Afdeling 7. Bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren
Artikel 28q
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder btw-melding verstaan de melding waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de in elke lidstaat verschuldigde btw vast te stellen.
Artikel 28r
Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
niet in de Unie gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;
lidstaat van identificatie: de lidstaat waar de niet in de Unie gevestigde ondernemer verkiest opgave te doen van het begin van zijn activiteit als ondernemer op het grondgebied van de Unie overeenkomstig deze paragraaf;
lidstaat van verbruik: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 1b, wordt geacht te zijn verricht;
niet-Unieregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.
Artikel 28ra
Een niet in de Unie gevestigde ondernemer die diensten verricht voor een andere dan ondernemer die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, kan gebruik maken van de niet-Unieregeling. Deze niet-Unieregeling is van toepassing op alle aldus in de Unie verrichte diensten.
Artikel 28rb
Lid 1
De niet in de Unie gevestigde ondernemer doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn activiteit als ondernemer, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van de niet-Unieregeling gebruik te mogen maken. Deze opgave gebeurt langs elektronische weg.
Lid 2
De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie, doet de opgave, bedoeld in het eerste lid, bij de inspecteur.
Artikel 28rc
Lid 1
De mededeling die de niet in de Unie gevestigde ondernemer aan de lidstaat van identificatie doet wanneer zijn belastbare activiteiten beginnen, bevat de volgende bijzonderheden:
de naam;
het postadres;
de elektronische adressen, met inbegrip van websites;
in voorkomend geval, het nationale belastingnummer; en
een verklaring dat de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt.
Lid 2
De niet in de Unie gevestigde ondernemer doet de lidstaat van identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie.
Lid 3
De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie, doet de mededelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de inspecteur.
Lid 4
De ondernemer, bedoeld in het derde lid, wordt opgenomen in het identificatieregister niet-Unieregeling.
Lid 5
Indien degene die heeft gekozen voor Nederland als lidstaat van identificatie niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Artikel 28rd
Lid 1
Voor de toepassing van de niet-Unieregeling wordt door de lidstaat van identificatie aan de ondernemer een individueel btw-identificatienummer toegekend dat hem langs elektronische weg wordt meegedeeld.
Lid 2
De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie verkrijgt het individueel btw-identificatienummer, bedoeld in het eerste lid, van de inspecteur.
Artikel 28re
Lid 1
De niet in de Unie gevestigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister in de volgende gevallen:
indien hij meldt dat hij niet langer diensten verricht die onder de niet-Unieregeling vallen;
indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten beëindigd zijn;
hij vervult niet langer de voorwaarden om van de niet-Unieregeling gebruik te mogen maken;
hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de niet-Unieregeling.
Lid 2
De verwijdering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.
Artikel 28rf
Lid 1
De niet in de Unie gevestigde ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-melding in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet onder de niet-Unieregeling vallende diensten zijn verricht. De btw-melding wordt uiterlijk voor het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de melding betrekking heeft, ingediend.
Lid 2
De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie dient de in het eerste lid bedoelde btw-melding in bij de inspecteur.
Artikel 28rg
Lid 1
De btw-melding bevat het individueel btw-identificatienummer voor de toepassing van de niet-Unieregeling en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het belastingtijdvak verrichte diensten die onder de niet-Unieregeling vallen, en het totale bedrag van de belasting daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de btw-melding vermeld.
Lid 2
Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen, uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding moest worden ingediend overeenkomstig artikel 28rf. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
Lid 3
Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
Artikel 28rh
Lid 1
De btw-melding wordt in euro verricht.
Lid 2
Indien de vergoeding voor diensten is uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro hanteert de niet in de Unie gevestigde ondernemer, in afwijking van artikel 8, zesde lid, bij de invulling van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Artikel 28ri
Lid 1
De niet in de Unie gevestigde ondernemer voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende btw-melding, zulks op het moment dat de btw-melding wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de btw-melding moet worden ingediend. De belasting wordt overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro, dan wel naar een bankrekening in hun eigen valuta van lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, indien die lidstaten dat eisen.
Lid 2
De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie voldoet de btw bij de ontvanger.
Artikel 28rj
De niet in de Unie gevestigde ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, past geen aftrek van belasting toe als bedoeld in artikel 168 van BTW-richtlijn 2006. In afwijking van artikel 1, eerste lid, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG 1986, L 326) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn. Artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 4, tweede lid, van die richtlijn zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder de niet-Unieregeling vallende diensten.
Indien de ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de niet-Unieregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.
Artikel 28rk
Lid 1
Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland verrichte diensten, ongeacht de keuze van lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 2
Indien het totaal van de belasting op de btw-melding voor Nederland over een belastingtijdvak negatief is, wordt de btw-melding voor dat totaal aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van belasting.
Lid 3
De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking
Lid 4
Op de verzoeken om teruggaaf van belasting is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 28rl
Lid 1
De niet in de Unie gevestigde ondernemer voert van alle handelingen waarop de niet-Unieregeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de btw-melding te bepalen.
Lid 2
Desgevraagd moet de in het eerste lid bedoelde boekhouding langs elektronische weg aan de lidstaat van identificatie en aan de lidstaat van verbruik beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.
Artikel 28s
Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft;
lidstaat van identificatie:
in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in de Unie heeft gevestigd: de lidstaat waar die zetel zich bevindt; of
in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd: de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft; of
in het geval de ondernemer niet in de Unie is gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft: de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt, waarin de ondernemer meldt dat hij van de Unieregeling gebruik maakt. De ondernemer is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden; of
in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft: de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt. Indien er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, vermeldt de ondernemer welke van deze lidstaten de lidstaat van identificatie is. De ondernemer is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden;
lidstaat van verbruik:
in het geval van de verrichting van een dienst: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 1b, wordt geacht te zijn verricht; of
in het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer; of
in het geval van de levering van goederen door een ondernemer die deze levering faciliteert overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt: deze lidstaat;
Unieregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.
Artikel 28sa
Lid 1
Van de Unieregeling kan worden gebruik gemaakt door:
een ondernemer die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht;
een ondernemer die de levering van goederen faciliteert overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
een niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer die diensten verricht voor andere dan ondernemers.
Lid 2
De Unieregeling is van toepassing op alle door de betrokken ondernemer in de Unie geleverde goederen of verrichte diensten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 28sb
Lid 1
Een ondernemer doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn onder de Unieregeling vallende activiteiten, alsmede van de wijzigingen ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van de Unieregeling gebruik te mogen maken. Deze opgave wordt langs elektronische weg verstrekt.
Lid 2
De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie doet de in het eerste lid bedoelde opgave bij de inspecteur.
Lid 3
De ondernemer wordt bij opgave van het begin van zijn onder de Unieregeling vallende activiteiten opgenomen in het identificatieregister Unieregeling.
Lid 4
Indien degene die heeft gekozen voor Nederland als lidstaat van identificatie niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Artikel 28sc
Lid 1
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie uitgesloten van de Unieregeling en verwijderd uit het identificatieregister in elk van de volgende gevallen:
indien hij meldt dat hij niet langer leveringen van goederen of diensten verricht die onder de Unieregeling vallen;
indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten beëindigd zijn;
hij vervult niet langer de voorwaarden om van de Unieregeling gebruik te mogen maken;
hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de Unieregeling.
Lid 2
De uitsluiting bedoeld in het eerste lid geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.
Artikel 28sd
Lid 1
De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, dient voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een btw-melding in bij de lidstaat van identificatie, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen of diensten zijn verricht die onder de Unieregeling vallen. De btw-melding wordt vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het kalenderkwartaal waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.
Lid 2
De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie dient de in het eerste lid bedoelde btw-melding in bij de inspecteur.
Artikel 28se
Lid 1
De btw-melding bevat het aan de ondernemer toegekende btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige belasting, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende gedurende het kalenderkwartaal verrichte leveringen die onder de Unieregeling vallen:
intracommunautaire afstandsverkopen van goederen;
goederenleveringen overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
diensten.
Lid 2
De btw-melding bevat ook de wijzigingen met betrekking tot voorgaande belastingtijdvakken, bedoeld in het achtste lid.
Lid 3
Wanneer goederen worden verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie, bevat de btw-melding ook:
het totale bedrag exclusief btw;
de toepasselijke btw-tarieven;
het totale bedrag van de overeenkomstige belasting, uitgesplitst naar belastingtarieven; en
de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder de Unieregeling vallen, voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:
intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die niet via een ondernemer verlopen overeenkomstig artikel 3c, tweede lid;
intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en goederenleveringen door een ondernemer overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien de verzending of het vervoer van de goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.
Lid 4
Met betrekking tot de leveringen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, onder i, bevat de btw-melding ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van de desbetreffende lidstaten is toegekend.
Lid 5
Met betrekking tot de leveringen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, onder ii, bevat de btw-melding ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van de desbetreffende lidstaten is toegekend, indien beschikbaar.
Lid 6
De btw-melding bevat de informatie, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.
Lid 7
Indien de ondernemer die onder de Unieregeling vallende diensten verricht, behalve in de lidstaat van identificatie in een of meer andere lidstaten één of meer vaste inrichtingen heeft van waaruit de diensten worden verricht, bevat de btw-melding, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik:
het totale bedrag exclusief btw;
de toepasselijke btw-tarieven;
het totale bedrag van de overeenkomstige belasting en de totale verschuldigde belasting over die leveringen; en
het individueel btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.
Lid 8
Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke melding moest worden ingediend overeenkomstig artikel 28sd. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het kalenderkwartaal en het btw-bedrag waarvoor de wijzigingen nodig zijn, vermeld.
Lid 9
Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
Artikel 28sf
Lid 1
De btw-melding wordt in euro verricht.
Lid 2
Indien de goederenleveringen en diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, bij het invullen van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Artikel 28sg
Lid 1
De ondernemer die gebruikmaakt van de Unieregeling, betaalt de btw, onder verwijzing naar de betreffende btw-melding, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de btw-melding moet worden ingediend. De btw wordt overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro, dan wel naar een bankrekening in hun eigen valuta van lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, indien die lidstaten dat eisen.
Lid 2
De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie betaalt de btw bij de ontvanger.
Artikel 28sh
De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, past met betrekking tot zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten, geen aftrek toe als bedoeld in artikel 168 van BTW-richtlijn 2006 voor de betaalde voorbelasting. In afwijking van artikel 2, eerste lid, artikel 3 en artikel 8, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn.
Indien de ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de Unieregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.
Artikel 28si
Lid 1
Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland verrichte handelingen als bedoeld in deze paragraaf, ongeacht de keuze van de lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 2
Indien het totaal van de belasting op de btw-melding voor Nederland over een belastingtijdvak negatief is, wordt de btw-melding voor dat totaal aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van belasting.
Lid 3
De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking
Lid 4
Op de verzoeken om teruggaaf van belasting is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 28sj
Lid 1
De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, voert van alle onder de Unieregeling vallende handelingen een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de btw-melding te bepalen.
Lid 2
Desgevraagd moet de in het eerste lid bedoelde boekhouding langs elektronische weg aan de lidstaat van verbruik en aan de lidstaat van identificatie beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.
Artikel 28t
Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen hebben afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen uitsluitend betrekking op goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150.
Artikel 28ta
Lid 1
Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
niet in de Unie gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;
tussenpersoon: een in de Unie gevestigde persoon die door de ondernemer die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht, is aangewezen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in naam en voor rekening van de ondernemer de in de invoerregeling vastgestelde verplichtingen moet nakomen;
lidstaat van identificatie:
wanneer de ondernemer niet in de Unie is gevestigd, de lidstaat waar hij verkiest zich te registreren;
wanneer de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de ondernemer meldt dat hij van de invoerregeling gebruik zal maken;
wanneer de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;
wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;
wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd, maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de tussenpersoon meldt dat hij van de invoerregeling gebruik zal maken;
lidstaat van verbruik: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer;
invoerregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.
Lid 2
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, onder 2° en 5°, is de ondernemer of tussenpersoon wanneer hij meer dan één vaste inrichting in de Unie heeft, gebonden door zijn beslissing betreffende de aanwijzing van de lidstaat van vestiging gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.
