Art. 3:107 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Bezit is het houden van een goed voor zichzelf.

Lid 2

Bezit is onmiddellijk, wanneer iemand bezit zonder dat een ander het goed voor hem houdt.

Lid 3

Bezit is middellijk, wanneer iemand bezit door middel van een ander die het goed voor hem houdt.

Lid 4

Houderschap is op overeenkomstige wijze onmiddellijk of middellijk.

Wordt genoemd in: