Hoofdstuk 10. Uitrusting en radioapparaten

Artikel 10.1

Lid 1

Het is verboden uitrusting en radioapparaten die niet voldoen aan de krachtens artikel 10.9, onderdeel a, b, c, e, h en i gestelde voorschriften, in de handel te brengen, op de markt aan te bieden of in gebruik te nemen.

Lid 2

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10.3 tot en met 10.6.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over uitzonderingen op de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden.

Lid 4

Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen voor marktdeelnemers, bedoeld in de artikelen 10.3 tot en met 10.7.

Artikel 10.2

Lid 1

De bevoegde nationale autoriteit in de artikelen 7, achtste en negende lid, 8, tweede lid, onder b en c, 9, zesde en achtste lid, 10, vierde en vijfde lid van richtlijn nr. 2014/30/EU en de artikelen 10, elfde lid en twaalfde lid, 11, tweede lid, onder b en c, 12, zevende en negende lid, 13 vierde en vijfde lid van richtlijn nr. 2014/53/EU is Onze Minister.

Lid 2

De in de artikelen 7, zesde, zevende en negende lid, 9, derde, vierde en achtste lid, 10, tweede lid, 15, tweede lid, van richtlijn nr. 2014/30/EU en de artikelen 10, zevende, achtste en twaalfde lid, 12, derde, vierde en negende lid, 13, tweede lid, 18, tweede lid, 21, derde lid, van richtlijn 2014/53/EU voorgeschreven taal is Nederlands of Engels.

Artikel 10.3

Fabrikanten voldoen aan de artikelen 7 en 14 van richtlijn nr. 2014/30/EU en aan de artikelen 10, 17 en 21, eerste, tweede en derde lid, van richtlijn nr. 2014/53/EU, met dien verstande dat:

  1. een EU-conformiteitsverklaring voor apparaten voldoet aan artikel 15 van richtlijn nr. 2014/30/EU;

  2. een EU-conformiteitsverklaring voor radioapparaten voldoet aan artikel 18 van richtlijn nr. 2014/53/EU.

Artikel 10.4

Lid 1

Een fabrikant kan schriftelijk een gemachtigde aanwijzen. De aanwijzing omvat niet de verplichtingen op grond van artikel 7, eerste lid, van richtlijn nr. 2014/30/EU en artikel 10, eerste lid, van richtlijn nr. 2014/53/EU alsmede niet de in artikel 7, tweede lid, van richtlijn nr. 2014/30/EU en de in artikel 10, derde lid, van richtlijn nr. 2014/53/EU bepaalde verplichting om technische documentatie op te stellen.

Lid 2

Een gemachtigde als bedoeld in het eerste lid, voert de taken uit die opgenomen zijn in de aanwijzing. De aanwijzing omvat tenminste de volgende taken:

  1. het ter beschikking van Onze Minister houden van de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie gedurende tien jaar nadat het apparaat of het radioapparaat in de handel is gebracht;

  2. het op verzoek van Onze Minister verstrekken van alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de apparaten of radioapparaten aan te tonen;

  3. het op verzoek van Onze Minister verlenen van medewerking aan eventueel genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van apparaten of radioapparaten waarvoor hij als gemachtigde is aangewezen.

Artikel 10.5

Importeurs voldoen aan artikel 9 van richtlijn nr. 2014/30/EU en aan artikel 12 van richtlijn nr. 2014/53/EU.

Artikel 10.6

Distributeurs voldoen aan artikel 10 van richtlijn nr. 2014/30/EU en aan artikel 13 van richtlijn nr. 2014/53/EU.

Artikel 10.7

Een importeur of distributeur wordt als fabrikant in de zin van richtlijn nr. 2014/30/EU of richtlijn 2014/53/EU beschouwd wanneer hij een apparaat of een radioapparaat onder zijn eigen naam of handelsmerk in de handel brengt of een reeds in de handel gebrachte apparaat of radioapparaat zodanig wijzigt dat de conformiteit met de desbetreffende richtlijnen in het gedrang kan komen.

Artikel 10.8

Lid 1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over speciale maatregelen betreffende de ingebruikneming of het gebruik van uitrusting die voldoet aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorschriften. Deze regels betreffen:

  1. maatregelen om een bestaand of te verwachten probleem in verband met de eisen waar uitrusting aan moet voldoen op een bepaalde locatie te verhelpen;

  2. maatregelen die om veiligheidsredenen genomen worden om openbare elektronische communicatienetwerken of radioapparaten te beschermen, indien deze worden gebruikt voor veiligheidsdoeleinden in duidelijk gedefinieerde spectrumsituaties.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de middelen die Onze Minister kan gebruiken om het in de handel brengen of op de markt aanbieden van apparaten of radioapparaten of categorieën van apparaten of radioapparaten te beëindigen of te beperken apparaten of radioapparaten te laten terugroepen, of apparaten of radioapparaten uit de handel te laten nemen indien de vrees is gewettigd dat de betrokken apparaten of radioapparaten een risico vormen voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor de bescherming van algemene belangen of dat door de betrokken apparaten of radioapparaten ontoelaatbare belemmeringen worden veroorzaakt in het etherverkeer of in andere apparaten of radioapparaten.

Artikel 10.9

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van conformiteitsrichtlijnen en bijlage II van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte regels worden gesteld, inzake:

  1. eisen waar uitrusting of radioapparaten en het gebruik ervan aan moeten voldoen;

  2. de conformiteitsbeoordeling van apparaten of radioapparaten;

  3. het aanbrengen van markeringen;

  4. de aanwijzing, accreditatie en bevoegdheden van instanties die betrokken kunnen worden bij de conformiteitsbeoordeling, alsmede de intrekking van de aanwijzing;

  5. informatieverplichtingen met betrekking tot uitrusting of radioapparaten;

  6. de aansluiting van uitrusting of radioapparaten op openbare elektronische communicatienetwerken, alsmede het afsluiten of buiten gebruikstellen van die uitrusting of radioapparaten;

  7. de door een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk te verstrekken informatie over de technische specificaties van netwerkaansluitpunten,

  8. de door een fabrikant van radioapparaten te verstrekken informatie over de conformiteit van voorgenomen combinaties van radioapparaten en software met eisen waar de radioapparaten aan moeten voldoen;

  9. het registreren van radioapparaten.

Artikel 10.10

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden ter uitvoering van tussen de Europese Unie en derde landen gesloten overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordelingen van apparaten of radioapparaten, ondermeer over de aanwijzing van instanties die betrokken kunnen worden bij de conformiteitsbeoordeling, alsmede de intrekking van de aanwijzing.

Artikel 10.11

Lid 1

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie regels gesteld ter zake van apparaten of radioapparaten bestemd voor de ontvangst en weergave van televisieprogramma’s als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008, en van apparaten of radioapparaten bestemd voor het ontsleutelen van versleutelde digitale televisiesignalen.

Lid 2

Het is verboden apparaten of radioapparaten als bedoeld in het eerste lid te verkopen, te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen indien niet wordt voldaan aan de krachtens het eerste lid gestelde regels.

Artikel 10.11a

Een autoradio-ontvanger die wordt ingebouwd in een nieuw voertuig van de voertuigcategorie M als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen dat op de markt wordt aangeboden voor verkoop of verhuur bevat een ontvanger die voldoet aan de eisen die in bijlage XI bij richtlijn (EU) 2018/1972 zijn opgenomen ten aanzien van de interoperabiliteit voor radio-ontvangers.

Artikel 10.11b

Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen of EU-besluiten die dienen ter uitvoering van de in dit hoofdstuk genoemde richtlijnen.

Artikel 10.11c

Lid 1

Het is een ieder verboden uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van die verordening.

Lid 2

Het is ten aanzien van uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, de fabrikant, de importeur, de gemachtigde, die is aangewezen om de in artikel 4, derde lid, van die verordening vermelde taken namens de fabrikant te verrichten of de fulfilmentdienstverlener verboden te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van die verordening.

Lid 3

Het is de gemachtigde, bedoeld in het tweede lid, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, van verordening (EU) 2019/1020.

Artikel 10.11d

Lid 1

Het is een marktdeelnemer en een fulfilmentdienstverlener ten aanzien van uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, verboden te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van die verordening.

Lid 2

Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij ten aanzien van uitrusting of radioapparaten waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, verboden te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van die verordening.

Artikel 10.12

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake het maken van reclame voor uitrusting of radioapparaten waarvan het in de handel brengen of het op de markt aanbieden op grond van artikel 10.1 of artikel 10.11 is verboden.

Artikel 10.13

Lid 1

Indien uitrusting of radioapparaten een ontoelaatbare storing of belemmering veroorzaken in uitrusting of radioapparaten die voldoen aan de krachtens artikel 10.9, onderdeel a, b, c, e, h en i gestelde voorschriften, kan de houder van de storing veroorzakende uitrusting of radioapparaat worden verplicht een door Onze Minister gegeven aanwijzing op te volgen.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van uitrusting of radioapparaten, of over belemmeringen, welke bij het gebruik van apparaten of radioapparaten worden ondervonden.

Artikel 10.14

Voor de toepassing van de artikelen 10.15 tot en met 10.17 worden met radioapparaten gelijk gesteld:

  1. elke samenvoeging van onderdelen geschikt om een radioapparaat dan wel een ingevolge het bepaalde onder b daarmee gelijkgesteld apparaat te vormen;

  2. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te omschrijven elektrische of elektronische apparaten die geschikt zijn om door gebruik tezamen met een radioapparaat een radioapparaat te vormen met andere technische eigenschappen.

Artikel 10.15

Lid 1

Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben, of het gebruik van radioapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten op grond van hoofdstuk 3 een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte is verleend.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, is het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aanwezig hebben, of het gebruik van radioapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, toegestaan, indien:

  1. krachtens hoofdstuk 3 geen vergunning is vereist voor het gebruik van frequentieruimte en, indien voor het gebruik melding en registratie verplicht zijn krachtens artikel 3.9, eerste lid, onder d, indien melding en registratie heeft plaatsgevonden;

  2. de houder van het radioapparaat met de houder of huurder van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte een overeenkomst heeft gesloten voor de aanleg en het instandhouden van een radioapparaat ten behoeve van het verzorgen van diensten van de opdrachtgever waarbij gebruik wordt gemaakt van de aan de opdrachtgever toegewezen frequentieruimte;

  3. de houder van het radioapparaat gebruik maakt van frequentieruimte krachtens een overeenkomst van verhuur in overeenstemming met het bij of krachtens artikel 3.20a bepaalde;

  4. deze apparaten worden gebruikt aan boord van andere schepen dan schepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren of andere dan Nederlandse luchtvaartuigen en daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag, of

  5. deze apparaten worden gebruikt door niet-ingezetenen van Nederland die tijdelijk hier te lande verblijven en daartoe voor Nederland bindende afspraken zijn gemaakt.

Artikel 10.16

Lid 1

Onze Minister kan, in afwijking van artikel 10.15, eerste lid, een vergunning verlenen voor het aanleggen van radioapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor gebruik van frequentieruimte. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

Lid 2

De vergunning kan worden geweigerd, indien:

  1. het ernstige vermoeden bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt;

  2. een eerder verleende vergunning is ingetrokken wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften;

  3. de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels, of

  4. de aanvrager naar het oordeel van Onze Minister geen gerechtvaardigd belang heeft bij verlening van de vergunning.

Lid 3

De vergunning kan worden ingetrokken, indien:

  1. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt, of

  2. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen.

Artikel 10.17

Lid 1

Het is verboden:

  1. een radioapparaat te gebruiken om aan boord van een schip of luchtvaartuig buiten elk nationaal gebied programma's uit te zenden;

  2. een radioapparaat, bestemd voor een gebruik als onder a bedoeld, te exploiteren;

  3. een radioapparaat ter beschikking te stellen of aan te leggen in de wetenschap, dat het is bestemd voor een gebruik als bedoeld onder a;

  4. een schip of luchtvaartuig ter beschikking te stellen in de wetenschap, dat dit is bestemd om aan boord daarvan uitzendingen te doen als onder a bedoeld.

Lid 2

Het is verboden aan overtreding van een der in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk mee te werken door daarbij behulpzaam te zijn dan wel daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen. Als handelingen van medewerking worden in elk geval beschouwd:

  1. het ter beschikking stellen van materiaal ten behoeve van het schip of luchtvaartuig dan wel van het radioapparaat;

  2. het onderhouden of herstellen van het schip of luchtvaartuig dan wel van het radioapparaat;

  3. het bevoorraden van het schip of luchtvaartuig;

  4. het vervoeren van personen of goederen naar of van het schip of luchtvaartuig dan wel het ter beschikking stellen van middelen tot dat vervoer;

  5. het vervaardigen van programma's of onderdelen daarvan, bestemd om te worden uitgezonden;

  6. het geven van opdrachten tot het uitzenden van programma's of onderdelen daarvan dan wel het verlenen van bemiddeling bij het verkrijgen van zodanige opdrachten.

Lid 3

Het tweede lid blijft buiten toepassing, indien de aldaar bedoelde handelingen worden verricht teneinde in geval van nood het schip of luchtvaartuig bij te staan of mensenlevens te beschermen.

Lid 4

Onder schip of luchtvaartuig wordt in dit artikel mede begrepen elk ander drijvend of door de lucht gedragen voorwerp.