Artikel 8.57 Besluit kwaliteit leefomgeving

Lid 1

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:

  1. een daarin aangegeven aantal malen per jaar wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die op grond van artikel 8.47 aan de omgevingsvergunning zijn verbonden;

  2. de bodembeschermende maatregelen die op de stortplaats zijn getroffen, worden geïnspecteerd; en

  3. onderzoek wordt gedaan naar de staat van de bodem onder de stortplaats.

Lid 2

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de volgende resultaten ten minste eenmaal per jaar aan het bevoegd gezag worden gezonden:

  1. de resultaten van de inspectie en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid;

  2. de resultaten van het bepalen en het bemonsteren van de hoeveelheid respectievelijk de samenstelling van de in de omgeving van de stortplaats aanwezige oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in artikel 8.56;

  3. de resultaten van de metingen van de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot, bedoeld in artikel 8.53; en

  4. de resultaten van de metingen van het niveau en de samenstelling van het grondwater, bedoeld in de artikelen 8.47 en 8.55.

Lid 3

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over:

  1. de inspectie van de bodembeschermende maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder b; en

  2. het onderzoek naar de staat van de bodem onder de stortplaats, bedoeld in het eerste lid, onder c.

Wordt genoemd in: