Afdeling 15.1. Algemeen
Artikel 15.1
Lid 1
Dit hoofdstuk gaat over het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin.
Lid 2
Dit hoofdstuk gaat niet over het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin:
bij een huishouden;
in een badruimte of een niet-gezamenlijk gedeelte van een logiesfunctie;
dat ten hoogste 24 uur aaneengesloten op een locatie is opgesteld;
dat is bedoeld voor contact tussen mens en dier; of
aan boord van schepen die niet permanent zijn afgemeerd.
Artikel 15.2
De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:
het voorkomen van verdrinking van de gebruikers van een badwaterbassin;
het beschermen van de gezondheid van de gebruikers van een badwaterbassin; en
het in en om een badwaterbassin voorkomen van letsel van de gebruikers van het badwaterbassin.
Artikel 15.3
Voor het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden in een badwaterbassin zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de activiteit geheel of in hoofdzaak wordt verricht het bevoegd gezag:
waaraan een melding wordt gedaan;
dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of
dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.
Artikel 15.4
Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 15.5
Lid 1
Degene die gelegenheid biedt tot zwemmen of baden in een badwaterbassin en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 15.2, is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.
Lid 2
Deze plicht houdt in ieder geval in dat:
het risico op significante nadelige gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van de gebruikers van een badwaterbassin, de ruimten die met blote voeten worden betreden, en de bijbehorende voorzieningen, wordt beheerst, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de gebruikers;
het water in een badwaterbassin niet schadelijk is voor de gezondheid;
de lucht in een gesloten ruimte bij een badwaterbassin niet schadelijk is voor de gezondheid;
het water in een badwaterbassin en de lucht in een gesloten ruimte bij een badwaterbassin doelmatig kunnen worden bemonsterd; en
meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.
Artikel 15.6
Lid 1
Een maatwerkregel kan worden gesteld over artikel 15.5 en de afdelingen 15.2 en 15.3.
Lid 2
Met een maatwerkregel kan worden afgeweken van de afdelingen 15.2 en 15.3, tenzij anders is bepaald.
Lid 3
Een maatwerkregel kan worden gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 15.2.
Lid 4
Een maatwerkregel wordt gesteld in de omgevingsverordening.
Artikel 15.7
Lid 1
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 15.5 en de afdelingen 15.2 en 15.3, met uitzondering van bepalingen over meldingen.
Lid 2
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de afdelingen 15.2 en 15.3, tenzij anders is bepaald.
Lid 3
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 15.2.
Artikel 15.8
Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste:
de aanduiding van de activiteit;
de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;
het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de dagtekening.
Artikel 15.9
Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 15.3, worden die ondertekend en voorzien van:
de aanduiding van de activiteit;
de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;
het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de dagtekening.
Artikel 15.10
Lid 1
Voordat de naam of het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie, bedoeld in de artikelen 15.8 en 15.9, wijzigen, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 15.3.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 15.3.
Artikel 15.11
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 15.3, wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.