Artikel 11.80 Besluit activiteiten leefomgeving

Lid 1

Voor dieren van de volgende soorten voldoen de te gebruiken geweren en munitie ook aan de volgende eisen:

  1. reeën: geweren met ten minste een getrokken loop en kogelpatronen voor getrokken loop waarvan de trefenergie ten minste 980 J op 100 m afstand van de loopmond bedraagt; en

  2. edelherten, damherten en wilde zwijnen: geweren met ten minste een getrokken loop en kogelpatronen van een kaliber van ten minste 6,5 mm voor getrokken loop waarvan de trefenergie ten minste 2.200 J op 100 m afstand van de loopmond bedraagt.

Lid 2

Voor konijnen en houtduiven te gebruiken kogelpatronen hebben een kaliber van .22 inch of 5,58 mm.

Lid 3

Voor hazen, fazanten en wilde eenden worden alleen hagelpatronen gebruikt.