Hoofdstuk 2.3. Toegang tot de buitenlandse financiële markten
Artikel 2:106.0a
Lid 1
Een afwikkelonderneming met zetel in Nederland die voornemens is vanuit een buiten Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen jegens een cliënt met wie zij niet in een groep is verbonden, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in het eerste lid indien de afwikkelonderneming voldoet aan hetgeen ingevolge het tweede lid is bepaald, tenzij, gelet op het voornemen van de afwikkelonderneming, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 4
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2:106
Het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 2:117 en 2:118, is niet van toepassing op het verlenen van financiële diensten die kunnen worden aangemerkt als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek naar een andere lidstaat door een financiële onderneming met zetel in Nederland.
Artikel 2:106a
Lid 1
Een betaalinstelling die voornemens is vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten, al dan niet door tussenkomst van een betaaldienstagent, in een andere lidstaat haar diensten aan te bieden, stelt de Nederlandsche Bank hiervan in kennis, onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 2
De Nederlandsche Bank verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens binnen een maand na ontvangst aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.
Lid 3
De Nederlandsche Bank gaat over tot inschrijving van het bijkantoor of de betaaldienstagent in het register, bedoeld in artikel 1:107, tenzij de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Nederlandsche Bank heeft meegedeeld dat zij het vermoeden heeft dat met de voorgenomen vestiging van het bijkantoor of door de inschakeling van de betaaldienstagent mogelijk in strijd zal worden gehandeld met het recht, waaronder wettelijke voorschriften betreffende het witwassen van geld of de financiering van terrorisme in de zin van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141). Indien inschrijving reeds heeft plaatsgevonden, haalt de Nederlandsche Bank deze door.
Lid 4
De Nederlandsche Bank beslist op de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen drie maanden na ontvangst van alle benodigde gegevens. De betaaldienstagent of het bijkantoor verleent geen betaaldiensten dan nadat de inschrijving in het register is voltooid en de Nederlandsche Bank is geïnformeerd over de voorgenomen datum van aanvang van de dienstverlening.
Lid 5
Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van een wijziging van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde gegevens dient onverwijld aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat te worden gemeld.
Artikel 2:107
Lid 1
Een clearinginstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een buiten Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in het eerste lid indien de clearinginstelling voldoet aan het ingevolge het tweede lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de clearinginstelling, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 4
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2:107a
Lid 1
Een elektronischgeldinstelling die voornemens is vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten, al dan niet door tussenkomst van een betaaldienstagent, in een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, stelt de Nederlandsche Bank hiervan in kennis, onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 2
De Nederlandsche Bank verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens binnen een maand na ontvangst aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.
Lid 3
De Nederlandsche Bank gaat over tot inschrijving van het bijkantoor of de betaaldienstagent in het register, bedoeld in artikel 1:107, tenzij de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Nederlandsche Bank heeft meegedeeld dat zij het vermoeden heeft dat met de voorgenomen vestiging van het bijkantoor of door de inschakeling van de betaaldienstagent mogelijk in strijd zal worden gehandeld met het recht, waaronder wettelijke voorschriften betreffende het witwassen van geld of de financiering van terrorisme in de zin van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141). Indien inschrijving reeds heeft plaatsgevonden, haalt de Nederlandsche Bank deze door.
Lid 4
De Nederlandsche Bank beslist op de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen drie maanden na ontvangst van alle benodigde gegevens. De betaaldienstagent of het bijkantoor verleent geen betaaldiensten dan nadat de inschrijving in het register is voltooid en de Nederlandsche Bank is geïnformeerd over de voorgenomen datum van aanvang van de dienstverlening.
Lid 5
Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van een wijziging van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
Artikel 2:108
Lid 1
Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een in een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 2 van de verordening bankentoezicht gelegen bijkantoor het bedrijf van bank uit te oefenen, kan daartoe overgaan twee maanden nadat zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis heeft gesteld, tenzij de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, binnen die termijn anders besluit.
Lid 2
Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een in een lidstaat, niet zijnde een deelnemende lidstaat als bedoeld in het eerste lid, gelegen bijkantoor het bedrijf van bank uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, met het voornemen van de bank heeft ingestemd.
Lid 3
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, en de aanvraag van instemming, bedoeld in het tweede lid, geschieden onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:109
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan een besluit nemen als bedoeld in artikel 2:108, eerste lid, indien de bedrijfsvoering of financiële positie van de bank, gelet op haar voornemen, niet toereikend is.
Lid 2
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:108, tweede lid, tenzij, gelet op het voornemen van de bank, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 3
De Nederlandsche Bank neemt binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit als bedoeld in artikel 2:108, tweede lid.
Lid 4
De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 2:108, eerste en tweede lid, daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bank voornemens is door middel van een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de bank.
Lid 5
De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat tevens gegevens over de omvang van het eigen vermogen, de solvabiliteitsratio alsmede voorzover van toepassing gegevens over de toepasselijkheid van een vangnetregeling op de verplichtingen van het bijkantoor van de bank.
Lid 6
De Nederlandsche Bank deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de bank de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de lidstaat, niet zijnde een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 2:108, eerste lid heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat.
Artikel 2:110
Lid 1
Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank onder opgave van de lidstaat waarnaar zij voornemens is diensten te verrichten en van de voorgenomen werkzaamheden.
Lid 2
De Nederlandsche Bank doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het voornemen daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarnaar de bank voornemens is diensten te verrichten. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de bank.
Artikel 2:111
Lid 1
Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is het bedrijf van bank uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank stemt in met het voornemen indien de bank voldoet aan het ingevolge het eerste lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de bank, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 4
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2:112
Lid 1
Een financiële instelling met zetel in Nederland die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 heeft en voornemens is haar bedrijf vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:113
Lid 1
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:112, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de financiële instelling, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 2
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Lid 3
De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie in de lidstaat waar de financiële instelling voornemens is door middel van een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de financiële instelling.
Lid 4
De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat tevens gegevens over de omvang van het eigen vermogen, de solvabiliteitsratio alsmede voorzover van toepassing gegevens over de toepasselijkheid van een vangnetregeling op de verplichtingen van het bijkantoor van de financiële instelling.
Lid 5
De Nederlandsche Bank deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de financiële instelling de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat.
Artikel 2:114
Lid 1
Een financiële instelling met zetel in Nederland die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 heeft en voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank onder opgave van de lidstaat waarnaar zij voornemens is diensten te verrichten en van de voorgenomen werkzaamheden.
Lid 2
De Nederlandsche Bank doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het voornemen daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarnaar de financiële instelling voornemens is diensten te verrichten. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de financiële instelling.
Artikel 2:115
Lid 1
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor het bedrijf van levensverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:116
Lid 1
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:115, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is, of de geschiktheid of betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijkse beleid bepaalt of van de vertegenwoordiger van de verzekeraar niet buiten twijfel staat.
Lid 2
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Lid 3
De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie in de lidstaat waar de verzekeraar voornemens is door middel van een bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de verzekeraar.
Lid 4
In de mededeling, bedoeld in het derde lid, wordt tevens vermeld of de verzekeraar voldoet aan het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste.
Lid 5
De Nederlandsche Bank deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de verzekeraar de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat.
Artikel 2:117
Lid 1
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een vestiging in een lidstaat voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat zijn bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 2:116, eerste lid, met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
In geval van co-assurantie binnen de Unie is het eerste lid slechts van toepassing op de schadeverzekeraar die als eerste schadeverzekeraar optreedt.
Lid 3
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:118
Lid 1
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:40, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit Nederland voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over indien de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:119
Lid 1
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:117, eerste lid, of 2:118, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 2
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen een maand na ontvangst van de aanvraag.
Lid 3
De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarnaar de verzekeraar voornemens is diensten te verrichten. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de verzekeraar.
Lid 4
De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat gegevens omtrent het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de verzekeraar, de aard van de overeenkomsten van levensverzekering indien het een levensverzekeraar, dan wel de aard van de risico’s van schadeverzekering indien het een schadeverzekeraar betreft die voornemens zijn door middel van dienstverrichting hun bedrijf in een andere lidstaat uit te oefenen, alsmede de branches waarin hij het verzekeringsbedrijf mag uitoefenen.
Artikel 2:120
Lid 1
Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank stemt in met het voornemen, indien de verzekeraar voldoet aan het ingevolge het tweede lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is, of de geschiktheid of betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijkse beleid bepaalt of van de vertegenwoordiger van de verzekeraar niet buiten twijfel staat.
Lid 4
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2:121
Lid 1
Een levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een buiten Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank stemt in met het voornemen indien de verzekeraar voldoet aan het bij of krachtens het tweede lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is, of de geschiktheid of betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijkse beleid bepaalt of van de vertegenwoordiger van de verzekeraar niet buiten twijfel staat.
Lid 4
De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2:121a
Lid 1
Een premiepensioeninstelling die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:54g, eerste lid en voornemens is vanuit een in een andere staat gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten een pensioenregeling uit te voeren die niet wordt beheerst door de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving, zoals bedoeld in artikel 2 van de Pensioenwet en artikel 2 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag van instemming.
Artikel 2:121b
Lid 1
De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:121a, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de premiepensioeninstelling, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is, of de geschiktheid of betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt niet buiten twijfel staat.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank instemt met het voornemen, deelt zij dit besluit onverwijld mee aan de toezichthoudende instantie in de staat waar de premiepensioeninstelling voornemens is haar bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de premiepensioeninstelling.
