Artikel 4.73 Besluit activiteiten leefomgeving

Lid 1

Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden, afhankelijk van de periodegemiddelden in een periodieke meting of continue meting de waarden, bedoeld in tabel 4.73, voor een:

  1. afvalverbrandingsinstallatie; of

  2. afvalmeeverbrandingsinstallatie als daarin:

    1. meer dan 40% van de vrijkomende warmte afkomstig is van gevaarlijke afvalstoffen; of

    2. onbehandelde of ongesorteerde huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen worden verbrand.

Lid 2

Als een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen heeft van minder dan 20 MW, is de emissiegrenswaarde in een maandgemiddelde voor stikstofoxiden niet van toepassing.

Lid 3

Voor het berekenen van de emissies van de stoffen, bedoeld in tabel 4.73, wordt de massaconcentratie omgerekend naar een zuurstofgehalte van 11% in afgas, met uitzondering van de emissies van de verbranding van afgewerkte olie.

Lid 4

Voor het berekenen van de emissies van de verbranding van afgewerkte olie wordt de massaconcentratie omgerekend naar een zuurstofgehalte van 3% in afgas.

Tabel 4.73 Emissiegrenswaarden afvalverbrandingsinstallatie en afvalmeeverbrandingsinstallatie

Stof

Halfuur- en daggemiddelde in mg/Nm3

Maand-gemiddelde in mg/Nm3

Daggemiddelde in mg/Nm3

Tienminutengemiddelde in mg/Nm3

Emissiegrenswaarde in bemonsteringsperiode in mg/Nm3 of ng/Nm3

Totaal stof

3

Gasvormige en vluchtige organische stoffen, uitgedrukt in totaal organische koolstof

6

Zoutzuur

6

Waterstoffluoride

0,5

Zwaveldioxide

30

Stikstofoxiden

100

70

Ammoniak

5

Koolmonoxide

30

150

Kwik

0,01

0,01 mg/Nm3

Som van cadmium en thallium

0,02 mg/Nm3

Som van antimoon, arseen, chroom, kobalt, koper, lood, mangaan, nikkel en vanadium

0,15 mg/Nm3

Som van dioxinen en furanen, gedefinieerd als de som van de afzonderlijke dioxinen en furanen, gewogen volgens de equivalentie-factoren

0,03 ng/Nm3