Afdeling 3.5. Afvalbeheer
Wordt genoemd in:
Artikel 3.152
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat demonteren functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing vallen niet:
het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.8.4; en
het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen bij een instelling voor oefendoeleinden en opleidingsdoeleinden.
Artikel 3.153
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.152, voor zover het gaat om het opslaan van metaalschroot of autowrakken.
Artikel 3.154
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.152, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
autodemontage en tweewielerdemontage, bedoeld in paragraaf 4.47;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.155
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.152, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.156
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het voorbereiden voor hergebruik van ingezamelde of afgegeven afvalstoffen.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat voorbereiden functioneel ondersteunen.
Artikel 3.157
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.156, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;
het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.158
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.156, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.159
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven rubberafval of kunststofafval voor verdere recycling.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat voorbehandelen functioneel ondersteunen.
Artikel 3.160
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW, afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.159.
Artikel 3.161
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.159, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het verwerken van thermoplastisch kunststof, bedoeld in paragraaf 4.26;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Lid 2
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
Lid 3
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.162
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.159, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.163
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven metaalafval voor verdere recycling.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat voorbehandelen functioneel ondersteunen.
Artikel 3.164
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.163, voor zover het gaat om het opslaan van metaalschroot of autowrakken.
Artikel 3.165
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.163, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;
het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het shredderen van autowrakken, bedoeld in paragraaf 4.31;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Lid 2
Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.
Lid 3
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.166
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.163, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.167
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven papierafval, kartonafval, textielafval, glasafval, puinafval of houtafval, voor verdere recycling.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat voorbehandelen functioneel ondersteunen.
Artikel 3.168
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.167, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.169
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.167, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.170
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het bieden van gelegenheid om op een daarvoor ingerichte locatie afvalstoffen af te geven, als dat in ieder geval het afgeven van grove huishoudelijke afvalstoffen door particuliere huishoudens omvat.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat bieden van gelegenheid functioneel ondersteunen.
Artikel 3.171
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.170, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
een milieustraat, bedoeld in paragraaf 4.51;
het opslaan van verwijderd asbest, bedoeld in paragraaf 4.52; en
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.172
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.170, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.173
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.174
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.173, eerste lid.
Artikel 3.175
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 3.176
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.173, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in paragraaf 4.49; en
het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over:
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het behandelen van stedelijk afvalwater bij een capaciteit van ten minste 100.000 inwonerequivalenten; en
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.177
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.173, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.178
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het opslaan van meer dan een partij ingezamelde of afgegeven grond of baggerspecie; en
het bewerken van grond of baggerspecie.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan en bewerken functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing valt niet het bewerken van grond of baggerspecie, als dat alleen bestaat uit:
het zeven van grond bij het graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.2.21;
het zeven van grond bij het graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.2.22;
het saneren van de bodem, bedoeld in paragraaf 3.2.23;
het zeven of samenvoegen van grond of baggerspecie of het mechanisch ontwateren van baggerspecie bij het opslaan van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.24; of
het als grondstof inzetten van grond in een productieproces of reparatieproces.
Lid 4
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en
partij: hoeveelheid materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt.
Artikel 3.179
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.178, voor zover het gaat om het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.
Lid 2
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.180
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.178, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.181
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.178 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.184
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat verwerken functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing vallen niet:
het vervoeren van afvalstoffen en het inzamelen van afvalstoffen;
het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen en het verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening;
het verbranden van afvalstoffen;
het in de atmosfeer uitstoten van gasvormige effluenten;
het afvangen van kooldioxide voor ondergrondse opslag, bedoeld in paragraaf 3.2.19;
het verwerken van kooldioxide voor het permanent opslaan van CO2 als bedoeld in artikel 1, onder u, van de Mijnbouwwet;
het verwerken van dierlijke meststoffen en het vergisten van plantaardig materiaal, bedoeld in de paragrafen 3.3.14 en 3.6.8;
het verwerken van dierlijke bijproducten, anders dan het verwerken door composteren of vergisten en de aan dat composteren of vergisten voorafgaande activiteiten;
het zuiveren van afvalwater;
het opslaan, mengen en opbulken van ingenomen huishoudelijke afvalstoffen als het innemen hoort bij geleverde diensten en de afvalstoffen die worden gemengd behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, bedoeld in bijlage II;
het opslaan, mengen en opbulken van ingenomen huishoudelijke afvalstoffen op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie in de openbare ruimte;
het opslaan van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.24;
het opslaan of bewerken van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.5.8; en
een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.10.
Lid 4
Onder de aanwijzing valt ook niet het verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen als dat alleen bestaat uit:
het mengen, opbulken, opslaan, scheiden, herverpakken of verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voorafgaand aan inzameling of afgifte;
het mobiel breken van bouwafval en sloopafval, bedoeld in afdeling 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam.
Lid 5
Onder de aanwijzing valt ook niet het verwerken van huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven.
Artikel 3.185
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het opslaan, herverpakken of opbulken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat opslaan, herverpakken of opbulken.
Lid 3
Het verbod geldt niet voor het opslaan van:
afvalstoffen van gezondheidszorg bij mens of dier en gebruikte hygiënische producten, met uitzondering van infectieuze afvalstoffen, lichaamsdelen of organen, en afvalstoffen van cytotoxische of cytostatische geneesmiddelen;
niet meer dan 10.000 ton banden van voertuigen;
metaal voor zover de opslagcapaciteit ten hoogste 50.000 ton is en het niet gaat om gevaarlijke afvalstoffen;
niet meer dan 100 m3 afgedankte elektrische of elektronische apparatuur die afkomstig is van particuliere huishoudens of die naar aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is;
niet meer dan 5 m3 draagbare batterijen of accu’s;
niet meer dan 5 m3 spaarlampen of gasontladingslampen;
niet meer dan 5 m3 inktcassettes of tonercassettes;
siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen op een locatie waarop het hergebruik van deze voorwerpen wordt voorbereid als de opslagoppervlakte ten hoogste 1.000 m2 is en het gaat om gevaarlijke afvalstoffen;
siervoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of tweedehands bouwmaterialen als de opslagoppervlakte ten hoogste 6.000 m2 is en het gaat om bedrijfsafvalstoffen;
lege ongereinigde verpakkingen die gevaarlijke afvalstoffen zijn of niet meer dan 45 m3 lege ongereinigde verpakkingen die bedrijfsafvalstoffen zijn, op een locatie waarop olie, vet, verf, lijm, kit, hars, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, in verpakking worden opgeslagen om te worden verkocht of geleverd aan afnemers en voor zover de lege ongereinigde verpakkingen zijn ingenomen van die afnemers;
ingenomen afvalstoffen van reparatiewerkzaamheden of onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen of bilgewater bij een jachthaven;
afgescheiden oliefractie of waterfractie van ingenomen bilgewater bij een jachthaven;
afgewerkte olie, smeervet of oliehoudende of vethoudende afvalstoffen, ontstaan als gevolg van onderhoud aan vaartuigen bij een bunkerstation, als deze afvalstoffen zijn ingenomen van personen die brandstof, smeerolie of smeervet bij het bunkerstation aanschaffen;
ontplofbare stoffen of voorwerpen door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht;
metalen met aanhangende olie of emulsie van olie, afgescheiden oliefracties of emulsiefracties;
niet meer dan 30 ton autobatterijen, autoaccu’s, industriële batterijen of accu’s;
niet meer dan 10.000 ton van elk van de volgende bedrijfsafvalstoffen:
bouwstoffen die op grond van paragraaf 3.2.25 mogen worden toegepast;
textiel;
verpakkingsglas;
vlakglas;
voedingsmiddelen afkomstig van detailhandel of groothandel;
niet-geïmpregneerd hout;
papier of karton; en
kunststof;
niet meer dan 600 m3 groenafval dat een bedrijfsafvalstof is;
niet meer dan 1 m3 gebruikte frituurvetten of frituuroliën die bedrijfsafvalstoffen zijn;
niet meer dan 1.000 m3 plantaardige restproducten uit de landbouw, tuinbouw, voedselbereiding of voedselverwerking voor het maken van diervoeder voor de dieren van degene die de activiteit verricht;
wrakken van gemotoriseerde voertuigen bij het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
niet meer dan vier wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of niet meer dan vier autowrakken of andere voertuigwrakken na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden;
autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of andere voertuigwrakken bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1 of in het kader van onderzoek door politie of justitie;
autowrakken na demontage op een andere locatie dan de locatie waarop demontage heeft plaatsgevonden, behalve als wordt opgeslagen op een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden; of
autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen of de bij het demonteren van deze wrakken vrijkomende afvalstoffen, als dat opslaan gebeurt bij het demonteren van ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen, bedoeld in paragraaf 3.5.1.
Lid 4
Het verbod geldt ook niet voor het opbulken of herverpakken van afvalstoffen als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit artikel.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van stoffen afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.186
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het demonteren van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat demonteren.
Lid 3
Het verbod geldt niet als het demonteren alleen bestaat uit:
het demonteren van autowrakken of het demonteren van wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen bij een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
het demonteren van accessoires van een autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig bij een activiteit waarop paragraaf 4.22 van toepassing is;
activiteiten met een autowrak, wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig of ander voertuigwrak na demontage, bij een instelling voor oefendoeleinden of opleidingsdoeleinden, als de identiteit of de inhoud van de autowrakken herkenbaar blijft en de activiteit samenhangt met het oefendoel of opleidingsdoel;
het voor recycling demonteren van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen die bedrijfsafvalstoffen zijn en alleen bestaan uit metaal, hout, kunststof, textiel, papier, karton of verbindingsmaterialen; of
het demonteren van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen voor hergebruik als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.
Lid 4
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten alleen bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.187
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het ontwateren of drogen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, die geen afvalwater zijn.
Lid 2
Het verbod geldt niet als dat ontwateren alleen bestaat uit het mechanisch ontwateren van zuiveringsslib dat een bedrijfsafvalstof is of het passief ontwateren of drogen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 3
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behalve als die activiteiten alleen bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3.188
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het verkleinen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt niet als dat verkleinen alleen bestaat uit:
het verkleinen van metaal, niet-geïmpregneerd hout, kunststof, papier of karton die bedrijfsafvalstoffen zijn, met uitzondering van autowrakken;
het verkleinen van groenafval dat een bedrijfsafvalstof is, ontstaan bij werkzaamheden die zijn verricht door degene die de activiteit verricht;
het voor recycling verkleinen van siervoorwerpen of gebruiksvoorwerpen die geen elektronica bevatten, bedrijfsafvalstoffen zijn en alleen bestaan uit metaal, hout, kunststof, textiel, papier, karton of verbindingsmaterialen; of
het demonteren van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 3.186.
Artikel 3.189
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het reinigen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt niet als het reinigen alleen bestaat uit:
het schoonmaken als voorbereiden voor hergebruik als bedoeld in artikel 3.190;
het reinigen van kunststof dat een bedrijfsafvalstof is; of
het schoonbranden van een spoel uit een elektromotor.
Artikel 3.190
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het voorbereiden voor hergebruik van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van het voorbereiden voor hergebruik van onderdelen van voertuigwrakken, siervoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of tweedehands bouwmaterialen.
Artikel 3.191
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het composteren of vergisten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat composteren of vergisten.
Lid 3
Het verbod geldt niet voor het composteren van ten hoogste 600 m3 groenafval dat een bedrijfsafvalstof is, ontstaan bij werkzaamheden die zijn verricht door degene die de activiteit verricht.
Lid 4
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten bestaan uit de activiteit, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.192
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het recyclen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, het vervaardigen van brandstoffen of opvulmateriaal uit bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het voorbehandelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing, anders dan de activiteiten met afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.185 tot en met 3.191 en 3.193 tot en met 3.196.
Lid 2
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat recyclen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, vervaardigen van brandstoffen of opvulmateriaal uit bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het voorbehandelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing.
Lid 3
Het verbod geldt niet als de activiteit alleen bestaat uit:
het vernieuwen van het loopvlak van banden van voertuigen;
het extruderen of spuitgieten van kunststof dat een bedrijfsafvalstof is;
het als grondstof inzetten van rubber, kunststof, metalen, steen, steenachtig materiaal, papier, karton, textiel, bont, leer, gips, kurk, hout of houtachtig materiaal of grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d van dat besluit, in een productieproces of reparatieproces, als de afvalstoffen bedrijfsafvalstoffen zijn; of
het maken van diervoeder voor eigen dieren van plantaardig materiaal uit de landbouw, tuinbouw, voedselbereiding of voedselverwerking, als de capaciteit voor het maken van diervoeder van deze afvalstoffen niet meer is dan 4.000 ton/jaar.
Lid 4
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, behalve als die activiteiten alleen bestaan uit de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.193
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt niet voor het verdichten van bedrijfsafvalstoffen dat geen belemmering vormt voor de nascheiding of recycling als het opslaan van de afvalstoffen die worden verdicht niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185.
Artikel 3.194
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het scheiden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt niet als dat scheiden alleen bestaat uit:
het scheiden van afvalstoffen, waarvan het opslaan niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185;
het demonteren, bedoeld in artikel 3.186;
het ontwateren of drogen, bedoeld in artikel 3.187;
het verkleinen, bedoeld in artikel 3.188;
het reinigen, bedoeld in artikel 3.189; of
het voorbereiden voor hergebruik, bedoeld in artikel 3.190.
Artikel 3.195
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het mengen van bedrijfsafvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat mengen.
Lid 3
Het verbod geldt niet als het mengen alleen bestaat uit:
het mengen van bedrijfsafvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn, als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185 en er wordt gemengd tijdens recycling of het voorbereiden voor hergebruik;
het mengen van rie-biomassa met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn, als het opslaan van de rie-biomassa niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185;
het bij het verbranden van rie-biomassa mengen van partijen rie-biomassa die behoren tot verschillende categorieën van afvalstoffen als bedoeld in bijlage II, als het opslaan van de afvalstoffen of het verbranden van de rie-biomassa niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.40e of 3.185; of
het mengen van bedrijfsafvalstoffen die behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, met uitzondering van de categorieën 10 en 111, bedoeld in bijlage II, als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185.
Artikel 3.196
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het mengen van gevaarlijke afvalstoffen.
Lid 2
Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met deze afvalstoffen die worden verricht op dezelfde locatie als dat mengen.
Lid 3
Het verbod geldt niet als dat mengen alleen bestaat uit het mengen van gevaarlijke afvalstoffen die behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, met uitzondering van de categorieën 11 en 110, bedoeld in bijlage II, als het opslaan van de afvalstoffen niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.185.
Artikel 3.197
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.184, voor zover het gaat om het verwijderen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam.
Lid 2
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van stoffen of afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.198
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.184, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;
het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het shredderen van autowrakken, bedoeld in paragraaf 4.31;
het opslaan van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.32, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk;
het ontvangen van afvalstoffen, bedoeld in paragraaf 4.50, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in dit hoofdstuk;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en
het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over:
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om:
het nuttig toepassen of verwijderen van gevaarlijke afvalstoffen als per dag 10 ton of meer gevaarlijk afval wordt ontvangen; en
het verwijderen van niet-gevaarlijke afvalstoffen bij een capaciteit van 50 ton of meer per dag;
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.185 tot en met 3.197; en
emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
Artikel 3.199
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.184, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.