Afdeling 4.2. Gelijkstellingen
Wordt genoemd in:
Artikel 4.2
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen geldt een persoon niet als aanverwant indien het partnerschap waardoor de aanverwantschap is ontstaan, anders dan door overlijden is geëindigd.
Artikel 4.3
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen:
wordt met een aandeelhouder gelijkgesteld degene die slechts gerechtigd is tot voordelen uit aandelen en wordt zijn gerechtigdheid aangemerkt als aandeel;
wordt met de houder van winstbewijzen gelijkgesteld degene die slechts gerechtigd is tot voordelen uit winstbewijzen en wordt zijn gerechtigdheid aangemerkt als winstbewijs.
Artikel 4.4
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van de artikelen 4.6 tot en met 4.8, wordt een recht om aandelen in of winstbewijzen van een vennootschap te verwerven (koopoptie) aangemerkt als een dergelijk aandeel respectievelijk een dergelijk winstbewijs.
Artikel 4.5
Lid 1
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen worden bewijzen van deelgerechtigdheid in fondsen voor gemene rekening gelijkgesteld met aandelen in vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal en worden de fondsen gelijkgesteld met vennootschappen.
Lid 2
Voor de beoordeling van de vraag of een belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft in een fonds voor gemene rekening wordt zijn bezit aan bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds uitgedrukt als een percentage van de in omloop zijnde bewijzen van deelgerechtigdheid, waarbij andere dan enkelvoudige bewijzen van deelgerechtigdheid worden herleid tot een daarmee overeenstemmend aantal enkelvoudige bewijzen.
Artikel 4.5a
Lid 1
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt:
een lidmaatschapsrecht, of een daarmee op één lijn te stellen bewijs van deelgerechtigdheid tot het vermogen, van een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag gelijkgesteld met een winstbewijs;
een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag gelijkgesteld met een vennootschap.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing op rechten van lidmaatschap van coöperaties indien die rechten direct en uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het recht op uitsluitend of nagenoeg uitsluitend gebruik belichamen van een gebouw of van een gedeelte daarvan dat blijkens zijn inrichting is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt.
Artikel 4.5b
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt:
het stemrecht, kapitaalbelang of winstrecht in een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, of artikel 3, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 gelijkgesteld met een aandeel;
een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, of artikel 3, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 gelijkgesteld met een vennootschap.