Artikel 2.2 Wet Open Overheid
Lid 1
Deze wet is van toepassing op:
bestuursorganen;
de Kamers en de verenigde vergadering der Staten-Generaal;
de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden;
de Raad van State, tenzij de Raad het koninklijk gezag uitoefent, en met uitzondering van de Afdeling bestuursrechtspraak;
de Algemene Rekenkamer;
de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, en ombudsmannen en ombudscommissies als bedoeld in artikel 9:17, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht.
Lid 2
Voor de toepassing van deze wet worden de organen, personen en colleges, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, die op grond van de Algemene wet bestuursrecht geen bestuursorgaan zijn, gelijk gesteld met een bestuursorgaan.