Art. 8:511 Burgerlijk Wetboek Boek 8

Lid 1

De reiziger is gehouden de vervoerder schriftelijk kennis te geven:

  1. in geval van uiterlijk zichtbare schade aan bagage:

    1. wat betreft hutbagage: voor of ten tijde van de ontscheping van de reiziger;

    2. wat betreft alle andere bagage: voor of ten tijde van de aflevering;

  2. in geval van niet uiterlijk zichtbare schade aan of verlies van bagage: binnen vijftien dagen na de aanvang van de dag, volgende op de dag van ontscheping of aflevering of die waarop de bagage had moeten worden afgeleverd.

Lid 2

Indien de reiziger niet aan zijn in het eerste lid van dit artikel omschreven verplichting voldoet, wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed dat hij de bagage onbeschadigd heeft ontvangen.

Lid 3

Schriftelijke kennisgeving is overbodig indien de staat van de bagage op het ogenblik van in ontvangstneming gezamenlijk is vastgesteld of geïnspecteerd.

Wordt genoemd in: