Artikel 11.23 Besluit kwaliteit leefomgeving

Lid 1

Door monitoring worden bewaakt:

  1. de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van:

    1. de chemische samenstellingen van PM2,5, waaronder in ieder geval sulfaat, nitraat, natrium, kalium, ammonium, chloride, calcium, magnesium, elementair koolstof en organisch koolstof;

    2. vluchtige organische stoffen;

  2. de jaargemiddelde achtergrondconcentraties in de buitenlucht van:

    1. arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; en

    2. andere relevante polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen, waaronder in ieder geval benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeen(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen;

  3. de jaargemiddelde depositie van:

    1. arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; en

    2. de onder b, onder 2°, bedoelde andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

  4. de totale jaarlijkse antropogene emissies van in Nederland gelegen bronnen van de volgende stoffen:

    1. cadmium, kwik en lood; en

    2. persistente organische verontreinigende stoffen, zijnde polycyclische aromatische koolwaterstoffen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen indeen(1,2,3-cd)pyreen, dioxine/furaan, polychloorbifenylen en hexachloorbenzeen; en

  5. de negatieve effecten van de verontreiniging van de buitenlucht op ecosystemen.

Lid 2

Monitoring vindt plaats door metingen en berekeningen volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

Lid 3

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van de monitoring.