Afdeling 11.1. Waarborgen van de veiligheid

Artikel 11.1

De volgende bestuursorganen verzamelen gegevens over externe veiligheidsrisico’s:

  1. het bevoegd gezag dat beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning of waaraan een melding als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving wordt gedaan, als het gaat om:

    1. een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A, onder B, onder D, onder 1, en onder E, onder 1 tot en met 10 en onder 12 en 13;

    2. het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    3. het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1, bedoeld in artikel 3.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  2. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, als het gaat om het aanleggen en het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het winnen, opslaan, bewerken of gereedmaken voor transport van gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 11.1, of het aanleggen of aanpassen van een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk, bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 11.2;

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, als het gaat om:

    1. het basisnet;

    2. het exploiteren van een buisleiding, bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    3. het opslaan en bewerken van stoffen en voorwerpen van ADR-klasse 1.1 of 1.2 of meer dan 50 kg NEM in stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.3, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in artikel 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  4. de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, als het gaat om het exploiteren van een inrichting waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet;

  5. de gemeenteraad of het bevoegd gezag dat beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als het gaat om externe veiligheidsrisico’s van een activiteit als bedoeld in de artikelen 5.23, 5.28 en 5.32 en bijlage VII voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties; en

  6. het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten, als het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen in beheer bij de gemeente, het waterschap, respectievelijk de provincie, die niet behoren tot het basisnet en als het plaatsgebonden risico op de as van de weg hoger is dan 1 op de 1.000.000 per jaar.

Artikel 11.2

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 11.1, verzamelen de volgende gegevens:

  1. de locatie waar een activiteit als bedoeld in artikel 5.23, 5.28 of 5.32 of bijlage VII wordt verricht of waar een activiteit wordt verricht waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet;

  2. als het gaat om een activiteit als bedoeld in artikel 5.23, 5.28 of 5.32 of bijlage VII, onder A, B, D, onder 1, of onder E, of waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, aanhef en onder b, van de Kernenergiewet, voor zover van toepassing:

    1. de bedrijfsnaam;

    2. de naam en het adres van degene die de activiteit of het deel van de activiteit verricht;

    3. de datum waarop de omgevingsvergunning voor de activiteit is verleend of laatstelijk is gewijzigd of voor de activiteit een melding is gedaan, voor zover de omgevingsvergunning of de melding betrekking heeft op externe veiligheidsrisico’s;

    4. de aard van het risico;

    5. de chemische naam en het CAS-nummer en voor zover bekend het UN-nummer van de voor het risico maatgevende stof of de naam van de voor het risico maatgevende categorie van stoffen; en

    6. de gegevens, bedoeld onder 4° en 5°, van zowel de voor het toxisch risico maatgevende stof als de voor het risico van brand of explosie maatgevende stof;

  3. voor zover het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor het verzamelen van de gegevens, bedoeld onder a en b, en van de gegevens, bedoeld in de artikelen 11.3 tot en met 11.7: de datum van de laatste wijziging van die gegevens; en

  4. als toepassing is gegeven aan artikel 5.10: de afstand tot de locatie waar het plaatsgebonden risico 1 op de 100.000 per jaar is, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 11.3

Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 11.1, onder a, verzamelt de volgende gegevens:

  1. als het gaat om een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A en B: de afstand voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in de bij die activiteit opgenomen tabel;

  2. als het gaat om een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A, onder 1a en 7, onder B, onder 2 en 5, en onder E, onder 9, voor zover van toepassing, 10 en 13: de afstand voor het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in de bij die activiteit opgenomen tabel;

  3. als het gaat om een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 1, en onder E, onder 1: de afstand tot de locaties waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 100.000 en 1 op de 1.000.000 per jaar is, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels;

  4. als het gaat om een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 8, onder 9, voor zover van toepassing, en onder 10, 12 en 13: de afstand tot de locaties waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar, 1 op de 10.000.000 per jaar en 1 op de 100.000.000 per jaar is, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels;

  5. als het gaat om een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 8, 9, voor zover van toepassing, en 12: de afstand voor het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels;

  6. de kenmerken van een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A, onder B, en onder E, onder 9 en 10, bedoeld in de bij die activiteit opgenomen tabel, voor zover van toepassing;

  7. de kenmerken van een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 8, 9, voor zover van toepassing, 10 en 12, voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied;

  8. de ligging van een explosieaandachtsgebied vuurwerk als bedoeld in artikel 5.23; en

  9. de ligging van een civiel explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.28.

Artikel 11.4

Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat verzamelt de volgende gegevens als het gaat om het exploiteren van een mijnbouwwerk als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 11:

  1. de afstand tot de locaties waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar is, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels, als het gaat om het exploiteren van een mijnbouwwerk als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 11.1, en het aanleggen of aanpassen van een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 11.2; en

  2. de afstand voor het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels, als het gaat om het exploiteren van een mijnbouwwerk als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 11.1.

Artikel 11.5

Lid 1

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt de volgende gegevens:

  1. als het gaat om het basisnet:

    1. de afstand die bij ministeriële regeling is vastgesteld waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar is; en

    2. de afstand voor het brand- of explosieaandachtsgebied, bedoeld in bijlage VII, onder C;

  2. als het gaat om het exploiteren van een buisleiding, bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving:

    1. de afstand tot de locaties waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar is, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels;

    2. de afstand voor het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels;

    3. de uitwendige diameter van de buisleiding in millimeters;

    4. de maximale werkdruk in kilopascal;

    5. de wanddikte van de buis in millimeters;

    6. de ligging van de bovenkant van de buisleiding ten opzichte van het maaiveld in centimeters;

    7. de materiaalsoort van de buisleiding; en

    8. de kenmerken van de buisleiding voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied; en

  3. de ligging van een militair explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.32.

Lid 2

De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming verzamelt de volgende gegevens als het gaat om een inrichting waarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet:

  1. de gegevens, bedoeld in artikel 11.2, onder a tot en met c; en

  2. de afstand tot de locaties waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar is, berekend volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 11.6

De gemeenteraad of het bevoegd gezag dat beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verzamelt gegevens over de locaties van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties die in het omgevingsplan respectievelijk de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn toegelaten.

Artikel 11.7

Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap en gedeputeerde staten verzamelen gegevens over externe veiligheidsrisico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, over wegen in beheer bij de gemeente, het waterschap respectievelijk de provincie, als het gaat om wegen die niet behoren tot het basisnet en als het plaatsgebonden risico op de as van de weg hoger is dan 1 op de 1.000.000 per jaar.

Artikel 11.8

Lid 1

Er is een landelijk register externe veiligheidsrisico’s.

Lid 2

Het register wordt beheerd door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Lid 3

Het register is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.

Lid 4

Het register bevat:

  1. de gegevens, bedoeld in de artikelen 11.2 tot en met 11.7; en

  2. gegevens over de locaties waarop de activiteiten worden verricht waarover in het register gegevens als bedoeld onder a zijn opgenomen met een aanduiding van:

    1. de afstanden voor het plaatsgebonden risico;

    2. de ligging van het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied, voor zover van toepassing;

    3. de ligging van het explosieaandachtsgebied vuurwerk, bedoeld in artikel 5.23;

    4. de ligging van het civiele explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.28; en

    5. de ligging van het militaire explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.32.

Artikel 11.9

Lid 1

Monitoring voor de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.0c, vindt plaats door met metingen, berekeningen en modellen de overstromingskans of de faalkans te bepalen door te volgen procedures en te hanteren randvoorwaarden, volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

Lid 2

Het dagelijks bestuur van het waterschap en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van de monitoring als de omgevingswaarde betrekking heeft op een dijktraject dat in beheer is bij het waterschap respectievelijk het Rijk.

Artikel 11.10

Lid 1

Monitoring voor de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.0i, vindt plaats door bepaling van het waterkerend vermogen van een dijktraject door metingen, berekeningen en modellen volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

Lid 2

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van de monitoring.

Artikel 11.11

Lid 1

Door monitoring wordt voor de signalering of voor de veiligheid van primaire waterkeringen maatregelen nodig zijn, bewaakt:

  1. de kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor het door het dijktraject beschermde gebied overstroomt op een zodanige wijze en in zodanige mate dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade, bedoeld in bijlage II, onder B, kolom 6; en

  2. de kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor de hydraulische belasting op een achterliggend dijktraject substantieel wordt verhoogd, bedoeld in bijlage II, onder B, kolom 7.

Lid 2

Monitoring vindt plaats door met metingen, berekeningen en modellen de overstromingskans of de faalkans van een dijktraject in de actuele toestand te bepalen door te volgen procedures en te hanteren randvoorwaarden, volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

Lid 3

Het dagelijks bestuur van het waterschap en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van de monitoring als het gaat om een dijktraject dat in beheer is bij het waterschap respectievelijk het Rijk.

Artikel 11.12

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt gegevens over de mate waarin wordt voldaan aan de voor de grote rivieren opgestelde legger.

Artikel 11.13

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt gegevens over de ligging van de kustlijn.

Artikel 11.14

Lid 1

Gedeputeerde staten verzamelen gegevens over overstromingsgevaar als bedoeld in artikel 6, derde en vierde lid, van de richtlijn overstromingsrisico’s.

Lid 2

Gedeputeerde staten verzamelen gegevens over overstromingsrisico’s als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de richtlijn overstromingsrisico’s.

Lid 3

De gegevens gaan niet over overstromingen vanuit rioolstelsels.

Artikel 11.15

Lid 1

Het dagelijks bestuur van het waterschap en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen elke twaalf jaar een verslag op over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap respectievelijk het Rijk.

Lid 2

Het verslag bevat in ieder geval:

  1. de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.0c, en de andere parameters, bedoeld in artikel 11.11, eerste lid; en

  2. in voorkomend geval, de vermelding dat sprake is van overschrijding van een andere parameter als bedoeld in artikel 11.11, eerste lid.

Artikel 11.16

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt elke twaalf jaar een verslag op over de gegevens, bedoeld in artikel 11.12.

Artikel 11.17

Lid 1

Gedeputeerde staten stellen een overstromingsgevaarkaart en een overstromingsrisicokaart vast.

Lid 2

De overstromingsgevaarkaart verbeeldt de gegevens, bedoeld in artikel 11.14, eerste lid.

Lid 3

De overstromingsrisicokaart verbeeldt de gegevens, bedoeld in artikel 11.14, tweede lid.

Lid 4

De kaarten worden in ieder geval twee jaar voor de vaststelling van het overstromingsrisicobeheerplan vastgesteld.

Artikel 11.18

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt kaarten van de kustlijn, bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder b, van de wet, vast, waarop die lijn is verbeeld.