Lid 3
Indien de toezichthoudende instantie, bedoeld in het vorige lid, de Nederlandsche Bank in kennis stelt van de op de bedrijfspensioenvoorziening toepasselijke bepalingen van de sociale en arbeidswetgeving die gelden voor de uitvoering van de pensioenregeling, of van de voorschriften inzake belegging en informatieverschaffing die krachtens het recht van de desbetreffende staat worden toegepast, deelt de Nederlandsche Bank deze aan de premiepensioeninstelling mede.
Lid 4
De premiepensioeninstelling kan zes weken na de mededeling, bedoeld in het tweede lid, of zodra zij de mededeling , bedoeld in het derde lid, heeft ontvangen, overgaan tot het uitvoeren van de pensioenregeling.
Artikel 2:121c
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in onderdeel a van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1, met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 meldt het voornemen om rechten van deelneming in een Europese beleggingsinstelling aan te bieden aan professionele beleggers in een andere lidstaat aan de Autoriteit Financiële Markten. Hij legt hierbij de volgende gegevens over:
een programma van werkzaamheden waarin wordt vermeld welke beleggingsinstelling de beheerder voornemens is aan te bieden en waar de beleggingsinstelling gevestigd is;
het factuuradres;
het fondsreglement of de statuten;
de naam van de aan de beleggingsinstelling verbonden bewaarder;
een beschrijving van de beleggingsinstelling of, indien van toepassing, de voor deelnemers beschikbare informatie over de beleggingsinstelling;
indien het een feeder-beleggingsinstelling betreft, informatie over de vestigingsplaats van de master-beleggingsinstelling;
de informatie, bedoeld in artikel 4:37l of 5:3;
de lidstaat of lidstaten waar hij rechten van deelneming in de beleggingsinstelling aan professionele beleggers wil aanbieden;
informatie over de wijze waarop rechten van deelneming in beleggingsinstellingen worden aangeboden en informatie over de wijze waarop wordt voorkomen dat rechten van deelneming worden aangeboden aan niet-professionele beleggers.
Lid 2
Uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze informatie door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarin de beheerder voornemens is rechten van deelneming ingevolge het eerste lid aan te bieden en, indien van toepassing, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling, tenzij de beheerder met het beheer van de beleggingsinstelling of anderszins niet aan de bij of krachtens de wet gestelde regels zal voldoen. De Autoriteit Financiële Markten stuurt een verklaring mee dat de beheerder over een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning beschikt voor het soort beleggingsinstelling waarvan de beheerder voornemens is in de andere lidstaat de rechten van deelneming aan te bieden.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten deelt de doorzending, bedoeld in het tweede lid, onverwijld mede aan de beheerder.
Lid 4
De meldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gedaan in een taal die in de internationale financiële wereld gebruikelijk is.
Lid 5
Een beheerder meldt voorgenomen wijzigingen met betrekking tot de informatie verstrekt ingevolge het eerste lid, ten minste een maand voordat de wijziging wordt doorgevoerd schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 6
In afwijking van het vijfde lid, meldt de beheerder wijzigingen die hij niet heeft kunnen voorzien onverwijld nadat de wijziging is doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 7
Indien een beheerder als gevolg van de voorgenomen wijziging niet meer aan de ingevolge deze wet gestelde regels zou voldoen, deelt de Autoriteit Financiële Markten hem binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het vijfde lid, mede dat de voorgenomen wijziging niet doorgevoerd kan worden. De Autoriteit Financiële Markten stelt de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder rechten van deelneming aanbiedt onverwijld hiervan in kennis.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten meldt een wijziging als bedoeld in het vijfde of zesde lid binnen een maand aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder rechten van deelneming aanbiedt.
Lid 9
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van:
de vorm en inhoud van de in het eerste lid bedoelde informatie;
de vorm van de in het tweede lid bedoelde melding; en
de vorm van de in het vijfde, zesde, zevende en achtste lid bedoelde melding.
Lid 10
In aanvulling op het eerste lid verstrekt een Nederlandse beheerder van een Europese langetermijnbeleggingsinstelling als bedoeld in verordening (EU) nr. 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (PbEU 2015, L123) die het voornemen heeft rechten van deelneming aan te bieden aan niet-professionele beleggers in een andere lidstaat, informatie aan de Autoriteit Financiële Markten over de getroffen voorzieningen om de taken, bedoeld in artikel 43bis van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, te kunnen vervullen. Het tweede tot en met negende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2:121ca
Lid 1
De Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in onderdeel a van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1 stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van het voornemen om te stoppen met het aanbieden van rechten van deelneming in een Europese beleggingsinstelling aan professionele beleggers in een andere lidstaat. De kennisgeving bevat informatie als bedoeld in artikel 32bis, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
Lid 2
Een Nederlandse beheerder stopt met het aanbieden van rechten van deelneming in een Europese beleggingsinstelling aan professionele beleggers in de desbetreffende lidstaat op de datum van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, mits aan de voorwaarden van artikel 32bis, eerste lid, onderdelen a tot en met c, is voldaan.
Lid 3
Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en de informatie als bedoeld in het tweede lid stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze informatie door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de Nederlandse beheerder voornemens is te stoppen met het geheel of gedeeltelijk aanbieden van rechten van deelneming en de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten deelt de doorzending, bedoeld in het derde lid, onverwijld mede aan de Nederlandse beheerder.
Lid 5
Gedurende 36 maanden na de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, gaat de Nederlandse beheerder niet over tot pre-marketing van rechten van deelneming in een Europese beleggingsinstelling die in de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, is genoemd of in een Europese beleggingsinstelling met vergelijkbare beleggingsstrategieën of beleggingsideeën in de lidstaat die is aangegeven in de kennisgeving.
Lid 6
Nadat de beheerder is gestopt met het geheel of gedeeltelijk aanbieden van rechten van deelneming verstrekt de beheerder aan de deelnemers in de beleggingsinstelling en de Autoriteit Financiële Markten de jaarrekening en het bestuursverslag, bedoeld in artikel 4:37o, eerste lid, en indien van toepassing het geactualiseerde prospectus en de aangepaste informatie die aan deelnemers dient te worden verstrekt op grond van artikel 4:37m.
Lid 7
De informatie, bedoeld in het zesde lid, kan elektronisch of via andere middelen voor communicatie op afstand worden verstrekt.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten meldt wijzigingen in de gegevens, bedoeld in artikel 2:121c, eerste lid, onderdelen b tot en met f, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat die in de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, is aangegeven.
Artikel 2:121cb
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 mag alleen rechten van deelneming aanbieden in een niet-Europese beleggingsinstelling indien:
de staat waar de beleggingsinstelling is gevestigd niet op de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de Financial Action Task Force of diens opvolger staat; en
de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de staat waar de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de Autoriteit Financiële Markten in staat stelt haar toezichthoudende taken op grond van deze wet uit te voeren.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de samenwerkingsovereenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Artikel 2:121d
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in onderdeel a van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1, met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 meldt het voornemen om voor de eerste maal een Europese beleggingsinstelling met zetel in een andere lidstaat te beheren door middel van het verrichten van diensten of door middel van een in de andere lidstaat gelegen bijkantoor aan de Autoriteit Financiële Markten. Hij legt hierbij de volgende gegevens over:
de naam van de andere lidstaat; en
een programma van werkzaamheden waarin in ieder geval is vermeld welke diensten de beheerder voornemens is te verlenen in de andere lidstaat en welke beleggingsinstellingen met zetel in de andere lidstaat hij voornemens is te beheren.
Lid 2
Onverminderd het eerste lid, legt een beheerder die voornemens is om door middel van een bijkantoor een beleggingsinstelling in een andere lidstaat te beheren de volgende gegevens over:
de organisatiestructuur van het bijkantoor;
het adres in de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling waar documenten kunnen worden opgevraagd; en
de namen en contactgegevens van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het bijkantoor.
Lid 3
Uiterlijk een maand na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk uiterlijk twee maanden na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste en het tweede lid, stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze informatie door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarin de beheerder voornemens is een beleggingsinstelling te beheren, tenzij de beheerder met het beheer van de beleggingsinstelling of anderszins niet aan de toepasselijke wetgeving zal voldoen. De Autoriteit Financiële Markten stuurt een verklaring mee dat de beheerder over een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning beschikt.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten deelt de doorzending, bedoeld in het derde lid, onverwijld mede aan de beheerder.
Lid 5
Een beheerder meldt voorgenomen wijzigingen met betrekking tot de informatie die hij heeft verstrekt ingevolge het eerste lid en, indien van toepassing, het tweede lid, ten minste een maand voordat de wijziging wordt doorgevoerd schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 6
In afwijking van het vijfde lid, meldt de beheerder wijzigingen die hij niet heeft kunnen voorzien onverwijld nadat de wijziging is doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 7
Indien een beheerder als gevolg van de voorgenomen wijziging niet meer aan de toepasselijke wetgeving zou voldoen deelt de Autoriteit Financiële Markten hem binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de melding van een wijziging als bedoeld in het vijfde lid mede dat de voorgenomen wijziging niet doorgevoerd kan worden.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten meldt een wijziging als bedoeld in het vijfde of zesde lid onverwijld aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat, tenzij het zevende lid van toepassing is.
Lid 9
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de vorm en inhoud van de ingevolge het eerste en tweede lid te verstrekken informatie.
Artikel 2:121e
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 mag een niet-Europese beleggingsinstelling waarvan de rechten van deelneming niet in een lidstaat worden aangeboden, beheren indien de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de staat waar de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de Autoriteit Financiële Markten in staat stelt haar toezichthoudende taken op grond van deze wet uit te voeren. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze samenwerkingsovereenkomsten.
Lid 2
Het ingevolge deze wet bepaalde met betrekking tot het beheren van beleggingsinstellingen met zetel in Nederland is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 4:37f tot en met 4:37i, 4:37o en 5:25c, zesde lid.
Artikel 2:121f
Lid 1
Een kredietservicer met een vergunning als bedoeld in artikel 2:64a die voornemens is zijn bedrijf uit te oefenen in een andere lidstaat gaat daartoe slechts over nadat hij kennis heeft gegeven van zijn voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van de gegevens, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers.
Lid 3
Uiterlijk vijfenveertig dagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze gegevens door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van ontvangst.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten stuurt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat waar het krediet is verleend, indien die andere lidstaat niet de lidstaat van ontvangst is.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten deelt aan de kredietservicer, bedoeld in het eerste lid, de datum mee waarop de gegevens, bedoeld in het tweede lid, naar de lidstaat van ontvangst zijn gestuurd en de datum waarop die lidstaat de ontvangst van deze gegevens heeft bevestigd.
Lid 6
Voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid wordt onder lidstaat van ontvangst verstaan: lidstaat van ontvangst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers.
Artikel 2:122
Lid 1
Een beheerder van een icbe die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, heeft en voornemens is voor de eerste maal vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een icbe met zetel in de desbetreffende lidstaat te beheren of rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s in die lidstaat aan te bieden, gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing op beheerders die hebben voldaan aan artikel 2:127, eerste lid.
Lid 4
Een beheerder kan overgaan tot het vanuit het bijkantoor beheren van een icbe met zetel in de desbetreffende lidstaat of het aanbieden van rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s onmiddellijk na ontvangst van een mededeling van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat of twee maanden na ontvangst van het afschrift van het besluit tot instemming van de Autoriteit Financiële Markten, bedoeld in artikel 2:124, derde lid.
Artikel 2:122a
Lid 1
Een beheerder van een icbe die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, heeft en voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten een icbe met zetel in een andere lidstaat te beheren of rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s in een andere lidstaat aan te bieden, gaat daartoe slechts over indien hij van dit voornemen kennis heeft gegeven aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
De kennisgeving geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het voornemen daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder voornemens is de werkzaamheden te verrichten. De Autoriteit Financiële Markten zendt een afschrift van de mededeling aan de beheerder.
Lid 4
De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat tevens:
gegevens omtrent de toepasselijkheid van het beleggerscompensatiestelsel;
een verklaring dat de beheerder over een vergunning beschikt op grond van de artikelen 6, 7 en 8 van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten; en
een beschrijving van de reikwijdte van de vergunning en eventuele beperkingen met betrekking tot de typen icbe’s die de beheerder mag beheren of waarvan hij rechten van deelneming mag aanbieden.
Artikel 2:123
Lid 1
Een beheerder van een icbe die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, heeft en voornemens is rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe met zetel in Nederland in een andere lidstaat aan te bieden gaat daartoe slechts over indien hij van dit voornemen kennis heeft gegeven aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
De kennisgeving geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens en op de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
Lid 3
De beheerder houdt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, en eventuele vertalingen daarvan beschikbaar op een website en actualiseert de gegevens zodra daartoe aanleiding bestaat. De beheerder stelt de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat in kennis van de website waar de gegevens zijn te raadplegen en zorgt ervoor dat de desbetreffende toezichthoudende instantie toegang tot die website heeft.
Lid 4
De kennisgeving en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden opgesteld in een taal die in de internationale financiële kringen gebruikelijk is of in een officiële taal van de betrokken lidstaten indien de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat daarmee instemmen.
Lid 5
De beheerder kan overgaan tot het aanbieden van rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:124a, derde lid.
Artikel 2:124.0a
Lid 1
Een beheerder van een icbe stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van het voornemen om te stoppen met het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe in een andere lidstaat. De kennisgeving bevat informatie als bedoeld in artikel 93bis, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten die is opgesteld in het Nederlands of een door de Autoriteit Financiële Markten goedgekeurde taal.
Lid 2
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens een beschrijving van de gevolgen voor beleggers die het aanbod tot inkoop of terugkoop van rechten van deelneming niet aanvaarden.
Lid 3
De beheerder stopt met het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe of de aandelenklassen in de desbetreffende lidstaat op de datum van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, mits aan de voorwaarden van artikel 93bis, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c is voldaan.
Lid 4
Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en de informatie als bedoeld in het derde lid stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze informatie door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder voornemens is te stoppen met het geheel of gedeeltelijk aanbieden van rechten van deelneming en de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten deelt de doorzending, bedoeld in het vierde lid, onverwijld mede aan de beheerder.
Lid 6
Nadat de beheerder is gestopt met het geheel of gedeeltelijk aanbieden van rechten van deelneming verstrekt de beheerder aan de deelnemers in de icbe en de Autoriteit Financiële Markten, een jaarrekening, een bestuursverslag en overige gegevens als bedoeld in artikel 4:51, eerste lid en de halfjaarcijfers, bedoeld in artikel 4:51, tweede lid, en indien van toepassing het geactualiseerde prospectus en de aangepaste essentiële beleggersinformatie en voldoet de beheerder aan artikel 4:46a, eerste lid.
