omstandigheden niet aan de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie hoeft te worden voldaan, waarbij dat blijkt uit de Leidraad afwijking eis hernieuwbare energie woongebouwen (nieuwbouw).
Artikel 4.149b
Lid 1
Een woonfunctie heeft, bepaald volgens paragraaf 5.7 van NTA 8800, een waarde voor oververhitting van ten hoogste 1,20 voor iedere rekenzone en oriëntatie.
Lid 2
Als de hoogst berekende waarde voor oververhitting bij een niet in een woongebouw gelegen woonfunctie meer dan 1,20 is, wordt met een berekening aangetoond dat het totaal aantal gewogen overschrijdingsuren in elke verblijfsruimte van die woonfunctie op jaarbasis niet meer dan 450 is.
Lid 3
Als in een woongebouw bij een of meer woonfuncties binnen dat woongebouw de hoogst berekende waarde voor oververhitting meer dan 1,20 is, wordt bij de woonfunctie met de hoogst berekende waarde voor oververhitting met een berekening aangetoond dat het aantal gewogen overschrijdingsuren in elke verblijfsruimte van die woonfunctie op jaarbasis niet meer dan 450 is.
Artikel 4.150
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/426.
Artikel 4.151
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2019/501.
Artikel 4.152
Lid 1
Een onderdeel van een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende verticale uitwendige constructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een gemiddelde warmteweerstand van ten minste 3,7 m2•K/W.
Lid 3
Een onderdeel van een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructies van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde.
Lid 4
In afwijking van het derde lid, tweede volzin, heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een gemiddelde warmteweerstand van ten minste 4,5 m2•K/W.
Lid 5
Een onderdeel van een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende constructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde.
Lid 6
Een onderdeel van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand van de onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende uitwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructies aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B gegeven waarde.
Lid 7
In afwijking van het eerste, tweede en zesde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van het drijflichaam van een drijvend bouwwerk een volgens NTA 8800 bepaalde gemiddelde warmteweerstand van ten minste 3,7m2•K/W en bij een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W.
Lid 8
Een onderdeel van een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een ruimte die niet wordt verwarmd of die alleen wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van personen heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 2,6 m2•K/W. De gemiddelde warmteweerstand vande onderdelen van de van het bouwwerk deel uitmakende inwendige scheidingsconstructies die de scheiding vormen tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een ruimte die niet wordt verwarmd of die alleen wordt verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van personen is een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 4.148B gegeven waarde.
Lid 9
Het eerste tot en met achtste lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies waarvan de getalswaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie.
Lid 10
Het eerste, derde, vijfde, zesde, en het achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op scheidingsconstructies van een functiegebied.
Artikel 4.153
Lid 1
Ramen, deuren en kozijnen in een in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m2•K. De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt van de ramen, deuren en kozijnen in de in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructies van een bouwwerk is, bepaald volgens de in het derde lid gegeven methode, ten hoogste 1,65 W/m2•K.
Lid 2
Met ramen, deuren en kozijnen gelijk te stellen constructieonderdelen in een in artikel 4.152 bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m2•K.
Lid 3
De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met de formule:
waarin wordt verstaan onder:
x: het aantal ramen, deuren en kozijnen van het bouwwerk;
Un: de warmtedoorgangscoëfficiënt van een raam, deur of kozijn bepaald volgens NTA 8800;
An: het geprojecteerde oppervlak van een raam, deur of kozijn bepaald volgens NTA 8800; en
At: het totale geprojecteerde oppervlak van alle ramen, deuren en kozijnen van het bouwwerk.
Artikel 4.154
Lid 1
De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m3/s.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een bouwwerkperceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m3/s.
Artikel 4.155
Lid 1
Op een gebruiksfunctie die niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen zijn de artikelen 4.149 tot en met 4.154 niet van toepassing.
Lid 2
Op een gebruiksfunctie waarbij de in artikel 4.149, eerste lid, bedoelde waarde ten hoogste 1% bedraagt van de maximum waarde voor primair fossiel energiegebruik zijn de artikelen 4.149 tot en met 4.154 niet van toepassing.
Artikel 4.156
Lid 1
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 4.152 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, het derde lid, tweede volzin, het vijfde lid, tweede volzin, het zesde lid, tweede volzin, het zevende lid en het achtste lid, tweede volzin, en met dien verstande dat de warmteweerstand ten minste de in tabel 4.148B aangegeven waarde is.
Lid 2
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 4.153 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, en met dien verstande dat de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste de in tabel 4.148B aangegeven waarde is.
Lid 3
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 4.154 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.157
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/454.
Artikel 4.158
Lid 1
Een bouwwerk is zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt.
Lid 2
Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.158 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.
Tabel 4.158gebruiksfunctie
leden van toepassing
milieuprestatie
artikel
lid
1
2
3
4
1
Woonfunctie
a.
woonwagen
–
–
–
–
b.
andere woonfunctie
1
–
–
–
6
Kantoorfunctie
–
2
3
4
Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties
–
–
–
–
Artikel 4.159
Lid 1
Een woonfunctie heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,8, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.
Lid 2
Een kantoorgebouw heeft een milieuprestatie van ten hoogste 1, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.
Lid 3
Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m2.
Lid 4
Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw dat deel uitmaakt van een gebouw met andere gebruiksfuncties dan de kantoorfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan.
Artikel 4.160
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/426.
Artikel 4.160a
Lid 1
Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.
Lid 2
Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.
Artikel 4.160b
Lid 1
Een woongebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak.
Lid 2
Een gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid in het bouwwerk of buiten het bouwwerk op hetzelfde bouwwerkperceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken.
Artikel 4.160c
Lid 1
Een bouwwerk, anders dan een woonfunctie, met een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW of een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW heeft een systeem voor gebouwautomatisering en -controle.
Lid 2
Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.
Artikel 4.160d
Het systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in artikel 4.160c, eerste lid, is in staat:
het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken;
de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische bouwsystemen te informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren; en
communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken, en interoperabel te zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten.
Artikel 4.160e
De artikelen 4.160c en 4.160d zijn niet van toepassing tot en met 31 december 2025.