Artikel 52 Mededingingswet

Lid 1

Een machtiging als bedoeld in artikel 51, eerste lid, is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt:

  1. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;

  2. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;

  3. de wettelijke bepaling waarop de doorzoeking berust en het doel waartoe wordt doorzocht;

  4. de dagtekening.

Lid 2

Indien het doorzoeken dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.

Lid 3

De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven.

Dit artikel verwijst naar: