Afdeling 7.3. Instructieregels met het oog op natuurbescherming

Wordt genoemd in:

Artikel 7.5

De artikelen 7.6 tot en met 7.8 zijn niet van toepassing op:

  1. de rijkswateren, genoemd in bijlage II, onder 1, onder A, bij het Omgevingsbesluit, met uitzondering van de uiterwaarden van de tot de rijkswateren behorende rivieren en de Brabantse, Dordtsche en Sliedrechtse Biesbosch; en

  2. het Lauwersmeer, het Veerse meer, het Vuile Gat in het Haringvliet en de zeegeul naar het Haringvliet, genaamd het Slijkgat.

Artikel 7.6

Lid 1

Bij omgevingsverordening worden de gebieden die het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de wet, vormen, aangewezen en wordt de geometrische begrenzing daarvan vastgelegd.

Lid 2

De militaire terreinen OT De Haar, OT De Vlasakkers, OT Havelte West, OT Leusderheide, OT Marnewaard en OT Oirschotse Heide, genoemd in bijlage XIV, onder A, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd, maken geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland.

Artikel 7.7

Lid 1

Bij omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van de gebieden, bedoeld in artikel 7.6, eerste lid.

Lid 2

De wezenlijke kenmerken en waarden, waartoe ook potentiële natuurwaarden en de daarvoor vereiste bodem- en watercondities kunnen behoren, worden bepaald met inachtneming van in ieder geval de doelstellingen, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder g, van de wet.

Artikel 7.8

Lid 1

Bij omgevingsverordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland regels gesteld over:

  1. regels in omgevingsplannen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet; en

  2. projectbesluiten als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, aanhef en onder a, onder 4°, van de wet.

Lid 2

De regels verzekeren in ieder geval dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan, dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk wordt behouden en dat, als binnen het natuurnetwerk activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het natuurnetwerk, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven.

Lid 3

Over militaire terreinen en terreinen met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, binnen het natuurnetwerk Nederland worden bij omgevingsverordening alleen regels gesteld die verzekeren dat tijdige compensatie plaatsvindt van de nadelige gevolgen voor het natuurnetwerk door terreinverharding en bouwactiviteiten op die terreinen.

Artikel 7.8a

Lid 1

Een omgevingsverordening die vergunningvrije Natura 2000-activiteiten aanwijst als bedoeld in artikel 11.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voldoet aan artikel 11.21 van dat besluit.

Lid 2

Een omgevingsverordening die vergunningvrije flora- en fauna-activiteiten aanwijst:

  1. als bedoeld in artikel 11.42 van het Besluit activiteiten leefomgeving met betrekking tot vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, voldoet aan artikel 11.44, eerste lid, van dat besluit;

  2. als bedoeld in artikel 11.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving met betrekking tot dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, voldoet aan artikel 11.52, eerste lid, van dat besluit;

  3. als bedoeld in artikel 11.56 van het Besluit activiteiten leefomgeving met betrekking tot dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX bij dat besluit, voldoet aan artikel 11.58, eerste lid, van dat besluit.