Artikel 214 Wetboek van Koophandel

Lid 1

De trekker of de houder van eene chèque kan deze kruisen met de in het volgende artikel genoemde gevolgen.

Lid 2

De kruising geschiedt door het plaatsen van twee evenwijdige lijnen op de voorzijde van de chèque. Zij kan algemeen zijn of bijzonder.

Lid 3

De kruising is algemeen, indien zij tusschen de twee lijnen geen enkele aanwijzing bevat, of wel de vermelding: "bankier", of een soortgelijk woord; zij is bijzonder, indien de naam van eenen bankier voorkomt tusschen de twee lijnen.

Lid 4

De algemeene kruising kan worden veranderd in een bijzondere, maar de bijzondere kruising kan niet worden veranderd in een algemeene.

Lid 5

De doorhaling van de kruising of van den naam van den aangewezen bankier wordt geacht niet te zijn geschied.