Afdeling 8. Bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van belasting bij invoer (regeling post- en koeriersdiensten)

Artikel 28u

Indien voor de invoer van goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling, bedoeld in afdeling 7, paragraaf 4, kan de persoon die voor de goederen voor het plaatsen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland een douaneaangifte doet voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, gebruikmaken van de regeling post- en koeriersdiensten met betrekking tot goederen waarvan de verzending of het vervoer in Nederland wordt beëindigd.

Artikel 28v

Lid 1

Voor de toepassing van de regeling post- en koeriersdiensten wordt de belasting bij invoer overeenkomstig artikel 22, eerste lid, geheven van de persoon die de douaneaangifte doet voor het plaatsen van de goederen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van deze regeling geen zekerheid behoeft te worden gesteld voor de verschuldigde omzetbelasting wanneer uitstel van betaling als bedoeld in artikel 110 van het Douanewetboek van de Unie wordt verleend.

Lid 2

De persoon voor wie de goederen bestemd zijn, is gehouden tot betaling van de omzetbelasting die de persoon, bedoeld in het eerste lid, bij hem in rekening brengt, voor zover deze belasting door die laatste is verschuldigd ingevolge dat eerste lid. Deze persoon neemt passende maatregelen om te garanderen dat het juiste bedrag aan belastingen wordt betaald.

Artikel 28w

Lid 1

De personen die gebruikmaken van de regeling post- en koeriersdiensten houden van alle onder de regeling post- en koeriersdiensten vallende handelingen een boekhouding bij. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten voor de inspecteur om de juistheid van de aangegeven belasting te beoordelen.

Lid 2

Desgevraagd moet de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg aan de inspecteur beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de aangiften zijn gedaan.

Artikel 28x

Vervallen