Hoofdstuk 17. Adviesorganen en adviseurs

Wordt genoemd in:

Artikel 17.1

Deze paragraaf is van toepassing op de op grond van deze afdeling ingestelde adviesorganen.

Artikel 17.2

Lid 1

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of Onze Minister die het aangaat benoemt en ontslaat de voorzitter en leden van een adviesorgaan. De voorzitter en leden kunnen voorts zelf ontslag nemen door schriftelijke kennisgeving aan de betrokken minister.

Lid 2

De artikelen 11, tweede lid, 12, 15, 16, 19 tot en met 21 en 29 van de Kaderwet adviescolleges zijn van overeenkomstige toepassing op adviesorganen.

Artikel 17.3

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de samenstelling, inrichting en werkwijze van een adviesorgaan.

Artikel 17.4

Als toepassing is gegeven aan artikel 21 van de Kaderwet adviescolleges, zendt het adviesorgaan het reglement aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of Onze Minister die het aangaat.

Artikel 17.5

Lid 1

Er is een Commissie voor de milieueffectrapportage die tot taak heeft het advies, bedoeld in de artikelen 16.39 en 16.47, uit te brengen.

Lid 2

De taak, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen uitgeoefend door personen die niet rechtstreeks betrokken zijn, zullen zijn, of zijn geweest bij:

  1. een plan of programma als bedoeld in artikel 16.34, bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt,

  2. een besluit voor een project als bedoeld in artikel 16.43, bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt, of

  3. een voorgenomen activiteit, alsmede van de in beschouwing te nemen redelijke alternatieven daarvoor, bij de voorbereiding waarvan het milieueffectrapport wordt of zou moeten worden gemaakt.

Lid 3

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de Commissie voor de milieueffectrapportage.

Lid 4

In afwijking van artikel 17.2, tweede lid, zijn de artikelen 15, vijfde lid, en 20 van de Kaderwet adviescolleges niet van toepassing op de Commissie voor de milieueffectrapportage.

Artikel 17.5a

Er is een wetenschappelijke autoriteit CITES, die fungeert als wetenschappelijke autoriteit als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de cites-basisverordening.

Artikel 17.6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen adviesorganen worden ingesteld met een in de maatregel omschreven adviserende taak op het terrein van de fysieke leefomgeving, anders dan de taak, bedoeld in artikel 17.5.

Artikel 17.7

Lid 1

De gemeenteraad stelt het aantal leden en de benoemingstermijn vast van een op grond van deze afdeling ingesteld gemeentelijk adviesorgaan.

Lid 2

De gemeenteraad benoemt en ontslaat de leden van een gemeentelijk adviesorgaan.

Artikel 17.8

De leden van het gemeentebestuur zijn geen lid van een gemeentelijk adviesorgaan.

Artikel 17.9

Lid 1

De gemeenteraad stelt een commissie in die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg, die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonumentenactiviteit.

Lid 2

Naast de gevallen waarin de commissie op grond van artikel 16.15, eerste of tweede lid, als adviseur wordt aangewezen, kan het college van burgemeester en wethouders de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Lid 3

De commissie baseert haar advies, voor zover van toepassing, op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19. Bij een advies over een rijksmonumentenactiviteit neemt de commissie de uitgangspunten, bedoeld in artikel 5.22, in acht.

Lid 4

De adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd en worden schriftelijk openbaar gemaakt.

Lid 5

De door de commissie gehouden vergaderingen zijn openbaar. Een vergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Wet open overheid en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 5.1, tweede lid, van die wet genoemde belangen.

Lid 6

De commissie zendt de gemeenteraad elk jaar een verslag over de door haar verrichte werkzaamheden.

Artikel 17.10

Lid 1

Er is een Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening.

Lid 2

De stichting heeft tot taak aan de bestuursrechter op diens verzoek op onpartijdige en onafhankelijke wijze deskundigenbericht uit te brengen over:

  1. beroepen tegen besluiten op grond van deze wet,

  2. beroepen tegen besluiten op grond van andere wetten, als het gaat om een onderwerp dat samenhangt met de fysieke leefomgeving of activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

Lid 3

De personen die deel uitmaken van de organen van de stichting en het personeel van de stichting vervullen geen functies en betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is in verband met de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de stichting of het vertrouwen daarin.