Afdeling 3.6. Agrarische sector
Wordt genoemd in:
Artikel 3.200
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
het houden van landbouwhuisdieren.
Lid 2
Onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder b, valt niet het houden van ten hoogste:
10 stuks rundvee die als landbouwhuisdieren worden gehouden;
15 varkens die als landbouwhuisdieren worden gehouden;
350 kippen die als landbouwhuisdieren worden gehouden; en
25 overige landbouwhuisdieren.
Lid 3
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.
Lid 4
Onder de aanwijzing valt niet het houden van landbouwhuisdieren alleen:
voor natuurbeheer of beheer van de openbare ruimte;
voor educatieve doeleinden; of
bij onderzoeksinstellingen.
Artikel 3.201
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.
Artikel 3.202
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van:
meer dan 200 melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder;
meer dan 340 stuks vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, fokstieren jonger dan 2 jaar, melkkoeien van 2 jaar en ouder, kalfkoeien van 2 jaar en ouder of zoogkoeien van 2 jaar en ouder;
meer dan 50 paarden van 3 jaar en ouder of pony’s van 3 jaar en ouder;
meer dan 50 schapen van 1 jaar en ouder of geiten;
meer dan 2.500 kippen, kalkoenen, eenden of parelhoenders;
meer dan 50 vleesvarkens van 25 kg en meer, opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden of opfokzeugen van 25 kg en meer;
meer dan 50 kraamzeugen, guste zeugen, dragende zeugen en opfokzeugen van 25 kg en meer;
meer dan 500 gespeende biggen van minder dan 25 kg;
meer dan 50 vleeskalveren jonger dan 1 jaar, overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar of overig rundvee van 2 jaar en ouder; of
meer dan 50 overige landbouwhuisdieren.
Artikel 3.203
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdieren, bedoeld in paragraaf 4.81;
dierenverblijven, bedoeld in paragraaf 4.82;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 4.84;
het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over:
het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een PRTR-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.204
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.200 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op gronden die worden gebruikt voor de teelt van gewassen in de openlucht.
Lid 3
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.204a
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/172.
Artikel 3.205
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het telen van gewassen in kassen.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat telen functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing valt niet het telen van gewassen in kassen alleen:
bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
voor educatieve doeleinden;
bij onderzoeksinstellingen; of
bij volkstuinen.
Artikel 3.206
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.205, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
het spoelen van gewassen, bedoeld in paragraaf 4.68;
het spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen, bedoeld in paragraaf 4.69;
het spoelen van biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.70;
het sorteren van niet-biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.71;
het sorteren van biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.72;
assimilatiebelichting, bedoeld in paragraaf 4.75;
drainwater of spoelwater van filters bij substraatteelt in een kas, bedoeld in paragraaf 4.76;
drainagewater of spoelwater van filters bij grondgebonden teelt in een kas, bedoeld in paragraaf 4.77;
overig afvalwater van kassen, bedoeld in paragraaf 4.78;
het bereiden van gietwater, bedoeld in paragraaf 4.80;
het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.207
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.205, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.208
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het telen van gewassen in de openlucht; en
het behandelen van gewassen direct voor of na de teelt.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat telen of behandelen functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als die alleen worden verricht:
bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
voor educatieve doeleinden;
bij onderzoeksinstellingen; of
bij volkstuinen.
Artikel 3.209
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.208, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op landbouwgronden, bedoeld in paragraaf 4.63;
het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op braakliggende landbouwgronden en bij het telen van gewassen in de openlucht, bedoeld in paragraaf 4.64;
het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
het spoelen van gewassen, bedoeld in paragraaf 4.68;
het spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen, bedoeld in paragraaf 4.69;
het spoelen van biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.70;
het sorteren van niet-biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.71;
het sorteren van biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.72;
substraatteelt van gewassen in de openlucht, bedoeld in paragraaf 4.73;
substraatteelt van gewassen op stellingen of in een gotensysteem in de openlucht, bedoeld in paragraaf 4.74;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.210
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.208 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de activiteit wordt verricht op landbouwgronden.
Artikel 3.211
Lid 1
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het telen van gewassen in een gebouw, anders dan een kas.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat telen functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing valt niet het telen van gewassen in een gebouw alleen:
bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;
voor educatieve doelen; of
bij onderzoeksinstellingen.
Artikel 3.212
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 3.213
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.211, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
het lozen van afvalwater bij telen van gewassen in een gebouw, bedoeld in paragraaf 4.79;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.214
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.211, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.215
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het voor agrarisch loonwerk:
opslaan van stoffen op een andere locatie dan de locatie van dat loonwerk; en
onderhouden, repareren en schoonmaken van voertuigen of werktuigen op een andere locatie dan de locatie van dat loonwerk.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan, onderhouden, repareren of schoonmaken functioneel ondersteunen.
Artikel 3.216
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.215, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in paragraaf 4.65;
het reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.66;
het reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.67;
het spoelen van gewassen, bedoeld in paragraaf 4.68;
het spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen, bedoeld in paragraaf 4.69;
het spoelen van biologisch geteelde gewassen, bedoeld in paragraaf 4.70;
het sorteren van niet-biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.71;
het sorteren van biologisch geteeld fruit, bedoeld in paragraaf 4.72;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 4.84;
het opslaan van gebruikt substraatmateriaal, bedoeld in paragraaf 4.85;
het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.217
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.215 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.218
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het voor derden of voor verhuur onderhouden en repareren van werktuigen voor agrarische activiteiten.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat onderhouden of repareren functioneel ondersteunen.
Artikel 3.219
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.218, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;
het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;
het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;
het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;
het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;
het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;
het verwerken van thermoplastisch kunststof, bedoeld in paragraaf 4.26;
het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;
het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90;
het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.220
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.218 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.221
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:
het kweken van consumptievis;
het kweken van ongewervelde waterdieren; en
het telen van waterplanten.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat kweken of telen functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als die alleen worden verricht:
in een oppervlaktewaterlichaam;
voor educatieve doelen;
bij onderzoeksinstellingen;
voor sportdoeleinden of recreatiedoeleinden; of
bij detailhandel.
Artikel 3.222
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.221, voor zover het gaat om:
het kweken van consumptievis;
het kweken van ongewervelde waterdieren; of
het telen van waterplanten.
Lid 2
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.223
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.221, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een PRTR-installatie voor intensieve aquacultuur, met een productiecapaciteit van 1.000 ton vis of schelpdieren per jaar of meer.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
Artikel 3.224
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.221 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 3.225
Lid 1
Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het behandelen van dierlijke meststoffen en het vergisten van plantaardig materiaal.
Lid 2
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat behandelen of vergisten functioneel ondersteunen.
Lid 3
Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.14.
Artikel 3.226
Lid 1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.225, voor zover het gaat om:
het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, met uitzondering van het drogen van pluimveemest dat deel uitmaakt van een huisvestingssysteem waarvoor bij ministeriële regeling een emissiefactor voor ammoniak is vastgesteld;
het vergisten van dierlijke meststoffen in combinatie met afvalstoffen;
het vergisten van plantaardig materiaal;
het verbranden van dierlijke meststoffen; of
het composteren van dierlijke meststoffen.
Lid 2
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.227
Lid 1
Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.225, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in paragraaf 4.4;
het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
een mestbehandelingsinstallatie, bedoeld in paragraaf 4.87;
een mestvergistingsinstallatie, bedoeld in paragraaf 4.88; en
het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
Lid 2
Ook wordt voldaan aan de regels over:
verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.226; en
emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.
Artikel 3.228
Lid 1
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.225 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.