Artikel 4.608 Besluit activiteiten leefomgeving
Lid 1
Voor het afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, zijn de emissiegrenswaarden:
de waarden, bedoeld in de tweede kolom van tabel 4.608a, gemeten in een tijdproportioneel of volumeproportioneel etmaalmonster; en
afhankelijk van de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk de waarden, bedoeld in tabel 4.608b, gemeten in een voortschrijdend jaargemiddelde.
Lid 2
Afhankelijk van het aantal monsters dat per jaar wordt genomen, zijn voor het aantal monsters, bedoeld in de tweede kolom van tabel 4.608c, de emissiegrenswaarden niet de waarden, bedoeld in de tweede kolom van tabel 4.608a, maar de waarden, bedoeld in de derde kolom van die tabel, gemeten in een tijdproportioneel of volumeproportioneel etmaalmonster.
Lid 3
Monsters met extreme concentraties die het gevolg zijn van ongebruikelijke situaties zoals zware regenval worden buiten beschouwing gelaten.
Tabel 4.608a EmissiegrenswaardenStoffen
Emissiegrenswaarde als bedoeld in het eerste lid, onder a, in mg/l
Emissiegrenswaarde als bedoeld in het tweede lid, in mg/l
Biochemisch zuurstofverbruik zonder nitrificatie
20
40
Chemisch zuurstofverbruik
125
250
Onopgeloste stoffen
30
75
Tabel 4.608b EmissiegrenswaardenStoffen
Emissiegrenswaarde in mg/l
Bij een ontwerpcapaciteit van 2.000 tot 20.000 inwonerequivalenten
Bij een ontwerpcapaciteit van 20.000 tot 100.000 inwonerequivalenten
Bij een ontwerpcapaciteit van meer dan 100.000 inwonerequivalenten
Som van fosforverbindingen
2,0
2,0
1,0
Som van stikstofverbindingen
15
10
10
Tabel 4.608c Aantallen monstersAantal genomen monsters per jaar
Aantal monsters met andere emissiegrenswaarden
4–7
1
8–16
2
17–28
3
29–40
4
41–53
5
54–67
6
68–81
7
82–95
8
96–110
9
111–125
10
126–140
11
141–155
12
156–171
13
172–187
14
188–203
15
204–219
16
220–235
17
236–251
18
252–268
19
269–284
20
285–300
21
301–317
22
318–334
23
335–350
24
351–365
25