Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 36
De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een instelling als bedoeld in artikel 1a, tweede lid, welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar.
Artikel 37
Vervallen
Artikel 38
Lid 1
Ten aanzien van cliënten waarnaar reeds cliëntenonderzoek is verricht op grond van deze wet, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, verricht een instelling het cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bij eerste gelegenheid.
Lid 2
Onder eerste gelegenheid in de zin van het eerste lid wordt verstaan het eerste moment dat door de cliënt contact wordt opgenomen met de instelling of het eerste moment dat de instelling, met inachtneming van de risicogevoeligheid voor witwassen of financieren van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie, aanleiding vindt om het cliëntenonderzoek te doen plaatsvinden.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid verricht een bank of andere financiële onderneming in geval van een zakelijke relatie met betrekking tot een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, die is aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, het cliëntenonderzoek, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 3a, zodra een geldelijke uitkering plaatsvindt aan de cliënt of begunstigde.
Lid 4
De artikelen 3a, 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op een cliëntenonderzoek dat op grond van het eerste of derde lid wordt verricht.
Artikel 39
Lid 1
Op overtredingen die hebben plaatsgevonden of zijn aangevangen voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, zijn de artikelen 32e tot en met 32j niet van toepassing.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid wordt in het geval van een overtreding, begaan door een instelling als bedoeld in artikel 1a, tweede lid of derde lid, onderdeel c, en waarop artikel 28a van deze wet, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, van toepassing is, een besluit tot het publiceren van een waarschuwing of verklaring na het tijdstip van inwerkingtreding van de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn genomen met inachtneming van de artikelen 32h, 32i en 32j.
Artikel 40
Een wijziging van de vierde anti-witwasrichtlijn, de richtlijn betaaldiensten of de richtlijn kapitaalvereisten gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 41
Vervallen
Artikel 42
Vervallen
Artikel 42a
De artikelen 19, 20, 22, 23 en 33 tot en met 35 zijn van overeenkomstige toepassing op een platform voor de veiling van emissierechten.
Artikel 43
Wijzigt de Wet inzake de geldtransactiekantoren.
Artikel 44
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Artikel 45
Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 46
Wijzigt de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.
Artikel 47
Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.
Artikel 48
Wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
Artikel 48a
Wijzigt deze wet.
Artikel 48b
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel 48c
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Artikel 48d
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 48e
Wijzigt de Arbeidsomstandighedenwet.
Artikel 48f
Wijzigt de Wet arbeid vreemdelingen.
Artikel 49
De Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties worden ingetrokken.
Artikel 50
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 51
Deze wet wordt aangehaald als: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.