Artikel 28tb
Lid 1
De volgende ondernemers die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verrichten kunnen gebruik maken van de invoerregeling:
elke in de Unie gevestigde ondernemer die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht;
elke al dan niet in de Unie gevestigde ondernemer die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht, en die door een in de Unie gevestigde tussenpersoon is vertegenwoordigd;
elke ondernemer die gevestigd is in een derde-land waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijds bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PbEU 2010, L 84) en Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2010, L 268), en die afstandsverkopen van goederen vanuit dat derde-land verricht.
Lid 2
De ondernemers passen de invoerregeling toe op al hun afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen.
Lid 3
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, kan een ondernemer slechts één tussenpersoon tegelijk aanwijzen.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing en de invordering, regels worden gesteld met betrekking tot de tussenpersoon.
Artikel 28tc
Lid 1
Voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen waarvan de btw-melding wordt gedaan in het kader van de invoerregeling, vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip van levering.
Lid 2
De goederen worden geacht te zijn geleverd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.
Artikel 28td
Lid 1
De ondernemer die van de invoerregeling gebruik maakt, of een voor zijn rekening handelende tussenpersoon, doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn activiteit in het kader van de invoerregeling, alsmede van de wijzigingen ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van de invoerregeling gebruik te mogen maken. Deze informatie wordt langs elektronische weg verstrekt.
Lid 2
Wanneer de ondernemer kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie doet hij of zijn tussenpersoon de in het eerste lid bedoelde opgave bij de inspecteur.
Lid 3
De ondernemer en de tussenpersoon bedoeld in het tweede lid worden opgenomen in het identificatieregister invoerregeling.
Artikel 28te
Lid 1
De mededeling die de ondernemer die geen beroep doet op een tussenpersoon, aan de lidstaat van identificatie doet voordat hij van de invoerregeling gebruik begint te maken, bevat de volgende bijzonderheden:
de naam;
het postadres;
het elektronisch adres, met inbegrip van websites;
het btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer.
Lid 2
De mededeling die de tussenpersoon aan de lidstaat van identificatie doet voordat hij van de invoerregeling gebruik begint te maken voor rekening van een ondernemer, bevat de volgende bijzonderheden:
de naam;
het postadres;
het elektronisch adres;
het btw-identificatienummer.
Lid 3
De informatie die de tussenpersoon moet verstrekken aan de lidstaat van identificatie voor elke ondernemer die hij vertegenwoordigt voordat die ondernemer van de invoerregeling gebruik begint te maken, dient de volgende gegevens te bevatten:
de naam;
het postadres;
het elektronisch adres, met inbegrip van websites;
het btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer;
het individuele identificatienummer, bedoeld in artikel 28tf, tweede lid.
Lid 4
Een ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt of, in voorkomend geval, zijn tussenpersoon doet de lidstaat van identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie. Voor Nederland als lidstaat van identificatie wordt deze mededeling gedaan aan de inspecteur.
Artikel 28tf
Lid 1
De ondernemer die gebruikmaakt van de invoerregeling wordt voor de toepassing van de invoerregeling een individueel btw-identificatienummer toegekend door de lidstaat van identificatie die hem dit nummer langs elektronische weg meedeelt.
Lid 2
Een tussenpersoon wordt door de lidstaat van identificatie een individueel identificatienummer toegekend dat hem door die lidstaat langs elektronische weg wordt meegedeeld.
Lid 3
De tussenpersoon wordt door de lidstaat van identificatie een individueel btw-identificatienummer toegekend voor de toepassing van de invoerregeling ten aanzien van iedere ondernemer waarvoor hij is aangesteld.
Lid 4
Het btw-identificatienummer, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt uitsluitend gebruikt voor de toepassing van de invoerregeling.
Lid 5
De ondernemer of tussenpersoon die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie verkrijgt de btw-identificatienummers, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, van de inspecteur.
Lid 6
Indien degene die heeft gekozen voor Nederland als lidstaat van identificatie niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Artikel 28tg
Lid 1
De niet van een tussenpersoon gebruikmakende ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie uit het identificatieregister invoerregeling verwijderd in de volgende gevallen:
de ondernemer deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht;
er kan anderszins worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten betreffende afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen, beëindigd zijn;
hij vervult niet langer de voorwaarden om van de invoerregeling gebruik te mogen maken;
hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling.
Lid 2
De tussenpersoon wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister invoerregeling in de volgende gevallen:
hij heeft gedurende twee opeenvolgende kalenderkwartalen niet gehandeld als tussenpersoon voor rekening van een ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt;
hij vervult niet langer de andere voorwaarden om als tussenpersoon te kunnen optreden;
hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling.
Lid 3
De door een tussenpersoon vertegenwoordigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister invoerregeling in de volgende gevallen:
de tussenpersoon deelt de lidstaat van identificatie mee dat deze ondernemer niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht;
er kan anderszins worden aangenomen dat de belastbare activiteiten van deze ondernemer betreffende afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen, beëindigd zijn;
de ondernemer vervult niet langer de voorwaarden om van de invoerregeling gebruik te mogen maken;
de ondernemer voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling;
de tussenpersoon deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij deze ondernemer niet langer vertegenwoordigt.
Lid 4
De verwijdering bedoeld in de voorgaande leden geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.
Artikel 28th
Lid 1
De ondernemer die van de invoerregeling gebruik maakt, of zijn tussenpersoon dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-melding in voor elke kalendermaand, ongeacht of al dan niet afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen zijn verricht. De btw-melding wordt uiterlijk ingediend voor het einde van de kalendermaand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de melding betrekking heeft.
Lid 2
Wanneer de ondernemer voor Nederland als lidstaat van identificatie heeft gekozen dient hij of zijn tussenpersoon de in het eerste lid bedoelde btw-melding in bij de inspecteur.
Artikel 28ti
Lid 1
De btw-melding bevat het btw-identificatienummer, bedoeld in artikel 28tf, van de ondernemer en in voorkomend geval van zijn tussenpersoon en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:
het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen waarvoor de btw gedurende het belastingtijdvak verschuldigd is geworden;
het totale bedrag van de btw daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven; en
de geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting.
Lid 2
Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding overeenkomstig artikel 28th moest worden ingediend in een volgende btw-melding opgenomen. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
Lid 3
Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
Artikel 28tj
Lid 1
De btw-melding wordt in euro verricht.
Lid 2
Indien de leveringen in een andere munteenheid luiden, hanteert de ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, of zijn tussenpersoon, bij het invullen van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van de desbetreffende kalendermaand. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Artikel 28tk
Lid 1
De ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, of zijn tussenpersoon, voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende btw-melding, uiterlijk bij het verstrijken van het moment waarop de btw-melding moet worden ingediend. De belasting wordt overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro, dan wel naar een bankrekening in hun eigen valuta van lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, indien die lidstaten dat eisen.
Lid 2
De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie voldoet de btw bij de ontvanger.
Artikel 28tl
Lid 1
De ondernemer die van de invoerregeling gebruik maakt, past met betrekking tot de voorbelasting die verband houdt met zijn aan de invoerregeling onderworpen belastbare activiteiten geen btw-aftrek toe in de lidstaten van verbruik overeenkomstig artikel 168 van BTW-richtlijn 2006. In afwijking van artikel 1, onderdeel 1, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG 1986, L 326) en artikel 2, eerste lid, en artikel 3 van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijnen. Artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 4, tweede lid, van genoemde Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder de invoerregeling vallende goederen.
Lid 2
Indien de ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de invoerregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de invoerregeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.
Artikel 28tm
Lid 1
Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland geleverde goederen als bedoeld in deze paragraaf, ongeacht de keuze van de lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 2
Indien het totaal van de belasting op de btw-melding voor Nederland over een belastingtijdvak negatief is, wordt de btw-melding voor dat totaal aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van belasting.
Lid 3
De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking
Lid 4
Op de verzoeken om teruggaaf van belasting is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 28tn
Lid 1
De ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, voert van alle onder de invoerregeling vallende handelingen een boekhouding. Een tussenpersoon voert voor alle door hem vertegenwoordigde ondernemers een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
Lid 2
Desgevraagd moet de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg aan de lidstaat van verbruik en aan de lidstaat van identificatie beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaren na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.