Hoofdstuk 6b. Consultatie

Artikel 6b.1

Lid 1

Op de voorbereiding van een besluit van de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in de artikelen 6.26.3, 6.3a, 6.4, 6a.2, 6a.3, 6a.4a tot en met 6a.4d en artikel 6a.4f6b.2, vijfde lid, onderdeel a, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid kan de Autoriteit Consument en Markt besluiten om de in het eerste lid bedoelde procedure niet toe te passen indien het besluit geen aanzienlijke gevolgen heeft voor de desbetreffende markt.

Lid 3

Indien het een besluit op aanvraag betreft, is artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Lid 4

Op een verzoek als bedoeld in artikel 6a.4e, eerste lid, is afdeling 3.4, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, tenzij op voorhand duidelijk is dat het verzoek niet aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet.

Artikel 6b.2

Lid 1

De Autoriteit Consument en Markt legt een ontwerp van een besluit als bedoeld in artikel 6b.1, eerste lid, indien dat van invloed is op de handel tussen de lidstaten, of van een besluit als bedoeld in artikel 6a.4e, derde of vierde lid, en de gronden die aan het ontwerpbesluit ten grondslag liggen, voor aan:

  1. de Europese Commissie,

  2. de nationale regelgevende instanties in andere lidstaten, en

  3. BEREC,

en stelt de Autoriteit Consument en Markt hen gedurende een maand in de gelegenheid daarover opmerkingen te maken.

Lid 2

De Autoriteit Consument en Markt neemt het besluit niet dan nadat de in het eerste lid bedoelde termijn van een maand is verstreken.

Lid 3

De Autoriteit Consument en Markt houdt bij het nemen van het besluit zoveel mogelijk rekening met de opmerkingen die de Europese Commissie, de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten en BEREC met betrekking tot het ontwerp aan de Autoriteit Consument en Markt hebben medegedeeld.

Lid 4

Indien de Europese Commissie binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, heeft medegedeeld dat zij van mening is dat de bepaling van een relevante markt op grond van artikel 6a.1, tweede lid, of de aanwijzing van een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, bedoeld in artikel 6a.2, eerste lid, aanhef, een belemmering vormt voor de interne Europese markt of dat zij ernstige twijfels heeft omtrent de verenigbaarheid van het ontwerpbesluit met het Unierecht, wacht de Autoriteit Consument en Markt tenminste twee maanden vanaf de datum van die mededeling met het vaststellen van het besluit.

Lid 5

Uiterlijk zes maanden na de dag waarop de Europese Commissie overeenkomstig artikel 32, zesde lid, onderdeel a, van richtlijn (EU) 2018/1972 een beschikking heeft gegeven omtrent een ontwerpbesluit als bedoeld in het vierde lid:

  1. brengt de Autoriteit Consument en Markt het ontwerp met betrekking tot de door de Europese Commissie in de beschikking aangegeven voorstellen in overeenstemming met het Unierecht, of

  2. besluit de Autoriteit Consument en Markt het desbetreffende ontwerpbesluit niet vast te stellen.

Lid 6

Van het besluit, bedoeld in het vijfde lid, onder b, doet de Autoriteit Consument en Markt mededeling in de Staatscourant.

Lid 7

Indien de Europese Commissie binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, heeft medegedeeld dat zij van mening is dat een in het ontwerpbesluit voorgestelde verplichting als bedoeld in de artikel 6.2, 6.3, eerste of negende lid, 6.3a, 6a.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, 6a.4a, vijfde of zesde lid, of 6a.4e, eerste lid, onderdeel b, een belemmering vormt voor de interne Europese markt of dat zij ernstige twijfels heeft omtrent de verenigbaarheid daarvan met het Unierecht, neemt de Autoriteit Consument en Markt het besluit niet dan nadat de termijn van vier maanden vanaf de datum van die mededeling is verstreken. In afwijking van deze termijn kan de Autoriteit Consument en Markt het besluit nemen zodra de aanbeveling is gedaan of het voorbehoud is ingetrokken.

Lid 8

Indien de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in het zevende lid in overeenstemming brengt met een advies van BEREC als bedoeld in artikel 33, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 of een aanbeveling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 33, vijfde lid, onderdeel a, van die richtlijn met betrekking tot die verplichting, is artikel 6b.1 van overeenkomstige toepassing.

Lid 9

Indien de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in het zevende lid, niet in overeenstemming brengt met:

  1. een advies van BEREC als bedoeld in artikel 33, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, of

  2. een aanbeveling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 33, vijfde lid, onderdeel a, van die richtlijn met betrekking tot die verplichting, motiveert de Autoriteit Consument en Markt waarom zij de verplichting in het ontwerpbesluit niet wijzigt of intrekt.

Lid 10

De Autoriteit Consument en Markt stuurt een overeenkomstig dit artikel voorbereid besluit in afschrift aan de Europese Commissie en BEREC. In het geval van een aanbeveling of een voorbehoud als bedoeld in het zevende lid, verstuurt de Autoriteit Consument en Markt het afschrift binnen een maand nadat de aanbeveling is gedaan of het voorbehoud is ingetrokken. De termijn van een maand kan door de Autoriteit Consument en Markt worden verlengd indien de Autoriteit Consument en Markt de wijziging van het ontwerpbesluit voorbereidt overeenkomstig artikel 6b.1, eerste lid.

Lid 11

Het vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de Europese Commissie overeenkomstig artikel 33, vijfde lid, onderdeel c, van richtlijn (EU) 2018/1972 een beschikking heeft gegeven omtrent een ontwerpbesluit op grond van artikel 6.3, derde of vijfde lid, met dien verstande dat de Autoriteit Consument en Markt ten minste vier maanden vanaf de datum van de mededeling van de Europese Commissiewacht met het vaststellen van het besluit.

Artikel 6b.3

Lid 1

De Autoriteit Consument en Markt kan in uitzonderlijke omstandigheden indien de vereiste spoed zich verzet tegen de toepassing van de procedures, bedoeld in de artikelen 6b.1, eerste lid, of 6b.2, die procedure buiten toepassing laten bij het nemen van een besluit als bedoeld in de artikelen 6.26.3, 6.3a en 6a.2, eerste lid, onder a, teneinde de concurrentie te waarborgen of de belangen van de gebruikers te beschermen.

Lid 2

Een besluit als bedoeld in het eerste lid geldt voor een periode van maximaal 26 weken.

Lid 3

De Autoriteit Consument en Markt stuurt een afschrift van een besluit als bedoeld in het eerste lid aan de Europese Commissie, de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten, en BEREC.

Artikel 6b.4

Indien een nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat ingevolge artikel 32, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 een ontwerp van een besluit aan de Autoriteit Consument en Markt voorlegt, doet de Autoriteit Consument en Markt haar opmerkingen aan die nationale regelgevende instantie binnen de door die instantie gestelde termijn toekomen.

Artikel 6b.5

Lid 1

Op de voorbereiding van een besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot het opleggen, instandhouden of intrekken van een verplichting als bedoeld in een op basis van artikel 6a.11 tot stand gekomen ministeriële regeling is de procedure, bedoeld in artikel 6b.1 van toepassing.

Lid 2

De Autoriteit Consument en Markt legt een ontwerp van een besluit als bedoeld in het eerste lid voor aan de Europese Commissie en de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten.

Lid 3

De Autoriteit Consument en Markt gaat niet over tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat de Europese Commissie daartoe overeenkomstig artikel 68, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 toestemming heeft gegeven. De Autoriteit Consument en Markt houdt daarbij rekening met de door de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten gemaakte opmerkingen.

Artikel 6b.6

Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt:

  1. een besluit als bedoeld in artikel 6a.2, eerste lid, en de aan een dergelijk besluit ten grondslag liggende bepaling van de relevante markt, bedoeld in artikel 6a.1, eerste of tweede lid, en het onderzoek van die markt, bedoeld in artikel 6a.1, derde lid, respectievelijk het onderzoek van een transnationale markt, bedoeld in artikel 6a.1, vierde lid;

  2. een besluit als bedoeld in artikel 6a.3, eerste, tweede of derde lid, en de aan een dergelijk besluit ten grondslag liggende bepaling van de relevante markt, bedoeld in artikel 6a.1, eerste of tweede lid, en het onderzoek van die markt als bedoeld in artikel 6a.1, derde lid, respectievelijk het onderzoek van een transnationale markt als bedoeld in artikel 6a.1, vierde lid.