Artikel 5.36 Besluit activiteiten leefomgeving
Lid 1
Een continue meting bestaat uit:
een rechtstreekse continue meting van de concentratie in het afgas; of
een continue meting van de parameters van de voor de installatie vastgestelde uitworpkarakteristiek.
Lid 2
Het resultaat van de continue meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de halfuursgemiddelden of etmaalgemiddelden, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 5.36.
Lid 3
De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.
Tabel 5.36 MeetonzekerheidStof
Percentage meetonzekerheid
Zwaveldioxide
20
Stikstofoxide
20
Totaal stof
30
Debiet
20
Overig
40