Artikel 100 Wetboek van Koophandel

De wisselbrief behelst:

  1. de benaming "wisselbrief", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;

  2. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;

  3. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene);

  4. de aanwijzing van den vervaldag;

  5. die van de plaats, waar de betaling moet geschieden;

  6. den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan;

  7. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de wisselbrief is getrokken;

  8. de handteekening van dengene, die den wisselbrief uitgeeft (trekker).