Artikel 8.62h Besluit kwaliteit leefomgeving

Lid 1

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:

  1. een inventarisatie wordt uitgevoerd waarbij de ligging, de omvang en de kenmerken worden bepaald van het oppervlaktewater, dat in de potentiële invloedssfeer van de stortplaats is gelegen; en

  2. parameters in het oppervlaktewater, bedoeld onder a, worden gemeten op de in de voorschriften aangegeven meetpunten.

Lid 2

Vanwege de kenmerken van de stortplaats kan worden afgezien van het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b.

Lid 3

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over:

  1. de frequentie van de inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de metingen, bedoeld in het eerste lid, onder b; en

  2. de vaststelling van de meetpunten, bedoeld in het eerste lid, onder b.

Wordt genoemd in: