Artikel 2.8a Besluit kwaliteit leefomgeving
Lid 1
Voor de totale jaarlijkse antropogene emissies van in Nederland gelegen bronnen van de volgende stoffen geldt het daarbij aangegeven reductiepercentage ten opzichte van 2005, waaraan wordt voldaan met ingang van 1 januari van het daarbij aangegeven jaar:
voor zwaveldioxide:
28%, in 2020; en
53%, in 2030;
voor stikstofoxiden:
45%, in 2020; en
61%, in 2030;
voor vluchtige organische stoffen, met uitzondering van methaan:
8%, in 2020; en
15%, in 2030;
voor ammoniak:
13%, in 2020; en
21%, in 2030; en
voor PM2,5:
37%, in 2020; en
45%, in 2030.
Lid 2
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zwaveldioxide: alle zwavelverbindingen, uitgedrukt als zwaveldioxide, waaronder zwaveltrioxide, zwavelzuur en gereduceerde zwavelverbindingen zoals zwavelwaterstof, mercaptanen en dimethylsulfiden.
Lid 3
De omgevingswaarden voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen, met uitzondering van methaan, ammoniak en PM2,5 zijn resultaatsverplichtingen.