Lid 7
De informatie, bedoeld in het zesde lid, kan elektronisch of via andere technieken voor communicatie op afstand worden verstrekt mits de informatie wordt verstrekt in de taal van de lidstaat waar de belegger is gevestigd of in een door de bevoegde toezichthouder van die lidstaat goedgekeurde taal.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten meldt wijzigingen in gegevens die door de beheerder zijn verstrekt op grond van artikel 2:123, tweede lid, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat die in de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, is aangegeven.
Artikel 2:124
Lid 1
De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:122, tenzij, gelet op het voornemen van de beheerder van een icbe, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit binnen twee maanden na ontvangst van de aanvraag.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder voornemens is door middel van een bijkantoor een icbe met zetel in de desbetreffende lidstaat te beheren of rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s aan te bieden. De Autoriteit Financiële Markten zendt een afschrift van de mededeling aan de beheerder.
Lid 4
De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat tevens:
gegevens omtrent de toepasselijkheid van het beleggerscompensatiestelsel;
een verklaring dat de beheerder over een vergunning beschikt op grond van de artikelen 6, 7 en 8 van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten; en
een beschrijving van de reikwijdte van de vergunning en eventuele beperkingen met betrekking tot de typen icbe’s die de beheerder mag beheren.
Lid 5
De beheerder van een icbe meldt voorgenomen wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:122, tweede lid, opgave van gegevens is voorgeschreven ten minste een maand voordat de wijziging wordt doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder financiële diensten verleent.
Lid 6
Indien de beheerder als gevolg van de voorgenomen wijziging niet meer aan de ingevolge deze wet gestelde regels zou kunnen voldoen, deelt de Autoriteit Financiële Markten hem binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het vijfde lid, mede dat de voorgenomen wijziging niet doorgevoerd kan worden. De Autoriteit Financiële Markten stelt de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder rechten van deelneming aanbiedt hiervan onverwijld in kennis.
Artikel 2:124a
Lid 1
De Autoriteit Financiële Markten zendt binnen tien werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en de gegevens, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, deze gegevens door naar de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder van een icbe voornemens is rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe aan te bieden. De doorzending geschiedt op de in de artikelen 3, 4 en 5 van de uitvoeringsverordening instellingen voor collectieve belegging in effecten voorgeschreven wijze.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten voegt bij de kennisgeving en de gegevens een verklaring dat de icbe voldoet aan de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten. De verklaring wordt opgesteld op de in artikel 2 van de uitvoeringsverordening instellingen voor collectieve belegging in effecten voorgeschreven wijze, en in een taal die in de internationale financiële kringen gebruikelijk is of in de officiële taal van de betrokken lidstaten indien de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat daarmee instemmen.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten doet onverwijld na de doorzending, bedoeld in het eerste lid, daarvan mededeling aan de beheerder van de icbe.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten beschikt over een e-mailadres ten behoeve van de ontvangst van de kennisgeving en de gegevens, bedoeld in artikel 2:123, tweede lid, en wijzigingen in de gegevens, bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.
Lid 5
De beheerder van een icbe meldt voorgenomen wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:123, tweede lid, opgave van gegevens is voorgeschreven ten minste een maand voordat de wijziging wordt doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder financiële diensten verleent.
Lid 6
Indien de beheerder als gevolg van de voorgenomen wijziging niet meer aan de ingevolge deze wet gestelde regels zou voldoen, deelt de Autoriteit Financiële Markten hem binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het vijfde lid, mede dat de voorgenomen wijziging niet doorgevoerd kan worden. De Autoriteit Financiële Markten stelt de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder de rechten van deelneming aanbiedt hiervan in kennis.
Artikel 2:124b
Lid 1
Een bemiddelaar in hypothecair krediet met zetel in Nederland met een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, of die op grond van artikel 2:81, tweede lid, bemiddelt in hypothecair krediet en die voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat zijn bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat hij kennis heeft gegeven van zijn voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de bemiddelaar bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bemiddelaar in hypothecair krediet voornemens is zijn bedrijf vanuit een bijkantoor uit te oefenen of diensten te verrichten. De Autoriteit Financiële Markten zendt een afschrift van de mededeling aan de desbetreffende bemiddelaar in hypothecair krediet.
Artikel 2:125
Lid 1
Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, heeft of die op grond van artikel 2:81, tweede of derde lid, of als aangesloten onderneming op grond van artikel 2:105, eerste lid, bemiddelt in verzekeringen en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor te bemiddelen in verzekeringen stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van zijn voornemen.
Lid 2
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
Uiterlijk een maand na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze gegevens door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bemiddelaar in verzekeringen voornemens is te bemiddelen in verzekeringen, tenzij de bedrijfsvoering of financiële positie van de bemiddelaar in verzekeringen niet toereikend is. Indien de gegevens niet worden doorgestuurd aan de betrokken toezichthoudende instantie deelt de Autoriteit Financiële Markten dit mede aan de bemiddelaar in verzekeringen.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten deelt de bemiddelaar in verzekeringen mee dat de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bemiddelaar voornemens is te bemiddelen in verzekeringen de gegevens heeft ontvangen.
Lid 5
Voor zover van toepassing deelt de Autoriteit Financiële Markten binnen een maand na de mededeling, bedoeld in het vierde lid, de bemiddelaar in verzekeringen de voorwaarden om redenen van algemeen belang mee die van toepassing zijn op het bemiddelen in verzekeringen in de betrokken lidstaat.
Lid 6
Een bemiddelaar in verzekeringen kan een maand na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het vierde lid, of zodra hij de mededeling bedoeld in het vijfde lid heeft ontvangen, overgaan tot het bemiddelen in verzekeringen vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor.
Lid 7
Een bemiddelaar in verzekeringen meldt wijzigingen met betrekking tot de informatie verstrekt ingevolge het tweede lid, ten minste een maand voordat de wijziging is doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten doet onverwijld na ontvangst van de wijzigingen, bedoeld in het zevende lid, daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat.
Artikel 2:125a
Lid 1
Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, heeft of die op grond van artikel 2:81, tweede of derde lid, of als aangesloten onderneming op grond van artikel 2:105, eerste lid, bemiddelt in verzekeringen en voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat te bemiddelen in verzekeringen stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van zijn voornemen.
Lid 2
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
Uiterlijk een maand na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, stuurt de Autoriteit Financiële Markten deze gegevens door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bemiddelaar in verzekeringen voornemens is te bemiddelen in verzekeringen.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten deelt de bemiddelaar in verzekeringen mede dat de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bemiddelaar voornemens is te bemiddelen in verzekeringen de gegevens heeft ontvangen en deelt in voorkomend geval de website mede waar informatie is te vinden over de voorwaarden om redenen van algemeen belang die van toepassing zijn op het bemiddelen in verzekeringen in de betrokken lidstaat.
Lid 5
De bemiddelaar in verzekeringen kan overgaan tot het bemiddelen in verzekeringen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het vierde lid.
Lid 6
Een bemiddelaar in verzekeringen meldt wijzigingen met betrekking tot de informatie verstrekt ingevolge het eerste lid, ten minste een maand voordat de wijziging is doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 7
De Autoriteit Financiële Markten doet onverwijld na ontvangst van de wijzigingen, bedoeld in het zesde lid, daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat.
Artikel 2:126
De artikelen 2:125 en 125a zijn van overeenkomstige toepassing op herverzekeringsbemiddelaars met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:86, eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 2:86, tweede lid, hebben of als aangesloten onderneming op grond van artikel 2:81, tweede en derde lid, of 2:105, eerste lid, herverzekeringsbemiddelen en voornemens zijn vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat te herverzekeringsbemiddelen.
Artikel 2:126a
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in onderdeel a van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1 met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 waaraan het ingevolge artikel 2:67a, tweede lid, is toegestaan de in dat lid bedoelde activiteiten te verrichten of diensten te verlenen, meldt het voornemen om deze activiteiten of diensten voor de eerste maal in een andere lidstaat te verrichten of te verlenen door middel van het verrichten van diensten of vanuit een in de andere lidstaat gelegen bijkantoor aan de Autoriteit Financiële Markten. De beheerder verstrekt hierbij de volgende gegevens:
de naam van de andere lidstaat; en
een programma van werkzaamheden waarin in ieder geval is vermeld welke activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 2:67a, tweede lid, hij voornemens is te verrichten of te verlenen in de andere lidstaat.
Lid 2
Artikel 2:121d, tweede tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2:127
Lid 1
Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 heeft en een beheerder van een icbe die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op beheerders van een icbe die hebben voldaan aan artikel 2:122, eerste lid.
Lid 4
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 heeft en die voornemens is beleggingsdiensten te verlenen door middel van een verbonden agent die is gevestigd in een andere lidstaat waar zij geen bijkantoor heeft.
Artikel 2:128
Lid 1
De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:127, tenzij, gelet op het voornemen van de beleggingsonderneming, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten doet van haar besluit, alsmede van de gegevens als bedoeld in artikel 2:127, tweede lid, binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag mededeling aan de toezichthoudende instantie, die in de desbetreffende lidstaat als contactpersoon als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 is aangewezen. De Autoriteit Financiële Markten zendt een afschrift van de mededeling aan de beleggingsonderneming.
Lid 3
De mededeling, bedoeld in het tweede lid, bevat tevens gegevens omtrent de toepasselijkheid van het beleggerscompensatiestelsel.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de beleggingsonderneming de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat.
Lid 5
Een beleggingsonderneming meldt voorgenomen wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:127, tweede lid, opgave van gegevens is voorgeschreven ten minste een maand voordat de wijziging wordt doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke wijzigingen worden gemeld, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Lid 6
De Autoriteit Financiële Markten doet mededeling van in het vijfde lid bedoelde wijzigingen en van wijzigingen met betrekking tot het beleggerscompensatiestelsel, bedoeld in het derde lid, aan de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat.
Artikel 2:128a
Lid 1
Een bank met zetel in Nederland die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft, ingevolge waarvan zij beleggingsdiensten kan verlenen, en die voornemens is in een andere lidstaat beleggingsdiensten te verlenen door middel van een in een andere lidstaat gevestigde verbonden agent, gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd.
Lid 2
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voornemen als bedoeld in het eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de bank, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is. Alvorens te beslissen, vraagt de Autoriteit Financiële Markten daarover advies aan de Nederlandsche Bank.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten doet van haar besluit, alsmede van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag mededeling aan de toezichthoudende instantie, die in de desbetreffende lidstaat als contactpersoon als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 is aangewezen. De Autoriteit Financiële Markten zendt een afschrift van de mededeling aan de bank en de Nederlandsche Bank.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het vierde lid, de bank de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat.
Lid 6
De bank meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover bij of krachtens het tweede lid opgave van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke wijzigingen worden gemeld, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Artikel 2:129
Lid 1
Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 heeft of een beheerder van een icbe die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft en die voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten naar een andere lidstaat of die in die lidstaat andere beleggingsdiensten wenst te verlenen of andere beleggingsactiviteiten wenst te verrichten dan waarvoor de in dit lid bedoelde kennisgeving is gedaan, gaat daartoe slechts over, indien:
zij of hij kennis heeft gegeven van haar of zijn voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten onder opgave van de volgende gegevens:
naam, adres, telefoon- en faxnummer en emailadres van de beleggingsonderneming respectievelijk de beheerder van de icbe en de naam van de contactpersoon;
de betrokken lidstaat;
een programma van werkzaamheden waarin in ieder geval is opgenomen:
beleggingsdiensten of nevendiensten die zij of hij voornemens is te verlenen of de beleggingsactiviteiten die zij of hij voornemens is te verrichten;
de identiteit van de verbonden agent, indien de beleggingsonderneming voornemens is de beleggingsdiensten door middel van een verbonden agent te verlenen;
indien van toepassing de gegevens, bedoeld in artikel 5 van de gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/1018 van de Commissie van 29 juni 2016 ter aanvulling van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad, houdende technische reguleringsnormen ter specificatie van informatie die door beleggingsondernemingen, marktexploitanten en kredietinstellingen moet worden verstrekt (PbEU 2017, L 155); en
de Autoriteit Financiële Markten mededeling van het voornemen heeft gedaan aan de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving, mededeling van het voornemen alsmede van de gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder a, aan de toezichthoudende instantie die in de betrokken lidstaat als contactpersoon als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 is aangewezen. De Autoriteit Financiële Markten zendt een afschrift van de mededeling aan de beleggingsonderneming of de beheerder van een icbe.
Lid 3
Een beleggingsonderneming of beheerder van een icbe meldt voorgenomen wijzigingen met betrekking tot de informatie, bedoeld in het eerste lid, ten minste een maand voordat de wijziging wordt doorgevoerd aan de Autoriteit Financiële Markten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke wijzigingen worden gemeld, welke gegevens daarbij worden verstrekt, welke procedure daarbij wordt gevolgd en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten doet mededeling van de in het derde lid bedoelde wijzigingen aan de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat.
Lid 5
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op banken met zetel in Nederland die op grond van een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning beleggingsdiensten mogen verlenen en die voornemens zijn door middel van een in Nederland gevestigde verbonden agent beleggingsdiensten te verlenen naar een andere lidstaat.
Artikel 2:129a
Artikel 2:129, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel 1, onder 3°, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen:
met zetel in een staat waarvan de wetgeving en het toezicht als gelijkwaardig zijn erkend door de Europese Commissie in overeenstemming met artikel 47, eerste lid, van de verordening markten voor financiële instrumenten;
waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend met inachtneming van de voorwaarden, bedoeld in artikel 2:99a, eerste tot en met derde lid; en
die voornemens zijn vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor voor de eerste maal naar een andere lidstaat beleggingsdiensten te verlenen aan of beleggingsactiviteiten te verrichten voor in aanmerking komende tegenpartijen of professionele beleggers in de zin van bijlage II, afdeling I, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014.
Artikel 2:130
Lid 1
Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of artikel 2:96 heeft en voornemens is vanuit een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd. De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten stemt in met het voornemen, tenzij, gelet op het voornemen van de beleggingsonderneming, de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beleggingsonderneming niet toereikend is.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.