Artikel 297 Faillissementswet

Lid 1

Onverminderd het bepaalde in artikel 296 is de schuldenaar zelfstandig bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.

Lid 2

De schuldenaar behoeft niettemin de toestemming van de bewindvoerder voor de volgende rechtshandelingen:

  1. het aangaan van een overeenkomst inzake krediet in de zin van de Wet op het financieel toezicht;

  2. overeenkomsten waarbij hij zich als borg of anderszins als medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt;

  3. giften, met uitzondering van de gebruikelijke, voorzover niet bovenmatig.

Lid 3

Een rechtshandeling in strijd met het tweede lid verricht, is vernietigbaar. Slechts de bewindvoerder kan deze vernietigingsgrond inroepen.

Wordt genoemd in: