Art. 3:278 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Voorrang vloeit voort uit pand, hypotheek en voorrecht en uit de andere in de wet aangegeven gronden.

Lid 2

Voorrechten ontstaan alleen uit de wet. Zij rusten of op bepaalde goederen of op alle tot een vermogen behorende goederen.

Wordt genoemd in: