Artikel 3:265e Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Indien de toepassing door de Nederlandsche Bank van een afwikkelingsinstrument als bedoeld in artikel 3A:1 ertoe strekt dat depositohouders toegang houden tot hun deposito’s, wordt, overeenkomstig artikel 79 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, ten laste van het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, een bedrag beschikbaar gesteld ten behoeve van de afwikkeling. Het beschikbaar te stellen bedrag bedraagt ten hoogste het bedrag van de ingevolge het depositogarantiestelsel gedekte deposito’s die worden aangehouden bij de bank in afwikkeling.
Lid 2
Bij de toepassing van het instrument van bail-in draagt het depositogarantiestelsel per saldo, na voldoening van de vordering, bedoeld in het vierde lid, ten hoogste bij een bedrag bij dat gelijk is aan het bedrag waarmee door het depositogarantiestelsel gedekte deposito’s zouden zijn afgeschreven om de verliezen van de entiteit te absorberen tot het punt waarop de nettowaarde van de activa van de entiteit gelijk is aan nul, indien deze gedekte deposito’s in gelijke mate onderhevig zouden zijn aan afschrijving als vorderingen met een gelijke rang in faillissement.
Lid 3
Bij de toepassing van een ander afwikkelingsinstrument draagt het depositogarantiestelsel per saldo, na voldoening van de vordering, bedoeld in het vierde lid, ten hoogste een bedrag bij dat gelijk is aan het totaal aan verliezen dat houders van door het depositogarantiestelsel gedekte deposito’s zouden lijden indien zij in gelijke mate verliezen zouden lijden als houders van vorderingen met een gelijke rang in faillissement.
Lid 4
Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, verkrijgt het Depositogarantiefonds een vordering op de entiteit in afwikkeling ter grootte van het beschikbaar gestelde bedrag.