Afdeling 9.1. Algemene bepalingen

Artikel 9.1

Lid 1

Afdeling 5.1, met uitzondering van paragraaf 5.1.5.4, en artikel 5.165 zijn van overeenkomstige toepassing op een projectbesluit dat wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van een waterschap of gedeputeerde staten.

Lid 2

De paragrafen 5.1.1 en 5.1.2, artikel 5.37, paragraaf 5.1.4, de artikelen 5.129d, eerste lid, onder a en g, en 5.129e, eerste en tweede lid, de paragrafen 5.1.5.5, 5.1.7a en 5.1.8 en artikel 5.165 zijn van overeenkomstige toepassing op een projectbesluit dat wordt vastgesteld door een van Onze Ministers.

Lid 3

In afwijking van het eerste lid is paragraaf 5.1.3.2 niet van toepassing op een projectbesluit dat wordt vastgesteld voor de aanleg, verlegging of versterking van een primaire waterkering.

Artikel 9.2

Lid 1

Er wordt geen projectbesluit door een van Onze Ministers vastgesteld voor het uitvoeren van een project dat de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen, bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, aantast.

Lid 2

In een projectbesluit dat door een van Onze Ministers wordt vastgesteld wordt rekening gehouden met de nader uitgewerkte kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 7.4, tweede lid.

Artikel 9.3

Lid 1

Er wordt geen projectbesluit door een van Onze Ministers vastgesteld voor het uitvoeren van een project binnen het natuurnetwerk Nederland dat nadelige gevolgen kan hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, tenzij verzekerd is dat deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven.

Lid 2

Voor gebieden binnen het natuurnetwerk Nederland die bestaan uit militaire terreinen of terreinen met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, is het eerste lid alleen van toepassing voor zover een projectbesluit betrekking heeft op terreinverharding en bouwactiviteiten op die terreinen.

Artikel 9.3a

Lid 1

Als met toepassing van artikel 5.53, derde of vierde lid, van de wet regels in een waterschapsverordening als bedoeld in artikel 6.1 buiten toepassing worden gelaten, worden de eisen, bedoeld in de artikelen 10 en 11, derde lid, aanhef en onder g, van de kaderrichtlijn water, in acht genomen.

Lid 2

Als met toepassing van artikel 5.53, derde of vierde lid, van de wet regels in een waterschapsverordening als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, of in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 7.12, tweede lid, buiten toepassing worden gelaten, is artikel 8.84, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.