Artikel 7.4 Besluit kwaliteit leefomgeving
Lid 1
Kernkwaliteiten van de werelderfgoederen, bedoeld in artikel 7.3, zijn de in het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed in bijlage XVII in hoofdlijnen beschreven essentiële kenmerken van het aanwezige landschap en cultureel erfgoed.
Lid 2
Bij omgevingsverordening worden de kernkwaliteiten nader uitgewerkt.
Lid 3
Bij omgevingsverordening worden in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen regels gesteld over:
regels in omgevingsplannen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet; en
projectbesluiten als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, aanhef en onder a, onder 4°, van de wet.
Lid 4
De regels voorzien er in ieder geval in dat geen activiteiten worden toegelaten die de kernkwaliteiten aantasten.
Lid 5
Bij omgevingsverordening kan, voor zover het gaat om activiteiten die in overeenstemming zijn met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed, worden bepaald dat van de regels door gedeputeerde staten:
ontheffing kan worden verleend aan een bestuursorgaan van een gemeente of waterschap; en
kan worden afgeweken bij het vaststellen van een projectbesluit, voor zover:
het gaat om een project dat onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het belang dat wordt gediend met die regels; en
in het projectbesluit rekening wordt gehouden met de nader uitgewerkte kernkwaliteiten, bedoeld in het tweede lid.