Afdeling 10.2. Plannen Natura 2000 en registratie van stikstofdepositieruimte
Artikel 10.24
Lid 1
Een plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn wordt alleen vastgesteld, als uit de passende beoordeling, bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid, van de wet, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid kan, als uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, het plan toch worden vastgesteld, als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
er zijn geen alternatieve oplossingen;
het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en
het plan bevat de nodige compenserende maatregelen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.
Lid 3
In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder b, geldt, als het plan significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, de voorwaarde dat het plan nodig is vanwege:
argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, met de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; of
andere dwingende redenen van groot openbaar belang, als de procedure van artikel 10.6d van het Omgevingsbesluit is toegepast.
Artikel 10.25
Lid 1
Er is een register stikstofdepositieruimte, met de naam AERIUS Register.
Lid 2
Het register wordt beheerd door Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Lid 3
Het register bevat gegevens over stikstofdepositieruimte als bedoeld in artikel 2.46 van de wet, verkregen door de bij ministeriële regeling aangewezen maatregelen of categorieën van maatregelen die leiden tot het verminderen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
Lid 4
Het register bevat compartimenten voor de bestemming van stikstofdepositieruimte voor de bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van projecten. Binnen elk compartiment kan nader onderscheid worden gemaakt.
Artikel 10.26
Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur of het bij ministeriële regeling aangewezen bestuursorgaan neemt in AERIUS Register ten hoogste het bij die regeling vastgestelde percentage van de vermindering van stikstofdepositie door een maatregel als bedoeld in artikel 10.25, derde lid, op.
Artikel 10.27
Lid 1
Het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 8.74e reserveert stikstofdepositieruimte in AERIUS Register in de volgorde waarin de aanvragen voor de omgevingsvergunning zijn ontvangen.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders in de betrokken gemeente stikstofdepositieruimte reserveren voor een cluster van ruimtelijk samenhangende woningbouwprojecten.
Lid 3
Stikstofdepositieruimte kan, nadat zij weer beschikbaar is gekomen, alleen nogmaals worden gereserveerd met toepassing van de bij ministeriële regeling gestelde regels.
Artikel 10.28
Lid 1
Het bevoegd gezag voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 8.74e, voor een projectbesluit of voor een kavelbesluit als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee deelt de stikstofdepositieruimte voor een project toe in die vergunning of dat besluit.
Lid 2
De stikstofdepositieruimte wordt alleen toegedeeld voor zover zij eerder is gereserveerd als bedoeld in artikel 10.27 en niet meer bedraagt dan de in AERIUS Register beschikbare stikstofdepositieruimte.
Lid 3
Stikstofdepositieruimte wordt voor onbepaalde tijd toegedeeld en kan, nadat zij weer beschikbaar is gekomen, alleen nogmaals worden toegedeeld met toepassing van de bij ministeriële regeling gestelde regels.
Lid 4
De stikstofdepositieruimte voor een hectare van een voor stikstof gevoelige habitat die wordt toegedeeld, is niet groter dan de hoogste stikstofdepositie op die hectare die het project in een jaar kan veroorzaken.
Artikel 10.29
De artikelen 10.27, eerste lid, en 10.28, tweede lid, zijn niet van toepassing op een projectbesluit of op een kavelbesluit als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee.