Afdeling 11.3. Activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen
Wordt genoemd in:
Artikel 11.111
Lid 1
Deze afdeling gaat over het vellen van houtopstanden en het herbeplanten van grond na het vellen van houtopstanden of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan, en over handel in en bezit van hout of houtproducten.
Lid 2
De afdeling gaat niet over:
houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
houtopstanden op erven of in tuinen;
bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten worden geteeld;
houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen;
naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, als deze niet ouder zijn dan 20 jaar;
kweekgoed;
uit populieren of wilgen bestaande:
wegbeplantingen;
beplantingen langs waterwegen; en
eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
het dunnen van een houtopstand voor de bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand;
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, als zij:
ten minste eens per 10 jaar worden geoogst;
bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid, die bestaat uit aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m; en
zijn aangelegd na 1 januari 2013; en
houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 10 a, of bestaan uit een rijbeplanting die 20 of minder bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
Artikel 11.112
Lid 1
De regels in paragraaf 11.3.2 over het vellen en herbeplanten van houtopstanden zijn gesteld met het oog op:
de natuurbescherming;
de instandhouding van het bosareaal in Nederland; en
het beschermen van landschappelijke waarden.
Lid 2
De regels in paragraaf 11.3.2 over de handel in het bezit van hout of houtproducten zijn gesteld met het oog op:
de natuurbescherming;
het beschermen van het milieu;
het tegengaan van klimaatverandering; en
het beheer van natuurlijke hulpbronnen.
Artikel 11.113
Tenzij in artikel 11.114 anders is bepaald, zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de activiteit geheel of in hoofdzaak wordt verricht het bevoegd gezag:
waaraan een melding wordt gedaan;
dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of
dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.
Artikel 11.114
Onze Minister voor Natuur en Stikstof is het bevoegd gezag waaraan een melding wordt gedaan, dat een maatwerkvoorschrift kan stellen of dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen voor:
het vellen van houtopstanden en herbeplanten van de grond als deze activiteit een activiteit is als beschreven in artikel 4.12, tweede lid, onder a tot en met k, van het Omgevingsbesluit, daarvan onderdeel uitmaakt of in samenhang daarmee wordt verricht; en
het verhandelen, het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van hout of houtproducten.
Artikel 11.115
Aan deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 11.116
Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.111, eerste lid, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.112, is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 11.117
Lid 1
Een maatwerkregel kan in de omgevingsverordening worden gesteld over de artikelen 11.116, 11.123 en 11.124 en paragraaf 11.3.2.
Lid 2
Met een maatwerkregel kan worden afgeweken van de artikelen 11.123 en 11.124 en paragraaf 11.3.2, tenzij anders is bepaald.
Lid 3
Een maatwerkregel kan worden gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 11.112.
Artikel 11.118
Een maatwerkregel wordt niet gesteld over een activiteit waarvoor Onze Minister voor Natuur en Stikstof een bevoegdheid als bedoeld in artikel 11.114 heeft.
Artikel 11.119
Lid 1
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 11.116 en paragraaf 11.3.2.
Lid 2
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 11.123 en 11.124 en paragraaf 11.3.2, tenzij anders is bepaald.
Artikel 11.120
Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste:
de aanduiding van de activiteit;
de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;
het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de dagtekening.
Artikel 11.121
Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11.113 of 11.114, worden die ondertekend en voorzien van:
de aanduiding van de activiteit;
de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;
het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
de dagtekening.
Artikel 11.122
Lid 1
Voordat de naam of het adres, of de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie, bedoeld in artikel 11.120, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11.113 of 11.114.
Lid 2
Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11.113 of 11.114.
Artikel 11.123
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11.113 of 11.114, wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.
Artikel 11.124
Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11.113 of 11.114:
informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan;
gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en
informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet.
Artikel 11.125
Met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift worden de artikelen 11.123 en 11.124 niet versoepeld.
Artikel 11.126
Lid 1
Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder dit ten minste vier weken maar niet eerder dan een jaar voor het begin daarvan te melden.
Lid 2
Dit artikel is niet van toepassing op het periodiek vellen van griend- of hakhout.
Artikel 11.127
Lid 1
Als de minister het bevoegd gezag is waaraan een melding voor het geheel of gedeeltelijk vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 11.126, wordt gedaan, worden uiterlijk gelijktijdig met de melding de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de startdatum van de activiteit;
een toelichting waarom het vellen van de houtopstand nodig is;
de oppervlakte van de te kappen houtopstand in vierkante meters;
een specificatie van:
het aantal te kappen bomen;
de soortaanduiding van de bomen; en
de leeftijd van de bomen;
als sprake is van rijbeplanting: de onderlinge plantafstand in de rij in meters;
een plan hoe aan de plicht tot herbeplanting, bedoeld in artikel 11.129, wordt voldaan met ten minste de volgende gegevens:
de oppervlakte van de herbeplante houtopstand in m2;
een specificatie van:
het aantal herbeplante bomen;
de soortaanduiding van de herbeplante bomen; en
de kwaliteit van de herbeplante bomen; en
een toelichting over geplande uitvoering van de herbeplanting; en
als herbeplanting op andere grond dan de grond, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, gewenst is:
een afschrift van een gesteld maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.130; of
een afschrift van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.130.
Lid 2
Ten minste vier weken voor de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, wijzigen, worden de gewijzigde gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 11.128
Een maatwerkvoorschrift verbiedt het vellen van een houtopstand:
alleen als dat nodig is voor de bescherming van bijzondere natuurwaarden of landschappelijke waarden; en
telkens voor ten hoogste vijf jaar.
Artikel 11.129
Lid 1
Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of als een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan, wordt zorg gedragen voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand.
Lid 2
Binnen drie jaar na de herbeplanting wordt de beplanting die niet is aangeslagen vervangen.
Lid 3
Degene die de eigendom overdraagt van grond waarvoor een plicht tot herbeplanting geldt, of een beperkt recht op die grond vestigt of overdraagt, stelt de verkrijger op de hoogte van de plicht tot herbeplanting en neemt die plicht uitdrukkelijk op in de akte van levering.
Artikel 11.130
Het met een maatwerkvoorschrift toestaan van herbeplanting op andere grond dan de grond, bedoeld in artikel 11.129, eerste lid, kan:
als gedeputeerde staten bevoegd zijn: alleen als de herbeplanting voldoet aan bij omgevingsverordening gestelde eisen; en
als Onze Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd is: alleen als:
de grond die de eigenaar wil beplanten in hetzelfde gebied ligt als dat waar de gevelde houtopstand zich bevond, waarbij wordt aangesloten bij de voor de toepassing van deze bepaling bij ministeriële regeling vastgestelde gebiedsindeling;
de grond die de eigenaar wil beplanten niet van mindere kwaliteit is dan die waarop de gevelde houtopstand zich bevond;
de grond die de eigenaar wil beplanten ten minste een gelijke oppervlakte heeft als die waarop de gevelde houtopstand zich bevond;
de gevelde houtopstand geen deel uitmaakte van een boskern; en
de belangen van de landbouw en de bosbouw niet worden geschaad.
Artikel 11.131
Lid 1
De artikelen 11.126 en 11.129 zijn niet van toepassing op:
het vellen van houtopstanden ter uitvoering van:
een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of
een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn;
het vellen van houtopstanden ter uitvoering van:
een maatwerkvoorschrift of een maatwerkregel die de verplichting bevat de preventieve of herstelmaatregelen te treffen die nodig zijn voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied;
een maatwerkvoorschrift verbonden aan een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; of
regels gesteld in een ministeriële regeling of omgevingsverordening als bedoeld in de artikelen 11.19, 11.20, 11.42, 11.43, 11.50, 11.51, 11.56 en 11.57;
het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen;
het vellen van houtopstanden en herbeplanten aantoonbaar wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wijze die is beschreven in een bij ministeriële regeling aangewezen gedragscode; of
het vellen van een houtopstand, als:
het vellen is te beschouwen als een activiteit als bedoeld in artikel 4.12, tweede lid, onder a tot en met k, van het Omgevingsbesluit of als een onderdeel van die activiteit;
de houtopstand niet is aangelegd om te voldoen aan artikel 11.129, eerste lid, artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming of artikel 3, eerste lid, van de Boswet;
voordat tot aanleg van de houtopstand was overgegaan, aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof kennis is gegeven van het tijdstip en de plaats van de aanleg en die Minister de ontvangst van de kennisgeving heeft bevestigd; en
de houtopstand blijkens de kennisgeving binnen een periode van 40 jaar na het op het formulier vermelde tijdstip van aanleg in zijn geheel zou worden geveld.
Lid 2
De gedragscode, bedoeld in het eerste lid, onder d, waarborgt dat:
geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuurwaarden of landschappelijke waarden;
de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern;
herbeplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt;
de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; en
de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.
Artikel 11.132
Het is verboden te handelen in strijd met:
artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningen-systeem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap (PbEU 2005, L 347); en
de artikelen 4 en 5 van verordening (EU) nr. 995/2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen (PbEU 2010, L 295).
Artikel 11.133
Met een maatwerkvoorschrift kan alleen worden afgeweken van artikel 11.132 als dit in overeenstemming is met de bij of krachtens de daar genoemde verordening (EG) nr. 2173/2005 of verordening (EU) nr. 995/2010 gestelde regels.