Artikel 178 Wetboek van Koophandel

De chèque behelst:

  1. de benaming "chèque", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;

  2. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;

  3. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene);

  4. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden;

  5. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de chèque is getrokken;

  6. de handteekening van dengene, die de chèque uitgeeft (trekker).