Artikel 10.10 Besluit kwaliteit leefomgeving

In een ruilbesluit zijn niet uitruilbaar:

  1. gronden met een uitzonderlijk slechte cultuurtoestand;

  2. gronden met een zeer oneffen maaiveld;

  3. heidevelden, hoogveenterreinen, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, schorren, gorzen, slikken, riet- en ruiglanden en laagveenmoerassen, die niet als cultuurgrond in gebruik zijn;

  4. te diep ontgronde percelen;

  5. gronden waarop sport- of recreatieterreinen liggen;

  6. gronden waarop spoorwegen liggen;

  7. de volgende gronden waarvoor op grond van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een herbeplantingsplicht geldt:

    1. gronden met een houtopstand groter dan 10 are; en

    2. gronden waarop een houtopstand groter dan 10 are heeft gestaan; en

  8. boomgaarden en andere gronden met meerjarige gewassen.