Hoofdstuk V. Bijzondere regelingen

Artikel 25

Lid 1

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. jaaromzet in Nederland: het totaal van de vergoedingen ter zake van de volgende leveringen van goederen en diensten verricht door een ondernemer binnen Nederland gedurende een kalenderjaar:

    1. leveringen van goederen en diensten, voor zover die zonder toepassing van artikel 25a, eerste lid, belast zouden zijn in Nederland;

    2. leveringen van goederen en diensten die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekerings- en herverzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;

    3. leveringen van goederen waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; en

    4. leveringen van goederen en diensten waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend;

  2. jaaromzet in de Unie: de jaaromzet in Nederland en het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006, verricht door een ondernemer binnen de andere lidstaten van de Unie gedurende een kalenderjaar.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij de vaststelling van de jaaromzet in Nederland niet in aanmerking genomen de vergoeding voor de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte:

  1. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; en

  2. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop de ondernemer zou kunnen afschrijven indien diegene aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.

Artikel 25a

Lid 1

Een ondernemer die in Nederland is gevestigd en van wie de jaaromzet in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van vrijstelling van belasting ter zake van door de ondernemer in Nederland verrichte leveringen van goederen en diensten.

Lid 2

Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd kan kiezen voor toepassing van de vrijstelling mits tevens aan de voorwaarde is voldaan dat de jaaromzet in de Unie niet meer bedraagt dan € 100.000.

Lid 3

De vrijstelling is niet van toepassing op de levering van:

  1. nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de verkoper of afnemer worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat; en

  2. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt.

Lid 4

De ondernemer die de vrijstelling toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.

Lid 5

De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in Nederland is gevestigd, na een melding aan de inspecteur, vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat minimaal vier weken na ontvangst van de melding aanvangt. De melding geschiedt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze en bevat ten minste de jaaromzet in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar en de jaaromzet in Nederland tijdens het kalenderjaar tot aan de melding. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.

Lid 6

De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, ingeval van:

  1. een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, derde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd het individuele nummer aan de ondernemer mededeelt volgens de in die lidstaat geldende regelgeving; of

  2. een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd, het individuele nummer aan de ondernemer bevestigt naar aanleiding van de actualisering die deze heeft uitgevoerd volgens de in die lidstaat geldende regelgeving.

De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de toepassing van de vrijstelling ingeval de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt in het voorafgaande kalenderjaar of tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving.

Lid 7

De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging wordt door de ondernemer gedaan bij de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het eerstvolgende kalenderkwartaal dat minimaal vier weken na ontvangst van de wederopzegging aanvangt. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.

Lid 8

De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging geschiedt door middel van een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de ontvangst van de actualisering door de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd. Ingeval de actualisering in de laatste maand van een kalenderkwartaal is ontvangen, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van de tweede maand van het volgende kalenderkwartaal. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.

Lid 9

Een ondernemer komt niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt. Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, komt ook niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in de Unie het bedrag, genoemd in het tweede lid, overschrijdt. In de hiervoor bedoelde gevallen komt de ondernemer ook niet in aanmerking voor de vrijstelling in het daaropvolgende kalenderjaar of is de vrijstelling niet langer van toepassing voor de levering van het goed of de dienst waardoor die overschrijding tot stand komt, gedurende het resterende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 25b

Lid 1

Een ondernemer die in Nederland is gevestigd kan de vrijstelling toepassen zonder de melding te doen, bedoeld in artikel 25a, vijfde lid, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de jaaromzet in Nederland bedraagt niet meer dan het bij ministeriële regeling vastgestelde bedrag;

  2. de ondernemer heeft zich voor de omzetbelasting niet gemeld bij de inspecteur of de Kamer van Koophandel en is daartoe ook niet verplicht; en

  3. de ondernemer past de vrijstelling, bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006, niet toe in andere lidstaten.

Lid 2

De ondernemer die de vrijstelling toepast, is ontheven van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 34, 34c tot en met 35b en 37a.

Lid 3

Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de aan de ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten, bedoeld in:

  1. artikel 12, tweede, derde en vijfde lid; en

  2. artikel 17f tenzij het een verworven goed betreft als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 25c

Lid 1

Een ondernemer die in Nederland is gevestigd, moet voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006, in één of meer andere lidstaten ter zake van door de ondernemer in die lidstaten verrichte leveringen van goederen en diensten:

  1. een voorafgaande kennisgeving richten aan de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze; en

  2. in Nederland door de inspecteur zijn geïdentificeerd door een individueel nummer met het achtervoegsel «EX».

Lid 2

De ondernemer stelt de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze, door middel van een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, vooraf in kennis van iedere wijziging van de informatie in de kennisgeving. Deze actualisering is inclusief het voornemen de vrijstelling toe te passen in één of meer andere lidstaten dan aangegeven in de voorafgaande kennisgeving en de beslissing om de toepassing van de vrijstelling in één of meer andere lidstaten waar de ondernemer niet is gevestigd, te beëindigen.

Lid 3

De vrijstelling geldt, ingeval van:

  1. een voorafgaande kennisgeving, vanaf de datum waarop de inspecteur het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» aan de ondernemer mededeelt; of

  2. een actualisering van een voorafgaande kennisgeving, vanaf de datum waarop de inspecteur het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» aan de ondernemer bevestigt naar aanleiding van de actualisering die deze heeft uitgevoerd.

Lid 4

De beëindiging van de toepassing van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de ontvangst van de informatie van de ondernemer of, indien die informatie in de laatste maand van een kalenderkwartaal wordt ontvangen, op de eerste dag van de tweede maand van het eerstvolgende kalenderkwartaal.

Lid 5

De inspecteur deelt het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» mede of bevestigt dit nummer aan de ondernemer binnen 35 werkdagen na ontvangst van de voorafgaande kennisgeving onderscheidenlijk de actualisering van de voorafgaande kennisgeving, tenzij:

  1. de jaaromzet in de Unie meer bedraagt dan € 100.000 in het voorafgaande kalenderjaar of tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving of de actualisering daarvan; of

  2. de lidstaat die de vrijstelling verleent aan de inspecteur meldt dat de omzetdrempel, bedoeld in artikel 284, tweede lid, onderdeel b, van de BTW-richtlijn 2006, tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving of de actualisering daarvan is overschreden, of dat niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 288 bis, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006.

In geval onderdeel a toepassing vindt, beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Lid 6

De termijn, bedoeld in het vijfde lid, is niet van toepassing in bijzondere gevallen waarin, met het oog op het voorkomen van belastingontduiking of -ontwijking, meer tijd nodig is om de noodzakelijke controles uit te voeren.

