Afdeling 4.6. Toegankelijkheid
Wordt genoemd in:
Artikel 4.179
Lid 1
Een bouwwerk heeft ruimten die voldoende bereikbaar zijn.
Lid 2
Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.179 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.
Tabel 4.179gebruiksfunctie
leden van toepassing
waarden
vrije doorgang: doorgang
vrije doorgang: verkeersroute
hoofdtoegang
overbrugging van hoogteverschillen
vrije doorgang: doorgang
vrije doorgang: verkeersroute
artikel
4.181a
lid
1
2
1
2
3
4
5
1
2
1
2
3
4
5
6
7
1 en 2
1
1
Woonfunctie
[m]
[m]
a.
woonwagen
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
b.
andere woonfunctie
1
2
1
2
3
4
5
1
2
1
2
3
4
5
6
–
2,3
2,3
2
Bijeenkomstfunctie
a.
voor alcoholgebruik
1
2
1
–
–
–
–
1
–
–
–
–
–
–
–
7
2,1
2,1
b.
voor het aanschouwen van sport, voor film,
1
2
1
–
–
–
–
1
–
–
–
–
–
–
–
7
2,1
2,1
voor muziek of voor theater
c.
andere bijeenkomstfunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
3
Celfunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
4
Gezondheidszorgfunctie
1
2
1
–
–
–
–
1
–
–
–
–
–
–
–
7
2,1
2,1
5
Industriefunctie
a.
lichte industriefunctie
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
b.
andere industriefunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
6
Kantoorfunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
7
Logiesfunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
8
Onderwijsfunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
9
Sportfunctie
1
2
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
2,1
2,1
10
Winkelfunctie
1
2
1
–
–
–
–
1
–
–
–
–
–
–
–
7
2,1
2,1
11
Overige gebruiksfunctie
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
12
Bouwwerk geen gebouw zijnde
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Artikel 4.180
Lid 1
Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.179 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt voor een doorgang naar:
een verblijfsgebied;
een verblijfsruimte;
een toiletruimte als bedoeld in de artikelen 4.166 en 4.186;
een badruimte als bedoeld in de artikelen 4.169 en 4.186;
een bergruimte als bedoeld in artikel 4.171;
een buitenruimte als bedoeld in artikel 4.174; en
een ruimte voor het bereiken van een lift als bedoeld in artikel 4.189.
Dit geldt ook voor een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde ruimte.
Lid 2
Een lifttoegang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte van ten minste de in tabel 4.179 aangegeven vrije hoogte.
Artikel 4.181
Lid 1
Een verkeersroute die begint bij een doorgang als bedoeld in artikel 4.180 loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.179 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert.
Lid 2
Als de in het eerste lid bedoelde ruimte een gemeenschappelijke verkeersruimte is, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert.
Lid 3
Een hoofdtoegang van een woongebouw, ontsluit een gemeenschappelijke verkeersruimte die bij die toegang over een lengte van ten minste 1,5 m een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 1,5 m.
Lid 4
Aan een doorgang van een liftschacht grenst een ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 1,5 m.
Lid 5
In aanvulling op het tweede lid heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte over een lengte van 1,5 m een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,5 m. Dit geldt niet als een rolstoelgebruiker vanuit die verkeersruimte zonder te keren het aansluitende terrein kan bereiken.
Artikel 4.181a
Lid 1
Ten minste een toegang van een gebruiksfunctie is een hoofdtoegang.
Lid 2
Ten minste een toegang van een woongebouw is een hoofdtoegang.
Artikel 4.182
Lid 1
Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van een hoofdtoegang van een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.
Lid 2
Bij een hoofdtoegang van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m.
Lid 3
Bij ten minste een toegang van een niet-gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.175, eerste lid, is een hoogteverschil op de route tussen ten minste een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied en de aangrenzende vloer van de buitenruimte, groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan.
Lid 4
Bij ten minste een toegang van een buitenberging als bedoeld in artikel 4.172 is een hoogteverschil op de route tussen de vloer van de buitenberging en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein, groter dan 0,02 m, overbrugd door een hellingbaan.
Lid 5
Op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.175, tweede lid, is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een lift of een hellingbaan.
Lid 6
Een woongebouw waarin de vloer ter plaatse van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, heeft op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi met een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m.
Lid 7
Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van een hoofdtoegang van een gebruiksfunctie, gelegen in een gebouw zonder een toegankelijkheidssector, en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.
Artikel 4.183
Lid 1
Een bouwwerk heeft ruimten die voldoende toegankelijk zijn voor personen met een functiebeperking.
Lid 2
Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.183 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.
