Afdeling 7.2. Instructieregels met het oog op het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed

Wordt genoemd in:

Artikel 7.3

Lid 1

Droogmakerij de Beemster is de locatie bekend als de polder De Beemster, gelegen op het grondgebied van de provincie Noord-Holland, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.

Lid 2

Hollandse Waterlinies is de locatie bekend als de samengevoegde vroegere verdedigingslinies Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie, gelegen op het grondgebied van de provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.

Lid 3

Schokland en omgeving is de locatie bekend als het voormalige Zuiderzee-eiland Schokland en een deel van de omliggende Noordoostpolder, gelegen op het grondgebied van de provincie Flevoland, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.

Lid 4

Neder-Germaanse Limes is de locatie bekend als de vroegere Romeinse rijksgrens, die van Katwijk aan Zee tot de grens met Duitsland loopt over het grondgebied van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.

Lid 5

Koloniën van Weldadigheid is de locatie bekend als een serie van agrarische koloniën gesticht door de Maatschappij van Weldadigheid, gelegen op het grondgebied van de provincies Drenthe en Fryslân, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.

Artikel 7.4

Lid 1

Kernkwaliteiten van de werelderfgoederen, bedoeld in artikel 7.3, zijn de in het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed in bijlage XVII in hoofdlijnen beschreven essentiële kenmerken van het aanwezige landschap en cultureel erfgoed.

Lid 2

Bij omgevingsverordening worden de kernkwaliteiten nader uitgewerkt.

Lid 3

Bij omgevingsverordening worden in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen regels gesteld over:

  1. regels in omgevingsplannen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet; en

  2. projectbesluiten als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, aanhef en onder a, onder 4°, van de wet.

Lid 4

De regels voorzien er in ieder geval in dat geen activiteiten worden toegelaten die de kernkwaliteiten aantasten.

Lid 5

Bij omgevingsverordening kan, voor zover het gaat om activiteiten die in overeenstemming zijn met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed, worden bepaald dat van de regels door gedeputeerde staten:

  1. ontheffing kan worden verleend aan een bestuursorgaan van een gemeente of waterschap; en

  2. kan worden afgeweken bij het vaststellen van een projectbesluit, voor zover:

    1. het gaat om een project dat onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het belang dat wordt gediend met die regels; en

    2. in het projectbesluit rekening wordt gehouden met de nader uitgewerkte kernkwaliteiten, bedoeld in het tweede lid.