Hoofdstuk 4. De verstrekking en het gebruik van gegevens

Artikel 21

Lid 1

De in de artikelen 9, 10, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a en het derde lid, onderdeel e, onder 1°, eerste gedachtestreepje, 11, 12, 13, 1416, tweede lid, en 16a, eerste lid, genoemde gegevens, de in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, bedoelde gegevens, en de krachtens wettelijk voorschrift gedeponeerde bescheiden, met uitzondering van de bescheiden, bedoeld in artikel 15a, derde lid, kunnen door een ieder worden ingezien.

Lid 2

Een handtekening kan niet in elektronische vorm worden ingezien.

Artikel 22

Lid 1

De Kamer verstrekt op elektronisch verzoek, indien gewenst in elektronische vorm, een afschrift van of uittreksel uit de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 21.

Lid 2

De Kamer verstrekt op elektronisch verzoek gegevens van algemene, feitelijke aard omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen uit het handelsregister ter bevordering van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening. Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen worden deze gegevens niet gerangschikt naar natuurlijke personen.

Lid 3

Een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt mede door de Kamer in behandeling genomen indien het op andere dan elektronische wijze is gedaan.

Lid 4

In afwijking van het eerste lid verstrekt de Kamer een handtekening niet in elektronische vorm.

Lid 5

Dit lid is nog niet in werking getreden.

Lid 6

De Kamer geeft een uiteindelijk belanghebbende op verzoek inzicht in het aantal keer dat zijn gegevens, bedoeld in artikel 15a, zijn verstrekt, met uitzondering van verstrekkingen aan de Financiële inlichtingen eenheid, bevoegde autoriteiten en bestuursorganen, instellingen of andere personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 28, tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de uiteindelijk belanghebbende inzicht kan krijgen.

Lid 7

Dit lid is nog niet in werking getreden.

Lid 8

De Kamer verstrekt aan een vennootschap of andere juridische entiteit op elektronisch verzoek, indien gewenst in elektronische vorm, een afschrift van haar gegevens, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onderdelen c en e.

Artikel 22a

Lid 1

De in artikel 15a, tweede lid, onderdelen c en e, bedoelde gegevens kunnen worden ingezien door:

  1. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme ten behoeve van een op grond van die wet of de Wet toezicht trustkantoren 2018 verplicht cliëntenonderzoek;

  2. een instelling als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdelen a tot en met m, van de Sanctiewet 1977 ten behoeve van de naleving van de bij of krachtens afdeling 5 van die wet bepaalde verplichtingen met betrekking tot het financieel verkeer.

Lid 2

Voor zover zij een aantoonbaar legitiem belang hebben bij inzage van de in het eerste lid bedoelde gegevens, kunnen die gegevens op verzoek tevens worden ingezien door bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van natuurlijke personen en rechtspersonen. Dit legitiem belang houdt verband met het voorkomen of bestrijden van witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten, of financieren van terrorisme.

Lid 3

Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid is toegewezen, stelt de kamer de uiteindelijk belanghebbende op wiens gegevens het verzoek ziet daarvan op de hoogte, alsmede van welk doel het verzoek dient.

Lid 4

Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing op verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Lid 5

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:

  1. de wijze waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens kunnen worden ingezien;

  2. de bij het inzien van die gegevens te stellen voorschriften;

  3. de wijze waarop een legitiem belang als bedoeld in het tweede lid kan worden aangetoond;

  4. het in behandeling nemen van een aanvraag om gegevens in te zien voor personen en rechtspersonen met een legitiem belang als bedoeld in het tweede lid en de beslissing op deze aanvraag; en

  5. het verlenen van een certificaat of het weigeren, opschorten of intrekken van de toegang, bedoeld in artikel 13, zesde tot en met achtste lid en tiende lid, van Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (PbEU 2024, L 2024/1640).

Lid 6

De in artikel 15a, tweede lid en derde lid, genoemde gegevens en bescheiden kunnen worden ingezien door degene die tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister is verplicht voor zover het die vennootschap of de andere juridische entiteit betreft.

Lid 7

De voordracht voor een krachtens het tweede of vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 23

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die in het handelsregister staan ingeschreven voor daarbij aangewezen gegevens of bescheiden of categorieën van gegevens of bescheiden, beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 21, 2222a en 28.

Artikel 24

Lid 1

Heeft de opgave van een gegeven ter inschrijving in het handelsregister betrekking op een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een Europese naamloze vennootschap, een Europees economisch samenwerkingsverband, een Europese coöperatieve vennootschap of een andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersoon of vennootschap, dan draagt de Kamer er zorg voor dat daarvan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad of een ander, even doeltreffend instrument, dat ten minste het gebruik van een systeem omvat dat in chronologische volgorde via een centraal elektronisch platform toegang tot de openbaar gemaakte informatie biedt.

Lid 2

Het eerste lid is mede van toepassing op een wijziging van het ingeschrevene en op een deponering van bescheiden.

Lid 3

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gegevens en bescheiden worden aangewezen waarvoor het eerste of tweede lid niet geldt.

Artikel 25

Lid 1

Op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 24 bedoelde mededeling niet hebben plaatsgevonden.

Lid 2

Indien de derde aantoont dat hij onmogelijk kennis heeft kunnen nemen van een mededeling als bedoeld in artikel 24 kan hij zich erop beroepen dat hij van het bekendgemaakte feit onkundig was, mits dit beroep betrekking heeft op hetgeen heeft plaatsgevonden binnen vijftien dagen nadat de mededeling was geschied. De Algemene Termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.

Lid 3

Degene aan wie een onderneming toebehoort, de ingeschreven rechtspersoon of degene die enig feit heeft opgegeven of verplicht is enig feit op te geven, kan aan derden die daarvan onkundig waren niet de onjuistheid of onvolledigheid van de inschrijving of van de in artikel 24 bedoelde mededeling tegenwerpen. Met de inschrijving wordt de deponering van bescheiden gelijkgesteld.

Lid 4

Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van:

  1. artikel 811, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

  2. opgaven betreffende aangelegenheden die ingevolge enig wettelijk voorschrift – niet zijnde Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, verordening 2137/85 of verordening 2157/2001 – ook op andere wijze worden bekend gemaakt;

  3. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens;

  4. de gegevens, bedoeld in artikel 15a, tweede lid, en de bescheiden, bedoeld in artikel 15a, derde lid.

Artikel 26

De Kamer draagt zorg voor mededeling aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van verordening 2137/85 en artikel 14, derde lid, van verordening 2157/2001.

Artikel 27

Lid 1

De volgende in het handelsregister ingeschreven ondernemingen of rechtspersonen zorgen ervoor dat op alle van die onderneming of die rechtspersoon uitgaande brieven, orders, facturen, offertes en andere aankondigingen, met uitzondering van reclames, is vermeld onder welk nummer deze in het handelsregister is ingeschreven:

  1. de in artikel 5 en 6, eerste lid, onderdeel a, genoemde ondernemingen en rechtspersonen;

  2. de in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, genoemde rechtspersonen, tenzij stukken uitgaan van een rechtspersoon waaraan geen onderneming toebehoort.

Lid 2

Het in het eerste lid bedoelde nummer is het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, of in artikel 13, onderdeel a.

Lid 3

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bepaalde. Een vrijstelling kan niet worden verleend:

  1. aan Europese economische samenwerkingsverbanden;

  2. voor zover het betreft brieven en orders, aan naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en Europese naamloze vennootschappen.