Tabel 4.183gebruiksfunctie
leden van toepassing
waarden
toegankelijkheidssector:
aanwezigheid
toegankelijkheidssector:
vloeroppervlakte algemeen
toegankelijkheidssector:
aanwezigheid specifieke ruimten
toegankelijkheidssector:
vloeroppervlakte specifieke
ruimten
toegankelijkheidssector:
bereikbaarheid
toegankelijkheidssector:
hoogteverschillen
lift: afmetingen en loopafstand
toegankelijkheidssector:
aanwezigheid
toegankelijkheidssector:
vloeroppervlakte algemeen
toegankelijkheidssector:
aanwezigheid specifieke ruimten
artikel
lid
1
2
3
4
1
2
1
2
3
4
5
6
1
2
3
4
1
2
3
4
5
*
1
2
3
3
1
4
1
Woonfunctie
[m2]
[%]
[n]
a
woonwagen
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
b
voor zorg met een g.o. > 500 m2
1
2
–
–
–
–
1
–
3
–
–
6
–
2
3
4
1
2
3
4
5
*
1
2
3
–
–
–
c
andere woonfunctie
1
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
1
2
3
4
5
*
1
2
3
–
–
–
2
Bijeenkomstfunctie
a
voor alcoholgebruik
–
–
3
4
1
–
–
–
3
–
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
80
–
b
voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater.
–
–
3
4
1
–
–
–
3
–
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
40
–
c
andere bijeenkomstfunctie
–
–
3
–
1
2
–
–
3
–
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
80
–
3
Celfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
4
–
6
–
2
3
4
1
2
3
–
–
*
1
–
–
400
40
300
4
Gezondheidszorgfunctie
a
met bedgebied
–
–
3
–
1
–
–
–
3
4
5
–
–
2
3
4
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
80
300
b
andere gezondheidszorgfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
4
5
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
80
300
5
Industriefunctie
a
lichte industriefunctie
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
b
andere industriefunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
–
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
400
40
–
6
Kantoorfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
4
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
400
40
300
7
Logiesfunctie
a
in een logiesgebouw
–
–
3
–
1
–
–
2
3
–
–
6
1
2
3
4
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
–
–
b
andere logiesfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
–
–
6
1
2
3
4
1
2
3
–
–
*
1
–
–
400
40
–
8
Onderwijsfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
4
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
400
100
1.050
9
Sportfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
–
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
400
40
–
10
Winkelfunctie
–
–
3
–
1
–
–
–
3
–
–
–
–
2
–
–
1
2
3
–
–
*
1
–
–
250
60
–
11
Overige gebruiksfunctie
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
12
Bouwwerk geen gebouw zijnde
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Artikel 4.184
Lid 1
Een woongebouw heeft een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als:
de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau; of
het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m2 die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau.
Lid 2
Een woonfunctie voor zorg met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 heeft een toegankelijkheidssector.
Lid 3
Een gebruiksfunctie heeft een toegankelijkheidssector als de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie, samen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor deze regel geldt, groter is dan de in tabel 4.183 aangegeven oppervlakte.
Lid 4
Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150 m2 heeft een toegankelijkheidssector.
Artikel 4.185
Lid 1
In een gebouw met een toegankelijkheidssector ligt ten minste het in tabel 4.183 aangegeven percentage van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector.
Lid 2
Voor zover de in het eerste lid bedoelde gebruiksfunctie een nevengebruiksfunctie van een kantoor- of industriefunctie is, ligt, in afwijking van het eerste lid, ten minste 40% van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van die gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector.
Artikel 4.186
Lid 1
In een toegankelijkheidssector ligt een verblijfsgebied.
Lid 2
In een logiesgebouw met een toegankelijkheidssector ligt ten minste 5% van de logiesverblijven, op een geheel getal naar boven afgerond, in een toegankelijkheidssector.
Lid 3
In een toegankelijkheidssector ligt een integraal toegankelijke toiletruimte.
Lid 4
Op een in het derde lid bedoelde toiletruimte zijn niet meer personen aangewezen dan het in tabel 4.183 aangegeven aantal.
Lid 5
Een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied met toegankelijkheidssector heeft ten minste een integraal toegankelijke badruimte per 500 m2 vloeroppervlakte aan bedgebied, op een geheel getal naar boven afgerond.
Lid 6
Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector heeft een aantal integraal toegankelijke badruimten van ten minste de getalswaarde van het aantal aanwezige badruimten gedeeld door 20, op een geheel getal naar boven afgerond.
Artikel 4.187
Lid 1
In een in artikel 4.186, eerste lid, bedoeld verblijfsgebied is ten minste een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 14 m2 bij een breedte van ten minste 3,2 m.
Lid 2
Een integraal toegankelijke toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,65 m x 2,2 m.
Lid 3
Een integraal toegankelijke badruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m x 1,8 m.
Lid 4
Een integraal toegankelijke badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m x 2,2 m.
Artikel 4.188
Lid 1
Een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die alleen door een toegankelijkheidssector voert.
Lid 2
Ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitend terrein en is een hoofdtoegang van het gebouw.
Lid 3
Een verkeersroute in een toegankelijkheidssector loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 1,2 m en een vrije hoogte van ten minste 2,1 m.
Lid 4
Een verkeersroute als bedoeld in het eerste lid voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie.
Lid 5
De toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.184, eerste lid, grenst aan een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector.
Artikel 4.189
Op ten minste een route tussen een punt in een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de vloer met aankleding, overbrugd door een lift of een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen een op die route gelegen hoofdtoegang van de toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m.
Artikel 4.190
Lid 1
De kooi van een lift als bedoeld in artikel 4.189 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 1,35 m.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid heeft de kooi van een lift in een woongebouw met meer dan zes woonfuncties een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m.
Lid 3
De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en de toegang van ten minste een lift als bedoeld in artikel 4.189 is ten hoogste 90 m. Als het tweede lid van toepassing is, wordt de loopafstand bepaald tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van ten minste een in het tweede lid bedoelde lift.
Artikel 4.191
Lid 1
Een bouwwerk is vanaf de openbare weg voldoende toegankelijk voor personen met een functiebeperking.
Lid 2
Als voor een gebruiksfunctie in tabel 4.191 regels zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid voldaan door naleving van die regels.
Tabel 4.191gebruiksfunctie
leden van toepassing
bereikbaarheid van een gebouw
artikel
lid
1
2
3
4
5
6
1
Woonfunctie
a.
woonwagen
–
–
–
–
–
–
b.
voor zorg met een g.o. > 500 m2
1
–
–
–
–
6
d
woonfunctie gelegen in woongebouw
1
2
–
6
c.
andere woonfunctie
–
–
3
–
–
6
2
Bijeenkomstfunctie
a.
voor alcoholgebruik
1
–
–
4
–
6
b.
voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater
1
–
–
4
–
6
c.
andere bijeenkomstfunctie
1
–
–
–
–
6
3
Celfunctie
1
–
–
–
–
6
4
Gezondheidszorgfunctie
1
–
–
4
–
6
5
Industriefunctie
a.
lichte industriefunctie
–
–
–
–
–
–
b.
andere industriefunctie
1
–
–
–
–
6
6
Kantoorfunctie
1
–
–
–
–
6
7
Logiesfunctie
1
–
–
–
–
6
8
Onderwijsfunctie
1
–
–
–
–
6
9
Sportfunctie
1
–
–
–
–
6
10
Winkelfunctie
1
–
–
4
–
6
11
Overige gebruiksfunctie
–
–
–
–
5
6
12
Bouwwerk geen gebouw zijnde
–
–
–
–
–
–
Artikel 4.192
Lid 1
Een hoofdtoegang van een gebouw met een toegankelijkheidssector grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad of steiger voert met:
een breedte van ten minste 1,1 m; en
bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m:
bij een verhard pad: een helling die voldoet aan artikel 4.30; en
bij een steiger: een hellingbaan als bedoeld in paragraaf 4.2.4.
Lid 2
Een hoofdtoegang van een woongebouw zonder toegankelijkheidssector grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:
een breedte van ten minste 1,1 m; en
bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
Lid 3
Een hoofdtoegang van een woonfunctie als bedoeld in artikel 4.182, tweede lid, die niet gelegen is in een woongebouw, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:
een breedte van ten minste 0,85 m; en
bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
Lid 4
Een hoofdtoegang van een gebruiksfunctie in een gebouw zonder toegankelijkheidssector, die rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitende terrein, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:
een breedte van ten minste 1,1 m; en
bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
Lid 5
De toegang van een buitenberging of de toegang van de gemeenschappelijk verkeersruimte naar een buitenberging als bedoeld in artikel 4.172, derde lid, grenst aan de openbare weg of grenst aan een route naar de openbare weg die over een verhard pad voert met:
een breedte van ten minste 1,1 m; en
bij een te overbruggen hoogteverschil op deze route van meer dan 0,02 m: een helling die voldoet aan artikel 4.30.
Lid 6
Een doorgang waardoor een in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde route voert, heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m.