Artikel 25d

Lid 1

De voorafgaande kennisgeving bevat ten minste de volgende informatie:

  1. de naam, de activiteit, de rechtsvorm en het adres van de ondernemer;

  2. de lidstaat of lidstaten waar de ondernemer voornemens is de vrijstelling toe te passen;

  3. het totaal van de vergoedingen ter zake van de leveringen van goederen en diensten die in het voorafgaande kalenderjaar zijn verricht in Nederland en in elk van de andere lidstaten; en

  4. het totaal van de vergoedingen ter zake van de leveringen van goederen en diensten verricht in Nederland en in elk van de andere lidstaten, tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, verstrekt de ondernemer de informatie voor de twee voorafgaande kalenderjaren voor elke lidstaat die overeenkomstig artikel 288 bis, eerste lid, eerste alinea, van de BTW-richtlijn 2006 de periode heeft verlengd tot twee kalenderjaren.

Lid 3

Indien de ondernemer de inspecteur in kennis stelt van zijn voornemen de vrijstelling toe te gaan passen in één of meer andere lidstaten dan aangegeven in de voorafgaande kennisgeving, hoeft deze ondernemer de eerder krachtens artikel 25e verstrekte informatie niet opnieuw te verstrekken.

Lid 4

De actualisering van de voorafgaande kennisgeving bevat steeds het individuele nummer met het achtervoegsel «EX».

Artikel 25e

Lid 1

Een ondernemer die in Nederland is gevestigd en de vrijstelling toepast in één of meer andere lidstaten, verstrekt aan de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze, onder vermelding van zijn individuele nummer met het achtervoegsel «EX», over ieder kalenderkwartaal de volgende informatie:

  1. het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten die tijdens het kalenderkwartaal zijn verricht in Nederland, of «0» indien geen leveringen van goederen of diensten zijn verricht; en

  2. het totaal van de vergoedingen ter zake van leveringen van goederen en diensten die tijdens het kalenderkwartaal zijn verricht in de andere lidstaten, of «0» indien geen leveringen van goederen of diensten zijn verricht.

Lid 2

De ondernemer verstrekt de informatie binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kalenderkwartaal.

Lid 3

Ingeval de jaaromzet in de Unie het bedrag van € 100.000 overschrijdt, stelt de ondernemer de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze binnen 15 werkdagen hiervan in kennis. Tegelijkertijd meldt de ondernemer het bedrag van de leveringen van goederen en diensten die zijn verricht vanaf het begin van het lopende kalenderkwartaal tot de datum waarop het bedrag van € 100.000 werd overschreden.

Lid 4

De te verstrekken informatie bevat geen informatie die de ondernemer reeds eerder ingevolge artikel 25c, eerste lid, in samenhang met artikel 25d heeft verstrekt.

Lid 5

Indien het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» wordt medegedeeld in het kalenderkwartaal dat volgt op het kalenderkwartaal waarin de voorafgaande kennisgeving is ingediend, verstrekt de ondernemer de informatie, bedoeld in het eerste lid, voor de periode vanaf de voorafgaande kennisgeving tot en met het einde van het kalenderkwartaal waarin de voorafgaande kennisgeving is ingediend.

Lid 6

De ondernemer verstrekt de informatie, bedoeld in het vijfde lid, op een door de inspecteur voorgeschreven wijze binnen één maand te rekenen vanaf het einde van het kalenderkwartaal waarin het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» is medegedeeld.

Artikel 25f

Lid 1

Voor de toepassing van artikel 25d, eerste lid, onderdelen c en d, en artikel 25e, eerste lid, geldt het volgende:

  1. voor zover de leveringen van goederen en diensten zijn verricht in Nederland, bestaat het totaal van de vergoedingen uit de vergoedingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, met uitzondering van de vergoedingen, bedoeld in artikel 25, tweede lid;

  2. voor zover de leveringen van goederen en diensten zijn verricht in een andere lidstaat, bestaat het totaal van de vergoedingen uit de vergoedingen, bedoeld in artikel 288 van de BTW-richtlijn 2006;

  3. het totaal van de vergoedingen wordt uitgedrukt in euro’s; en

  4. ingeval een andere lidstaat voor toepassing van de vrijstelling verschillende drempels hanteert als bedoeld in artikel 284, eerste lid, tweede alinea, van de BTW-richtlijn 2006, is de ondernemer verplicht met betrekking tot deze lidstaat het totaal van de vergoedingen ter zake van de leveringen van goederen en diensten voor elke drempel die van toepassing kan zijn, afzonderlijk te verstrekken.

Lid 2

Indien een vergoeding ter zake van leveringen van goederen of diensten in een andere munteenheid dan de euro is uitgedrukt, hanteert de ondernemer de wisselkoers die gold op de eerste dag van het kalenderjaar. De omrekening geschiedt met toepassing van de wisselkoers die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, indien die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 25g

Lid 1

De inspecteur deactiveert onverwijld het individuele nummer met het achtervoegsel «EX», of, indien de ondernemer de vrijstelling blijft toepassen in één of meer andere lidstaten, past onverwijld de ontvangen informatie aan, bedoeld in artikel 25c, eerste en tweede lid, ten aanzien van de betrokken lidstaat of lidstaten, in de volgende gevallen:

  1. de jaaromzet in de Unie overschrijdt het bedrag van € 100.000;

  2. de lidstaat die de vrijstelling verleent, heeft gemeld dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de vrijstelling of dat de vrijstelling niet langer van toepassing is in die lidstaat;

  3. de ondernemer heeft de beslissing om de toepassing van de vrijstelling te beëindigen gemeld bij de inspecteur;

  4. de ondernemer heeft gemeld bij de inspecteur, of er kan anderszins worden aangenomen, dat zijn werkzaamheden zijn beëindigd; of

  5. de ondernemer is niet langer gevestigd in Nederland.

Lid 2

De beslissing van de inspecteur tot deactiveren van het individuele nummer met het achtervoegsel «EX» of de aanpassing van de ontvangen informatie, bedoeld in artikel 25c, eerste en tweede lid, wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking in de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, d en e.

Artikel 26

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld volgens welke daarbij aangewezen ondernemers die niet aan ondernemers plegen te leveren of diensten plegen te bewijzen, de belasting ter zake van leveringen en diensten worden verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding wordt voldaan; alsdan wordt de belasting berekend over de voldane vergoeding.

Artikel 27

Vervallen

Artikel 28

Vervallen

Artikel 28a

De heffing van omzetbelasting ter zake van de intracommunautaire verwerving van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten, geschiedt met overeenkomstige toepassing van de voor de accijns geldende regels, indien de verwerving wordt verricht door ondernemers of rechtspersonen, andere dan ondernemers, waarvoor artikel 1a, tweede lid, toepassing vindt ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsgoederen.

Artikel 28b

Lid 1

Ingeval een wederverkoper gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten levert, wordt, in afwijking van artikel 8, eerste lid, de belasting berekend over de winstmarge. De winstmarge is het verschil tussen de vergoeding en hetgeen ter zake van de levering van een dergelijk goed aan de wederverkoper door hem is of moet worden voldaan.

Lid 2

Het eerste lid is slechts van toepassing indien het goed aan de wederverkoper is geleverd door:

  1. een ander dan een ondernemer;

  2. een ondernemer, met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r;

  3. een ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, toepast, mits het een in zijn bedrijf gebruikte roerende zaak betreft waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen;

  4. een andere wederverkoper, met toepassing van het eerste lid; of

  5. een ondernemer of een wederverkoper uit een andere lidstaat, mits het een levering is als bedoeld in artikel 314, onder b, c of d, van de BTW-richtlijn 2006.

Artikel 28c

Lid 1

Indien de bij deze wet behorende tabel I, onderdeel a, post 29, niet van toepassing is op de levering aan de wederverkoper, de invoer door de wederverkoper of de door de wederverkoper verrichte intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, is op verzoek van de wederverkoper artikel 28b, eerste lid, van overeenkomstige toepassing op de leveringen van:

  1. kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd door:

    1. de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel; of

    2. een ondernemer, andere dan een wederverkoper;

  2. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd, met dien verstande dat alsdan de winstmarge het verschil is tussen de vergoeding en de douanewaarde vermeerderd met de ter zake van de invoer in Nederland verschuldigde omzetbelasting.

Lid 2

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks tot wederopzegging door belanghebbende doch ten minste voor twee kalenderjaren. Een hernieuwd verzoek kan eerst twee jaren na die wederopzegging worden ingewilligd.

Artikel 28d

Lid 1

In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen wordt, in afwijking in zoverre van de artikelen 28b en 28c, ter zake van leveringen van goederen waarop een zelfde tarief wordt toegepast, de belasting berekend over de winstmarge per tijdvak van aangifte. Deze winstmarge is het verschil tussen de som van de vergoedingen ter zake van die leveringen in dat tijdvak en de som van hetgeen in dat tijdvak door de wederverkoper is of moet worden voldaan ter zake van in artikel 28b, tweede lid, en 28c, eerste lid, bedoelde leveringen of invoer van dergelijke goederen.

Lid 2

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken op grond van bepalingen krachtens het eerste lid.

Artikel 28e

In afwijking van artikel 15 vindt geen aftrek plaats:

  1. ingeval de artikelen 28b, 28c of 28d toepassing vinden, van de belasting welke begrepen is in het door de wederverkoper in rekening gebrachte bedrag; en

  2. ingeval artikel 28c toepassing vindt, van de belasting welke aan de wederverkoper in rekening is gebracht ter zake van de aan hem verrichte levering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel, of van de belasting welke de wederverkoper verschuldigd is geworden ter zake van de invoer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel.

Artikel 28f

Lid 1

In afwijking van de artikelen 28b en 28c is de wederverkoper ter zake van elk van zijn leveringen die voor toepassing van die artikelen in aanmerking komen, gerechtigd de belasting te berekenen overeenkomstig artikel 8, eerste lid.

Lid 2

Ingeval het eerste lid toepassing vindt, vindt aftrek plaats van de belasting die ingevolge artikel 28e, onderdeel b, niet in aftrek is gebracht. Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt ter zake van de levering door de wederverkoper.

Artikel 28g

Artikel 12, derde lid, is niet van toepassing ten aanzien van een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, die goederen levert met toepassing van artikel 28b, 28c of 28d.

Artikel 28h

Lid 1

Ingeval de wederverkoper goederen levert met toepassing van artikel 28b, 28c of 28d, wordt voor de toepassing van artikel 35a, eerste lid, onderdeel h , de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding.

Lid 2

Het is de wederverkoper die goederen levert met toepassing van artikel 28b, 28c of 28d niet toegestaan om de belasting afzonderlijk te vermelden op de ter zake van die levering uit te reiken factuur.

Lid 3

Artikel 35a, eerste lid, onderdeel j , is niet van toepassing ter zake van leveringen door wederverkopers met toepassing van de artikelen 28b, 28c of 28d.

Artikel 28i

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze afdeling.

Artikel 28j

Lid 1

In deze wet en in de daarop berustende bepalingen wordt onder beleggingsgoud verstaan:

  1. goud, in de vorm van staven of plaatjes met een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995/1000, al dan niet belichaamd in effecten, doch met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram;

  2. gouden munten die:

    1. een zuiverheid van ten minste 900/1000 hebben;

    2. na 1800 zijn geslagen;

    3. in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd;

    4. normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80% overschrijdt;

  3. gouden munten die zijn opgenomen in de lijst die de Europese Commissie elk jaar publiceert in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie en die daarmee worden geacht aan de in onderdeel b opgenomen criteria te voldoen gedurende het hele jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd.

Lid 2

De in het eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde gouden munten worden, voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, geacht niet wegens hun numismatische belang te worden verkocht.

Artikel 28k

Van de belasting zijn vrijgesteld:

  1. de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van beleggingsgoud, waaronder begrepen beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet-toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder begrepen, in het bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals de handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud;

  2. de diensten door tussenpersonen die handelen in naam en voor rekening van een ander wanneer zij betrokken zijn bij de levering van beleggingsgoud voor hun principaal.

Artikel 28l

Lid 1

De ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud omzet in beleggingsgoud kan ervoor kiezen artikel 28k, onderdeel a, op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud aan een andere ondernemer.

Lid 2

De ondernemer die in het kader van zijn onderneming normaliter goud levert voor industriële doeleinden, kan ervoor kiezen artikel 28k, onderdeel a, op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud als bedoeld in artikel 28j, eerste lid, onderdeel a, aan een andere ondernemer.

Lid 3

Indien de leverancier het recht om overeenkomstig het eerste of het tweede lid voor belastingheffing te kiezen heeft uitgeoefend, kan de tussenpersoon ervoor kiezen artikel 28k, onderdeel b, op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot de in dat onderdeel vermelde diensten.

Artikel 28m

Lid 1

In afwijking in zoverre van artikel 15 heeft de ondernemer een recht op aftrek van de belasting die in rekening is gebracht of verschuldigd is geworden met betrekking tot:

  1. beleggingsgoud dat hem is geleverd door een ondernemer die een in artikel 28l bedoeld keuzerecht heeft uitgeoefend;

  2. de levering aan hem of de intracommunautaire verwerving of de invoer door hem van ander goud dan beleggingsgoud dat vervolgens door hem of namens hem wordt omgezet in beleggingsgoud;

  3. aan hem verleende diensten bestaande in een wijziging van de vorm, het gewicht of de zuiverheid van goud met inbegrip van beleggingsgoud;

indien de latere levering door hem van dat goud ingevolge deze afdeling is vrijgesteld.

Lid 2

In afwijking in zoverre van artikel 15 heeft de ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud in beleggingsgoud omzet een recht op aftrek van de belasting die hem in rekening is gebracht of door hem verschuldigd is geworden met betrekking tot de levering dan wel de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen of diensten die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden alsof de latere levering door hem van het ingevolge deze afdeling vrijgestelde goud aan de heffing van belasting was onderworpen.

Artikel 28n

De ondernemer die handelt in beleggingsgoud dient, met overeenkomstige toepassing van artikel 34, aantekening te houden van alle handelingen betreffende beleggingsgoud waarvoor de vergoeding meer dan € 10 000 bedraagt en de documenten te bewaren aan de hand waarvan de identiteit van de cliënt bij dergelijke handelingen kan worden vastgesteld.

Artikel 28o

In geval een ondernemer een levering of een dienst verricht die een verwerking omvat van aan een ander toebehorend beleggingsgoud, waardoor het goud niet langer als beleggingsgoud is aan te merken, wordt, in afwijking in zoverre van artikel 8, de belasting berekend over het door de ondernemer voor die levering of dienst in rekening gebrachte bedrag – de omzetbelasting niet daaronder begrepen – vermeerderd met de normale waarde van het goud dat in het tot stand gekomen goed voorkomt.

Artikel 28p

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze afdeling.

Artikel 28q

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder btw-melding verstaan de melding waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de in elke lidstaat verschuldigde btw vast te stellen.

Artikel 28r

Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

  1. niet in de Unie gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;

  2. lidstaat van identificatie: de lidstaat waar de niet in de Unie gevestigde ondernemer verkiest opgave te doen van het begin van zijn activiteit als ondernemer op het grondgebied van de Unie overeenkomstig deze paragraaf;

  3. lidstaat van verbruik: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 1b, wordt geacht te zijn verricht;

  4. niet-Unieregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.

Artikel 28ra

Een niet in de Unie gevestigde ondernemer die diensten verricht voor een andere dan ondernemer die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, kan gebruik maken van de niet-Unieregeling. Deze niet-Unieregeling is van toepassing op alle aldus in de Unie verrichte diensten.

Artikel 28rb

Lid 1

De niet in de Unie gevestigde ondernemer doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn activiteit als ondernemer, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van de niet-Unieregeling gebruik te mogen maken. Deze opgave gebeurt langs elektronische weg.

Lid 2

De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie, doet de opgave, bedoeld in het eerste lid, bij de inspecteur.

Artikel 28rc

Lid 1

De mededeling die de niet in de Unie gevestigde ondernemer aan de lidstaat van identificatie doet wanneer zijn belastbare activiteiten beginnen, bevat de volgende bijzonderheden:

  1. de naam;

  2. het postadres;

  3. de elektronische adressen, met inbegrip van websites;

  4. in voorkomend geval, het nationale belastingnummer; en

  5. een verklaring dat de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt.

Lid 2

De niet in de Unie gevestigde ondernemer doet de lidstaat van identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie.

Lid 3

De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie, doet de mededelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de inspecteur.

Lid 4

De ondernemer, bedoeld in het derde lid, wordt opgenomen in het identificatieregister niet-Unieregeling.

Lid 5

Indien degene die heeft gekozen voor Nederland als lidstaat van identificatie niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 28rd

Lid 1

Voor de toepassing van de niet-Unieregeling wordt door de lidstaat van identificatie aan de ondernemer een individueel btw-identificatienummer toegekend dat hem langs elektronische weg wordt meegedeeld.

Lid 2

De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie verkrijgt het individueel btw-identificatienummer, bedoeld in het eerste lid, van de inspecteur.

Artikel 28re

Lid 1

De niet in de Unie gevestigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister in de volgende gevallen:

  1. indien hij meldt dat hij niet langer diensten verricht die onder de niet-Unieregeling vallen;

  2. indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten beëindigd zijn;

  3. hij vervult niet langer de voorwaarden om van de niet-Unieregeling gebruik te mogen maken;

  4. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de niet-Unieregeling.

Lid 2

De verwijdering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.

Artikel 28rf

Lid 1

De niet in de Unie gevestigde ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-melding in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet onder de niet-Unieregeling vallende diensten zijn verricht. De btw-melding wordt uiterlijk voor het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de melding betrekking heeft, ingediend.

Lid 2

De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie dient de in het eerste lid bedoelde btw-melding in bij de inspecteur.

Artikel 28rg

Lid 1

De btw-melding bevat het individueel btw-identificatienummer voor de toepassing van de niet-Unieregeling en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het belastingtijdvak verrichte diensten die onder de niet-Unieregeling vallen, en het totale bedrag van de belasting daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de btw-melding vermeld.

Lid 2

Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen, uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding moest worden ingediend overeenkomstig artikel 28rf. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.

Lid 3

Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.

Artikel 28rh

Lid 1

De btw-melding wordt in euro verricht.

Lid 2

Indien de vergoeding voor diensten is uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro hanteert de niet in de Unie gevestigde ondernemer, in afwijking van artikel 8, zesde lid, bij de invulling van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 28ri

Lid 1

De niet in de Unie gevestigde ondernemer voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende btw-melding, zulks op het moment dat de btw-melding wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de btw-melding moet worden ingediend. De belasting wordt overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro, dan wel naar een bankrekening in hun eigen valuta van lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, indien die lidstaten dat eisen.

Lid 2

De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie voldoet de btw bij de ontvanger.

Artikel 28rj

De niet in de Unie gevestigde ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, past geen aftrek van belasting toe als bedoeld in artikel 168 van BTW-richtlijn 2006. In afwijking van artikel 1, eerste lid, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG 1986, L 326) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn. Artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 4, tweede lid, van die richtlijn zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder de niet-Unieregeling vallende diensten.

Indien de ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de niet-Unieregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.

Artikel 28rk

Lid 1

Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland verrichte diensten, ongeacht de keuze van lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

Indien het totaal van de belasting op de btw-melding voor Nederland over een belastingtijdvak negatief is, wordt de btw-melding voor dat totaal aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van belasting.

Lid 3

De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking

Lid 4

Op de verzoeken om teruggaaf van belasting is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 28rl

Lid 1

De niet in de Unie gevestigde ondernemer voert van alle handelingen waarop de niet-Unieregeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de btw-melding te bepalen.

Lid 2

Desgevraagd moet de in het eerste lid bedoelde boekhouding langs elektronische weg aan de lidstaat van identificatie en aan de lidstaat van verbruik beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

Artikel 28s

Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

  1. niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft;

  2. lidstaat van identificatie:

    1. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in de Unie heeft gevestigd: de lidstaat waar die zetel zich bevindt; of

    2. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd: de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft; of

    3. in het geval de ondernemer niet in de Unie is gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft: de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt, waarin de ondernemer meldt dat hij van de Unieregeling gebruik maakt. De ondernemer is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden; of

    4. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft: de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt. Indien er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, vermeldt de ondernemer welke van deze lidstaten de lidstaat van identificatie is. De ondernemer is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden;

  3. lidstaat van verbruik:

    1. in het geval van de verrichting van een dienst: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 1b, wordt geacht te zijn verricht; of

    2. in het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer; of

    3. in het geval van de levering van goederen door een ondernemer die deze levering faciliteert overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt: deze lidstaat;

  4. Unieregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.

Artikel 28sa

Lid 1

Van de Unieregeling kan worden gebruik gemaakt door:

  1. een ondernemer die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht;

  2. een ondernemer die de levering van goederen faciliteert overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;

  3. een niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer die diensten verricht voor andere dan ondernemers.

Lid 2

De Unieregeling is van toepassing op alle door de betrokken ondernemer in de Unie geleverde goederen of verrichte diensten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 28sb

Lid 1

Een ondernemer doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn onder de Unieregeling vallende activiteiten, alsmede van de wijzigingen ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van de Unieregeling gebruik te mogen maken. Deze opgave wordt langs elektronische weg verstrekt.

Lid 2

De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie doet de in het eerste lid bedoelde opgave bij de inspecteur.

Lid 3

De ondernemer wordt bij opgave van het begin van zijn onder de Unieregeling vallende activiteiten opgenomen in het identificatieregister Unieregeling.

Lid 4

Indien degene die heeft gekozen voor Nederland als lidstaat van identificatie niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 28sc

Lid 1

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie uitgesloten van de Unieregeling en verwijderd uit het identificatieregister in elk van de volgende gevallen:

  1. indien hij meldt dat hij niet langer leveringen van goederen of diensten verricht die onder de Unieregeling vallen;

  2. indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten beëindigd zijn;

  3. hij vervult niet langer de voorwaarden om van de Unieregeling gebruik te mogen maken;

  4. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de Unieregeling.

Lid 2

De uitsluiting bedoeld in het eerste lid geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.

Artikel 28sd

Lid 1

De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, dient voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een btw-melding in bij de lidstaat van identificatie, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen of diensten zijn verricht die onder de Unieregeling vallen. De btw-melding wordt vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het kalenderkwartaal waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

Lid 2

De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie dient de in het eerste lid bedoelde btw-melding in bij de inspecteur.

Artikel 28se

Lid 1

De btw-melding bevat het aan de ondernemer toegekende btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige belasting, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende gedurende het kalenderkwartaal verrichte leveringen die onder de Unieregeling vallen:

  1. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen;

  2. goederenleveringen overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;

  3. diensten.

Lid 2

De btw-melding bevat ook de wijzigingen met betrekking tot voorgaande belastingtijdvakken, bedoeld in het achtste lid.

Lid 3

Wanneer goederen worden verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie, bevat de btw-melding ook:

  1. het totale bedrag exclusief btw;

  2. de toepasselijke btw-tarieven;

  3. het totale bedrag van de overeenkomstige belasting, uitgesplitst naar belastingtarieven; en

  4. de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder de Unieregeling vallen, voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:

    1. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die niet via een ondernemer verlopen overeenkomstig artikel 3c, tweede lid;

    2. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en goederenleveringen door een ondernemer overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, indien de verzending of het vervoer van de goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.

Lid 4

Met betrekking tot de leveringen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, onder i, bevat de btw-melding ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van de desbetreffende lidstaten is toegekend.

Lid 5

Met betrekking tot de leveringen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, onder ii, bevat de btw-melding ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van de desbetreffende lidstaten is toegekend, indien beschikbaar.

Lid 6

De btw-melding bevat de informatie, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.

Lid 7

Indien de ondernemer die onder de Unieregeling vallende diensten verricht, behalve in de lidstaat van identificatie in een of meer andere lidstaten één of meer vaste inrichtingen heeft van waaruit de diensten worden verricht, bevat de btw-melding, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik:

  1. het totale bedrag exclusief btw;

  2. de toepasselijke btw-tarieven;

  3. het totale bedrag van de overeenkomstige belasting en de totale verschuldigde belasting over die leveringen; en

  4. het individueel btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.

Lid 8

Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke melding moest worden ingediend overeenkomstig artikel 28sd. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het kalenderkwartaal en het btw-bedrag waarvoor de wijzigingen nodig zijn, vermeld.

Lid 9

Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.

Artikel 28sf

Lid 1

De btw-melding wordt in euro verricht.

Lid 2

Indien de goederenleveringen en diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, bij het invullen van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 28sg

Lid 1

De ondernemer die gebruikmaakt van de Unieregeling, betaalt de btw, onder verwijzing naar de betreffende btw-melding, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de btw-melding moet worden ingediend. De btw wordt overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro, dan wel naar een bankrekening in hun eigen valuta van lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, indien die lidstaten dat eisen.

Lid 2

De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie betaalt de btw bij de ontvanger.

Artikel 28sh

De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, past met betrekking tot zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten, geen aftrek toe als bedoeld in artikel 168 van BTW-richtlijn 2006 voor de betaalde voorbelasting. In afwijking van artikel 2, eerste lid, artikel 3 en artikel 8, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn.

Indien de ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de Unieregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.

Artikel 28si

Lid 1

Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland verrichte handelingen als bedoeld in deze paragraaf, ongeacht de keuze van de lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

Indien het totaal van de belasting op de btw-melding voor Nederland over een belastingtijdvak negatief is, wordt de btw-melding voor dat totaal aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van belasting.

Lid 3

De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking

Lid 4

Op de verzoeken om teruggaaf van belasting is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 28sj

Lid 1

De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, voert van alle onder de Unieregeling vallende handelingen een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de btw-melding te bepalen.

Lid 2

Desgevraagd moet de in het eerste lid bedoelde boekhouding langs elektronische weg aan de lidstaat van verbruik en aan de lidstaat van identificatie beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

Artikel 28t

Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen hebben afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen uitsluitend betrekking op goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150.

Artikel 28ta

Lid 1

Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

  1. niet in de Unie gevestigde ondernemer: een ondernemer die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Unie heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;

  2. tussenpersoon: een in de Unie gevestigde persoon die door de ondernemer die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht, is aangewezen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in naam en voor rekening van de ondernemer de in de invoerregeling vastgestelde verplichtingen moet nakomen;

  3. lidstaat van identificatie:

    1. wanneer de ondernemer niet in de Unie is gevestigd, de lidstaat waar hij verkiest zich te registreren;

    2. wanneer de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de ondernemer meldt dat hij van de invoerregeling gebruik zal maken;

    3. wanneer de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;

    4. wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;

    5. wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd, maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de tussenpersoon meldt dat hij van de invoerregeling gebruik zal maken;

  4. lidstaat van verbruik: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer;

  5. invoerregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.

Lid 2

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, onder 2° en 5°, is de ondernemer of tussenpersoon wanneer hij meer dan één vaste inrichting in de Unie heeft, gebonden door zijn beslissing betreffende de aanwijzing van de lidstaat van vestiging gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.

Artikel 28tb

Lid 1

De volgende ondernemers die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verrichten kunnen gebruik maken van de invoerregeling:

  1. elke in de Unie gevestigde ondernemer die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht;

  2. elke al dan niet in de Unie gevestigde ondernemer die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht, en die door een in de Unie gevestigde tussenpersoon is vertegenwoordigd;

  3. elke ondernemer die gevestigd is in een derde-land waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijds bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PbEU 2010, L 84) en Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2010, L 268), en die afstandsverkopen van goederen vanuit dat derde-land verricht.

Lid 2

De ondernemers passen de invoerregeling toe op al hun afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen.

Lid 3

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, kan een ondernemer slechts één tussenpersoon tegelijk aanwijzen.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing en de invordering, regels worden gesteld met betrekking tot de tussenpersoon.

Artikel 28tc

Lid 1

Voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen waarvan de btw-melding wordt gedaan in het kader van de invoerregeling, vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip van levering.

Lid 2

De goederen worden geacht te zijn geleverd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.

Artikel 28td

Lid 1

De ondernemer die van de invoerregeling gebruik maakt, of een voor zijn rekening handelende tussenpersoon, doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn activiteit in het kader van de invoerregeling, alsmede van de wijzigingen ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van de invoerregeling gebruik te mogen maken. Deze informatie wordt langs elektronische weg verstrekt.

Lid 2

Wanneer de ondernemer kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie doet hij of zijn tussenpersoon de in het eerste lid bedoelde opgave bij de inspecteur.

Lid 3

De ondernemer en de tussenpersoon bedoeld in het tweede lid worden opgenomen in het identificatieregister invoerregeling.

Artikel 28te

Lid 1

De mededeling die de ondernemer die geen beroep doet op een tussenpersoon, aan de lidstaat van identificatie doet voordat hij van de invoerregeling gebruik begint te maken, bevat de volgende bijzonderheden:

  1. de naam;

  2. het postadres;

  3. het elektronisch adres, met inbegrip van websites;

  4. het btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer.

Lid 2

De mededeling die de tussenpersoon aan de lidstaat van identificatie doet voordat hij van de invoerregeling gebruik begint te maken voor rekening van een ondernemer, bevat de volgende bijzonderheden:

  1. de naam;

  2. het postadres;

  3. het elektronisch adres;

  4. het btw-identificatienummer.

Lid 3

De informatie die de tussenpersoon moet verstrekken aan de lidstaat van identificatie voor elke ondernemer die hij vertegenwoordigt voordat die ondernemer van de invoerregeling gebruik begint te maken, dient de volgende gegevens te bevatten:

  1. de naam;

  2. het postadres;

  3. het elektronisch adres, met inbegrip van websites;

  4. het btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer;

  5. het individuele identificatienummer, bedoeld in artikel 28tf, tweede lid.

Lid 4

Een ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt of, in voorkomend geval, zijn tussenpersoon doet de lidstaat van identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie. Voor Nederland als lidstaat van identificatie wordt deze mededeling gedaan aan de inspecteur.

Artikel 28tf

Lid 1

De ondernemer die gebruikmaakt van de invoerregeling wordt voor de toepassing van de invoerregeling een individueel btw-identificatienummer toegekend door de lidstaat van identificatie die hem dit nummer langs elektronische weg meedeelt.

Lid 2

Een tussenpersoon wordt door de lidstaat van identificatie een individueel identificatienummer toegekend dat hem door die lidstaat langs elektronische weg wordt meegedeeld.

Lid 3

De tussenpersoon wordt door de lidstaat van identificatie een individueel btw-identificatienummer toegekend voor de toepassing van de invoerregeling ten aanzien van iedere ondernemer waarvoor hij is aangesteld.

Lid 4

Het btw-identificatienummer, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt uitsluitend gebruikt voor de toepassing van de invoerregeling.

Lid 5

De ondernemer of tussenpersoon die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie verkrijgt de btw-identificatienummers, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, van de inspecteur.

Lid 6

Indien degene die heeft gekozen voor Nederland als lidstaat van identificatie niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 28tg

Lid 1

De niet van een tussenpersoon gebruikmakende ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie uit het identificatieregister invoerregeling verwijderd in de volgende gevallen:

  1. de ondernemer deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht;

  2. er kan anderszins worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten betreffende afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen, beëindigd zijn;

  3. hij vervult niet langer de voorwaarden om van de invoerregeling gebruik te mogen maken;

  4. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling.

Lid 2

De tussenpersoon wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister invoerregeling in de volgende gevallen:

  1. hij heeft gedurende twee opeenvolgende kalenderkwartalen niet gehandeld als tussenpersoon voor rekening van een ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt;

  2. hij vervult niet langer de andere voorwaarden om als tussenpersoon te kunnen optreden;

  3. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling.

Lid 3

De door een tussenpersoon vertegenwoordigde ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie verwijderd uit het identificatieregister invoerregeling in de volgende gevallen:

  1. de tussenpersoon deelt de lidstaat van identificatie mee dat deze ondernemer niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen verricht;

  2. er kan anderszins worden aangenomen dat de belastbare activiteiten van deze ondernemer betreffende afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen, beëindigd zijn;

  3. de ondernemer vervult niet langer de voorwaarden om van de invoerregeling gebruik te mogen maken;

  4. de ondernemer voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling;

  5. de tussenpersoon deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij deze ondernemer niet langer vertegenwoordigt.

Lid 4

De verwijdering bedoeld in de voorgaande leden geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.

Artikel 28th

Lid 1

De ondernemer die van de invoerregeling gebruik maakt, of zijn tussenpersoon dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een btw-melding in voor elke kalendermaand, ongeacht of al dan niet afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen zijn verricht. De btw-melding wordt uiterlijk ingediend voor het einde van de kalendermaand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de melding betrekking heeft.

Lid 2

Wanneer de ondernemer voor Nederland als lidstaat van identificatie heeft gekozen dient hij of zijn tussenpersoon de in het eerste lid bedoelde btw-melding in bij de inspecteur.

Artikel 28ti

Lid 1

De btw-melding bevat het btw-identificatienummer, bedoeld in artikel 28tf, van de ondernemer en in voorkomend geval van zijn tussenpersoon en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:

  1. het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen waarvoor de btw gedurende het belastingtijdvak verschuldigd is geworden;

  2. het totale bedrag van de btw daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven; en

  3. de geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting.

Lid 2

Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding overeenkomstig artikel 28th moest worden ingediend in een volgende btw-melding opgenomen. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.

Lid 3

Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.

Artikel 28tj

Lid 1

De btw-melding wordt in euro verricht.

Lid 2

Indien de leveringen in een andere munteenheid luiden, hanteert de ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, of zijn tussenpersoon, bij het invullen van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van de desbetreffende kalendermaand. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 28tk

Lid 1

De ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, of zijn tussenpersoon, voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende btw-melding, uiterlijk bij het verstrijken van het moment waarop de btw-melding moet worden ingediend. De belasting wordt overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro, dan wel naar een bankrekening in hun eigen valuta van lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, indien die lidstaten dat eisen.

Lid 2

De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie voldoet de btw bij de ontvanger.

Artikel 28tl

Lid 1

De ondernemer die van de invoerregeling gebruik maakt, past met betrekking tot de voorbelasting die verband houdt met zijn aan de invoerregeling onderworpen belastbare activiteiten geen btw-aftrek toe in de lidstaten van verbruik overeenkomstig artikel 168 van BTW-richtlijn 2006. In afwijking van artikel 1, onderdeel 1, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG 1986, L 326) en artikel 2, eerste lid, en artikel 3 van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijnen. Artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 4, tweede lid, van genoemde Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder de invoerregeling vallende goederen.

Lid 2

Indien de ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de invoerregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de invoerregeling onderworpen belastbare activiteiten, in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.

Artikel 28tm

Lid 1

Indien de belasting die verschuldigd is over in Nederland geleverde goederen als bedoeld in deze paragraaf, ongeacht de keuze van de lidstaat van identificatie, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur met toepassing van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de te weinig geheven belasting naheffen. De artikelen 30h, 30ha, 67c en 67f van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

Indien het totaal van de belasting op de btw-melding voor Nederland over een belastingtijdvak negatief is, wordt de btw-melding voor dat totaal aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van belasting.

Lid 3

De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking

Lid 4

Op de verzoeken om teruggaaf van belasting is afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 28tn

Lid 1

De ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, voert van alle onder de invoerregeling vallende handelingen een boekhouding. Een tussenpersoon voert voor alle door hem vertegenwoordigde ondernemers een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.

Lid 2

Desgevraagd moet de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg aan de lidstaat van verbruik en aan de lidstaat van identificatie beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaren na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

Artikel 28u

Indien voor de invoer van goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling, bedoeld in afdeling 7, paragraaf 4, kan de persoon die voor de goederen voor het plaatsen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland een douaneaangifte doet voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, gebruikmaken van de regeling post- en koeriersdiensten met betrekking tot goederen waarvan de verzending of het vervoer in Nederland wordt beëindigd.

Artikel 28v

Lid 1

Voor de toepassing van de regeling post- en koeriersdiensten wordt de belasting bij invoer overeenkomstig artikel 22, eerste lid, geheven van de persoon die de douaneaangifte doet voor het plaatsen van de goederen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van deze regeling geen zekerheid behoeft te worden gesteld voor de verschuldigde omzetbelasting wanneer uitstel van betaling als bedoeld in artikel 110 van het Douanewetboek van de Unie wordt verleend.

Lid 2

De persoon voor wie de goederen bestemd zijn, is gehouden tot betaling van de omzetbelasting die de persoon, bedoeld in het eerste lid, bij hem in rekening brengt, voor zover deze belasting door die laatste is verschuldigd ingevolge dat eerste lid. Deze persoon neemt passende maatregelen om te garanderen dat het juiste bedrag aan belastingen wordt betaald.

Artikel 28w

Lid 1

De personen die gebruikmaken van de regeling post- en koeriersdiensten houden van alle onder de regeling post- en koeriersdiensten vallende handelingen een boekhouding bij. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten voor de inspecteur om de juistheid van de aangegeven belasting te beoordelen.

Lid 2

Desgevraagd moet de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg aan de inspecteur beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de aangiften zijn gedaan.

Artikel 28x

Vervallen

Artikel 28y

De belasting, verschuldigd ter zake van de invoer en de levering aan veilingen van vis, schaal-, schelp- en weekdieren die worden aangebracht per schip dat terugkeert van de visvangst, of per ventjager, bedraagt nihil.

Artikel 28z

Lid 1

Deze afdeling en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de handelingen van reisbureaus, voor zover de reisbureaus op eigen naam tegenover de reiziger handelen en zij voor de totstandbrenging van de reizen gebruikmaken van de leveringen van goederen en diensten van andere ondernemers.

Lid 2

Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen worden reisorganisatoren (touroperators) als reisbureaus beschouwd.

Artikel 28za

De onder de voorwaarden van artikel 28z verrichte handelingen van het reisbureau met het oog op de totstandkoming van de reis, worden beschouwd als één enkele dienst die het reisbureau voor de reiziger verricht (reisdienst). De plaats van deze dienst is de plaats waar het reisbureau de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit het de dienst heeft verricht.

