Artikel 4.1303 Besluit activiteiten leefomgeving

Lid 1

Voor de emissie in de lucht van een ketel zijn de emissiegrenswaarden:

  1. voor stikstofoxiden, zwaveldioxide en totaal stof de waarden, bedoeld in tabel 4.1303; en

  2. voor ammoniak:

    1. 5 mg/Nm3 bij toepassing van selectieve katalytische reductie; en

    2. 10 mg/Nm3 bij toepassing van selectieve niet-katalytische reductie.

Lid 2

Aan het eerste lid wordt voor totaal stof bij de verbranding van vloeibare brandstof in een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW in ieder geval voldaan als:

  1. het asgehalte van de brandstof in massaprocent lager is dan de toepasselijke emissiegrenswaarde gedeeld door 800; en

  2. uit de keuring, bedoeld in artikel 4.1326, blijkt dat de concentratie van koolstofmonoxide in het rookgas lager is dan 100 mg/Nm3.

Lid 3

Aan het eerste lid wordt voor totaal stof bij de verbranding van rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa in een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW in ieder geval voldaan als de afgezogen stofemissies door een geschikt doekenfilter worden gevoerd.

Lid 4

Aan het eerste lid wordt bij de verbranding van rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa in een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten hoogste 0,5 MW in ieder geval voldaan als Verordening (EU) 2015/1189 van de Commissie van 28 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de eisen inzake ecologisch ontwerp voor verwarmingsketels voor vaste brandstoffen betreft (PbEU 2015, L 193/100) van toepassing is.

Tabel 4.1303 emissiegrenswaarden ketel

Brandstof / nominaal thermisch ingangsvermogen

Stikstofoxiden in mg/Nm3

Zwaveldioxide in mg/Nm3

Totaal stof in mg/Nm3

Vloeibare brandstof, met uitzondering van rie-biomassa, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW en minder dan 1 MW

120

200

20

Vloeibare brandstof, met uitzondering van rie-biomassa, gestookt in een ketel van tenminste 1 MW

120

200

5

Rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa, gestookt in een ketel van ten hoogste 0,5 MW

300

200

40

Rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa, gestookt in een ketel van meer dan 0,5 MW en minder dan 1 MW

275

100

15

Rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa, gestookt in een ketel van ten minste 1 en minder dan 5 MW

145

100

5

Rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa, gestookt in een ketel van ten minste 5 MW

100

60

5

Vergistingsgas, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW en minder dan 1 MW

70

200

Vergistingsgas, gestookt in een ketel van meer dan 1 MW

70

100

Aardgas of waterstof, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW

70

Waterstof, gestookt in een ketel van 400 kW of minder

90

Propaangas of butaangas, gestookt in een ketel van meer dan 400 kW

140

Lid 5

Aan het eerste lid wordt bij verbranding van waterstof in een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 400 kW of minder in ieder geval voldaan als Verordening (EU) van de Commissie van 2 augustus 2013 totuitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft (PbEU 2013 L 239/136) van toepassing is.

Dit artikel verwijst naar: