Artikel 3.46 Wet inkomstenbelasting 2001

Lid 1

Voor de investeringsaftrek worden niet in aanmerking genomen verplichtingen aangegaan tussen:

  1. de belastingplichtige en personen die tot zijn huishouden behoren;

  2. bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot hun huishouden;

  3. gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort of

  4. degene die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in een lichaam en dat lichaam.

Lid 2

Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid niet van toepassing is.