Artikel 11.86 Besluit activiteiten leefomgeving

Lid 1

Eendenkooien worden alleen gebruikt als daartoe met goed gevolg een door Onze Minister voor Natuur en Stikstof erkend examen is afgelegd.

Lid 2

Een eendenkooi voldoet aan de volgende voorwaarden:

  1. er is een open wateroppervlakte aanwezig van ten minste 200 m2, waarin een cirkel met een straal van ten minste 7,50 m kan worden beschreven;

  2. het water is ten minste 50 cm diep;

  3. rondom het water ligt een rand van bos of struweel; en

  4. in open verbinding met het water is ten minste één vangpijp aanwezig die onmiddellijk als vangmiddel kan worden gebruikt.

Lid 3

Met een eendenkooi gevangen dieren worden onverwijld na het vangen in vrijheid gesteld of gedood.

Lid 4

De eigenaar van een eendenkooi gebruikt voor de afpaling van de eendenkooi palen die zijn voorzien van het opschrift «Eendenkooi van x, met recht van afpaling op y m, gerekend uit het midden der kooi», waarbij wordt ingevuld voor:

  1. x: de naam van de eigenaar van de eendenkooi;

  2. y: het aantal meters waarop het afpalingsrecht betrekking heeft.

Lid 5

Het eerste lid is niet van toepassing als de gebruiker van de eendenkooi vanwege het met gunstig gevolg behalen van een krachtens de Jachtwet erkend jachtexamen:

  1. in de periode van 1 januari 1977 tot en met 31 maart 2002 een jachtakte als bedoeld in de Jachtwet is uitgereikt; of

  2. in de periode van 1 april 2002 tot en met 30 september 2004 een jachtakte als bedoeld in de Flora- en faunawet is uitgereikt.

Wordt genoemd in: