Artikel 8a.1 Tijdelijke Wet Groningen

Lid 1

De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:

  1. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens:

    1. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4;

    2. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en

    3. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten;

  2. op de hoogte is van huidige eisen ten aanzien van vergunningen en relevante regelgeving;

  3. versterkingsadviezen kan vertalen in versterkingsmaatregelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het versterkingstraject;

  4. rapporten over schade en schadecalculaties kan beoordelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het schadetraject; en

  5. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.

Lid 2

De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bodemkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:

  1. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van bodemonderzoek, blijkens:

    1. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op funderingstechnologie; en

    2. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin;

  2. literatuuronderzoek kan verrichten naar geohydrologische omstandigheden;

  3. grondboringen kan laten uitvoeren en beoordelen;

  4. bodemmonsters kan laten afnemen en analyseren;

  5. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren;

  6. een bodemkundige opbouw kan beschrijven en over de risico’s voor de gebouwde omgeving kan adviseren;

  7. toezicht kan houden op bouwprojecten bij grondverzet-, hei- en bronbemalingsactiviteiten; en

  8. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.

Lid 3

De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor ecologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:

  1. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van natuurbescherming, soortherkenning en het zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten, blijkens:

    1. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op ecologie of biologie;

    2. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; en

    3. binnen de kaders van het soortenmanagementplan, bedoeld in bijlage I, onderdeel A, van de Omgevingsregeling, aantoonbare ecologische kennis en ervaring heeft in soort-specifieke ecologie;

  2. de potentie van gebouwen voor soorten kan herkennen;

  3. kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden;

  4. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren;

  5. specifieke ecologische maatregelen, die gerelateerd zijn aan het schade- of versterkingstraject, kan begeleiden en controleren, en oplossingen kan bieden indien hierdoor knelpunten ontstaan;

  6. kan adviseren over het natuurvrij maken buiten de gestelde reguliere perioden of de impact van de voorgestelde ecologische maatregelen kan aanduiden; en

  7. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.

Lid 4

De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor hydrologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:

  1. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van grondwaterpeil en grondwateronttrekkingen, blijkens:

    1. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op geohydrologie; en

    2. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin;

  2. bureau- of effectenstudies kan uitvoeren op basis van beschikbare grondwatermodellen en grondwaterpeilingen;

  3. grondwaterpeilingen kan laten uitvoeren;

  4. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; en

  5. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.

Lid 5

De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:

  1. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens:

    1. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en

    2. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en

  2. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.

Wordt genoemd in: