Art. 3:113 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Men neemt een goed in bezit door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen.
Lid 2
Wanneer een goed in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor een inbezitneming onvoldoende.