Artikel 45 Wetboek van Strafrecht
Lid 1
Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
Lid 2
Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.
Lid 3
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste twintig jaren.
Lid 4
De bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide misdrijf.