Artikel 28zb

Lid 1

Ter zake van reisdiensten wordt de belasting naar keuze van het reisbureau berekend over:

  1. de winstmarge per tijdvak van aangifte, de omzetbelasting niet daaronder begrepen, of

  2. de winstmarge per reis, de omzetbelasting niet daaronder begrepen.

Lid 2

De winstmarge per tijdvak van aangifte is het verschil tussen de som van de vergoedingen, de omzetbelasting daaronder begrepen, in dat tijdvak ter zake van reisdiensten en de som van de in dat tijdvak werkelijk door het reisbureau gedragen kosten voor goederen en diensten van andere ondernemers, mits deze goederen en diensten de reiziger rechtstreeks ten goede komen.

Lid 3

De winstmarge per reis is het verschil tussen de vergoeding, de omzetbelasting daaronder begrepen, ter zake van de reisdienst en de werkelijk door het reisbureau gedragen kosten voor goederen en diensten van andere ondernemers, mits deze goederen en diensten de reiziger rechtstreeks ten goede komen.

Lid 4

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde keuze en overgangsregels ten aanzien van het wijzigen van deze keuze worden gesteld.

Artikel 28zc

Indien de handelingen waarvoor het reisbureau een beroep doet op andere ondernemers, door laatstgenoemden buiten de Unie worden verricht, wordt de dienst van het reisbureau gelijkgesteld met de in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel b, post 4, genoemde handeling van een tussenpersoon. Indien de in de eerste volzin bedoelde handelingen zowel binnen als buiten de Unie worden verricht, mag alleen het gedeelte van de dienst van het reisbureau betreffende de buiten de Unie verrichte handelingen als zodanig gelijkgesteld worden beschouwd.

Artikel 28zd

Lid 1

Ingeval in een tijdvak van aangifte in een kalenderjaar, het laatste tijdvak van aangifte in een kalenderjaar uitgezonderd, de winstmarge per tijdvak van aangifte, de omzetbelasting niet daaronder begrepen, (tijdvakwinstmarge) negatief is, wordt deze negatieve tijdvakwinstmarge verrekend met een positieve tijdvakwinstmarge, of opgeteld bij een negatieve tijdvakwinstmarge, die in het volgende belastingtijdvak wordt gerealiseerd.

Lid 2

Na afloop van een kalenderjaar wordt voor dat kalenderjaar de tijdvakwinstmarge op jaarbasis vastgesteld (jaarsaldo). Ingeval het jaarsaldo negatief is, wordt dit negatieve jaarsaldo opgeteld bij de ten behoeve van de vaststelling van het jaarsaldo van het daaropvolgende kalenderjaar op jaarbasis herrekende som. Ingeval de belasting over dat aldus berekende jaarsaldo minder bedraagt dan het bedrag aan belasting dat over het kalenderjaar is of moet worden voldaan ter zake van reisdiensten wordt het verschil op verzoek aan het reisbureau teruggegeven.

Lid 3

Het vaststellen van het bedrag van de teruggaaf, bedoeld in het tweede lid, geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het verzoek wordt gedaan binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.

Artikel 28ze

De belasting die aan het reisbureau in rekening wordt gebracht door andere ondernemers voor de in artikel 28z, eerste lid, bedoelde handelingen welke de reiziger rechtstreeks ten goede komen, komt niet voor aftrek of teruggaaf in aanmerking.

Artikel 28zf

Lid 1

Ter zake van de reisdiensten wordt voor de toepassing van artikel 35a, eerste lid, onderdeel h, de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding.

Lid 2

Het is het reisbureau niet toegestaan om de belasting afzonderlijk te vermelden op de ter zake van de reisdienst uit te reiken factuur.

Lid 3

Artikel 35a, eerste lid, onderdeel j, is niet van toepassing ter zake van reisdiensten.

Artikel 28zg

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze afdeling.

Artikel 28zh

Lid 1

Iedere overdracht van een voucher voor enkelvoudig gebruik door een ondernemer die in eigen naam handelt, wordt beschouwd als een levering van de goederen onderscheidenlijk de verrichting van diensten waarop de voucher betrekking heeft.

Lid 2

De feitelijke overhandiging van de goederen of de feitelijke dienstverrichting, in ruil voor een door de verrichter van de goederenlevering of dienst als volledige of gedeeltelijke tegenprestatie aanvaarde voucher voor enkelvoudig gebruik, wordt niet als een zelfstandige handeling beschouwd.

Lid 3

Indien de overdracht van een voucher voor enkelvoudig gebruik wordt verricht door een ondernemer die in naam van een andere ondernemer handelt, wordt die overdracht beschouwd als de levering van de goederen onderscheidenlijk de verrichting van de diensten waarop de voucher betrekking heeft door de andere ondernemer in wiens naam de ondernemer handelt.

Lid 4

Indien de verrichter van de goederenlevering of dienst niet de ondernemer is die, handelend in eigen naam, de voucher voor enkelvoudig gebruik heeft uitgegeven, wordt die verrichter met betrekking tot die voucher evenwel geacht de goederenlevering aan of dienst ten behoeve van die ondernemer te hebben verricht.

Artikel 28zi

Lid 1

De feitelijke overhandiging van de goederen of de feitelijke verrichting van de diensten in ruil voor een door de verrichter van de goederenlevering of dienst als volledige of gedeeltelijke tegenprestatie aanvaarde voucher voor meervoudig gebruik, is aan de belasting onderworpen, terwijl iedere voorafgaande overdracht van deze voucher voor meervoudig gebruik niet aan belasting is onderworpen.

Lid 2

Indien de voucher voor meervoudig gebruik wordt overgedragen door een ondernemer die niet de ondernemer is die overeenkomstig het vorige lid de aan belasting onderworpen handeling verricht, zijn alle vormen van dienstverrichting, zoals distributie- of promotiediensten, onderworpen aan belasting.

Artikel 28zj

Onverminderd het bepaalde in artikel 8, eerste en tweede lid, is de maatstaf van heffing voor de met betrekking tot een voucher voor meervoudig gebruik verrichte goederenlevering of dienst gelijk aan de tegenprestatie die betaald is voor de voucher of, bij ontstentenis van informatie over die tegenprestatie, de op de voucher voor meervoudig gebruik zelf of in de bijbehorende documentatie vermelde monetaire waarde, verminderd met het belastingbedrag over de geleverde goederen of de verrichte diensten.