Artikel 4:1 Wet arbeid en zorg

Lid 1

De werknemer heeft recht op verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens:

  1. onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van de arbeid vergen;

  2. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;

  3. een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting, waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kon plaatsvinden;

  4. de uitoefening van het actief kiesrecht.

Lid 2

Onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden worden in ieder geval begrepen:

  1. de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;

  2. het overlijden en de lijkbezorging van een van zijn huisgenoten of een van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn;

  3. spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijze niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek door de werknemer of de noodzakelijke begeleiding daarbij van de personen, bedoeld in artikel 5:1;

  4. noodzakelijke verzorging op de eerste ziektedag van de personen, bedoeld in artikel 5:1.

Dit artikel verwijst naar: